Startpagina Actueel

Thomas More start met Praktijkcentrum Insectenteelt

Hogeschool Thomas More heeft een ‘go’ gekregen om een Praktijkcentrum Insecten uit te bouwen op de site van het Innovatiecampus in Geel.

Leestijd : 5 min

Het eerste jaar krijgt het Praktijkcentrum Insecten een plaats op het erf van het provinciale Proefbedrijf Pluimveehouderij. Het praktijkcentrum wordt een test- en opleidingsfaciliteit en innovatiecentrum waar landbouwers, onderzoekers, overheden en bedrijven samenwerken aan de uitbouw van een veelbelovende insectensector.

“Een praktijkcentrum – een testfaciliteit en innovatiecentrum – brengt alle kennis, stakeholders en geïnteresseerden bij elkaar om de schouders onder de Vlaamse insectenkweek te zetten”, vertelt Sabine Van Miert, onderzoekscoördinator bij Thomas More. “De kansen die de uitbouw biedt, verdienen een katalysator. We zijn dan ook heel fier dat we, met dit project, de Innovatiecampus in Geel mee op de kaart kunnen zetten als referentiepunt voor de toekomstige insectensector. Hier brengen we onderzoek in de praktijk en ontwikkelen we een praktische visie die verder bouwt op wat theoretisch gestaafd is”

Tien jaar onderzoek

Het Praktijkcentrum Insecten is een logische volgende stap in het traject dat Thomas More aflegde op gebied van insectenonderzoek. Onderzoekers van Thomas More en KU Leuven werken al jarenlang samen aan kennisopbouw rond insectenteelt. Dit nieuwe centrum is de kroon op het werk van tien jaar intensief onderzoek, zoals bijvoorbeeld naar de positieve eigenschappen van de zwarte soldatenvlieg (BSF). De larven van deze tropische vlieg kunnen minderwaardige reststromen – om het geen afval te noemen – omzetten naar hoogwaardige grondstoffen. Ze bevatten eiwitten, vetten, chitine en frass of de ‘mest’. De grondstoffen kennen al toepassingen in de olie-industrie en cosmetica en het frass heeft goede resultaten als bodemverbeteraar.

“Onze onderzoekers deden eerst kweektests in labo’s en later ook op pilootschaal. Met onze InsectMobil hebben we zelfs een mobiele kweekinstallatie ontworpen die tot op het erf van toekomstige kwekers kan rijden. Toch is dit niet genoeg om de insectensector in Vlaanderen blijvend op de kaart te zetten. Het Praktijkcentrum Insecten zal ervoor zorgen dat we insecten kunnen kweken op bedrijfsschaal en dat in hieraan aangepaste infrastructuur”, vult Sabine Van Miert aan.

Nieuwe kansen voor landbouw

Insectenkweek voldoet aan alle voorwaarden om een duurzame sector te zijn en is een ideale stap richting circulaire bio-economie: een economie waar reststromen terug ingezet kunnen worden om grondstoffen te maken. In de ideale wereld gaat er niets meer verloren en halen we lokaal nieuwe grondstoffen uit wat vroeger afval was.

Hiermee biedt insectenkweek ook een nieuw perspectief voor landbouwers die zich geplaagd voelen door veranderende regelgeving en daardoor moeilijk langetermijnplannen kunnen maken.

“Hoe veelbelovend ook, een sector in opbouw biedt voor toekomstige ondernemers veel onzekerheid. Wie investeringen moet aangaan of een businessplan moet uitwerken, wil de ruggensteun vanuit de sector en de overheid voelen en liefst ook de garantie op succes”, zegt Van Miert.

Een bevraging leerde dat het gebrek aan ervaring en praktijkvoorbeelden de grootste hinderpaal vormen voor toekomstige insectenkwekers. Door snel veranderende regelgeving, marktschommelingen en milieu-uitdagingen zijn landbouwers op zoek naar een stabiele en bewezen teelt. Toch is de ondernemershonger groot bij deze groep.

“Wie nieuwe dingen moet leren, doet dit best zo dicht mogelijk bij de realiteit. In het Praktijkcentrum Insecten zullen we met gekende installaties vanuit de huidige landbouwsector werken. Dat is herkenbaar en geeft vertrouwen. Zo leggen we de drempels automatisch lager voor landbouwers. In het praktijkcentrum, dat tijdelijk zijn stek vindt op de site van het Proefbedrijf Pluimveehouderij vlakbij de Innovatiecampus Geel, kunnen we binnenkort demonstraties geven van de infrastructuur, opleidingen organiseren, opkweekmethoden tonen en ook praktijkgericht onderzoek blijven voeren. Zo blijven we nieuwe kennis en vaardigheden ontwikkelen in Geel. Door krachten, kennis en enthousiasme te bundelen op één centraal punt kunnen we onze kennis sneller delen en bijdragen aan de ontwikkeling van een nieuwe, duurzame bio-circulaire economie in Vlaanderen”, licht Sabine Van Miert, onderzoekscoördinator bij Thomas More, toe.

“De landbouw van morgen zal niet alleen duurzamer moeten produceren, maar ook nieuwe verdienmodellen moeten ontwikkelen. Insectenkweek biedt daarin een bijzonder interessant perspectief. Als provincie willen we die innovatie niet vanop de zijlijn volgen, maar mee mogelijk maken. Door het Praktijkcentrum Insecten tijdelijk onder te brengen op ons Proefbedrijf Pluimveehouderij brengen we onderzoek, ondernemerschap en landbouw letterlijk samen op het terrein. Dat is precies waar onze praktijkcentra voor dienen: innovaties toetsen aan de praktijk en landbouwers de kennis geven om met vertrouwen de toekomst tegemoet te gaan”, licht gedeputeerde voor Landbouw Jinnih Beels toe. “Dat deze demonstratie-installatie een plaats krijgt op een locatie waar al decennialang praktijkonderzoek voor de pluimveesector gebeurt, is bovendien een sterk signaal. Innovatie bouwt voort op de sterktes die er al zijn en creëert van daaruit nieuwe kansen voor onze land- en tuinbouw.”

Innovatiecampus als ecosysteem

De Innovatiecampus Geel is een breed ecosysteem van kennisinstellingen, start-ups en bedrijven die willen samenwerken aan innovatie en duurzaamheid. Door de inplanting van Praktijkcentrum Insecten op deze site krijgen nieuwe ideeën en technologieën een groter draagvlak door kruisbestuiving en multidisciplinaire samenwerking in Geel.

Het Praktijkcentrum Insecten werkt rond 4 pijlers: advies voor overheden; valorisatie van reststromen; opleiding voor agrarische ondernemers; en praktijkgericht onderzoek.

Focus op emissies en praktijkdata

Op de nieuwe kweekinstallatie zullen – net als bij de huidige mobiele kweekinstallatie – de nodige sensoren komen om de uitstoot van stikstof, koolstofdioxide, methaan en fijn stof te meten. Niet alleen onderzoekers en landbouwers zijn gebaat bij deze gegevens. Ze leveren ook waardevolle praktijkdata voor overheden, cruciaal voor de evaluatie van vergunningsaanvragen en om de haalbaarheid van de insectensector in een welbepaalde context in te schatten. “Met het Praktijkcentrum Insecten kunnen we in de toekomst de kweek nog beter optimaliseren voor een verbeterde groei, minder methaanuitstoot en meer waardevolle grondstoffen zoals olie en eiwitten. Op die manier kunnen we reststromen in Vlaanderen nog efficiënter valoriseren. Onze toekomstvisie van een circulaire bio-economie komt hiermee weer een stap dichterbij”, vult Sabine Van Miert aan.

Het Europese project EFRO GTI-Kempen loopt 3 jaar. 2026 staat nog in het teken van het ontwerp van de faciliteiten en de uitbesteding van de bouw ervan. Vanaf 2027 plant Thomas More de nieuwe faciliteiten in gebruik te nemen. Midden 2027 en in 2028 moet het Praktijkcentrum Insecten op volle capaciteit draaien.

Thomas More/Provincie Antwerpen

Lees ook in Actueel

Opinie: Europa schrapt keuzevrijheid van je bord

Uw stem Recent keurde het Europees Parlement de versoepeling van nieuwe gentechnieken in de landbouw definitief goed. Voor de biosector blijft dat een heel moeilijke beslissing. Laura Van Selm, directeur van BioForum, heeft dan ook haar bedenkingen.
Meer artikelen bekijken