Mogen kinderen van landbouwers meehelpen?
Recent bereikte de redactie het bericht dat de politie door klagende passanten naar een veld werd gestuurd, omdat een kleine jongen met de tractor veldwerkzaamheden uitvoerde. Voor zover wij weten, werd er geen proces-verbaal opgesteld, maar toch rees de vraag naar de regels rond kinderen die meewerken op een landbouwbedrijf.

Het antwoord op de vraag of kinderen mogen meehelpen op het ouderlijke landbouwbedrijf komt uit verschillende juridische domeinen.
Geen tewerkstelling in de zin van het arbeidsrecht
Vooreerst is er de arbeidswetgeving. Volgens art. 7.1 van de Arbeidswet is het verboden om kinderen arbeid te doen of laten verrichten of enige werkzaamheid buiten het kader van hun opvoeding of vorming te doen of laten uitvoeren. Eigen kinderen die af en toe een handje toesteken, worden door de wet echter niet als werknemers beschouwd. Dit betekent dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat de hulp onbetaald mag zijn. Dit principe van gratis familiale hulp geldt voor een eenmanszaak. Als het landbouwbedrijf is ondergebracht in een vennootschap, gelden er andere, striktere regels en is gratis hulp van familieleden in principe niet toegestaan.
Vanaf de leeftijd van 15 jaar (en mits de eerste 2 jaar van het secundair onderwijs zijn afgerond) mag een minderjarig kind ook officieel als jobstudent op het ouderlijke bedrijf werken. In dat geval wordt er wél een studentenovereenkomst opgesteld en krijgt de jongere een loon. Dit geldt zowel in het geval dat het landbouwbedrijf in een eenmanszaak of in een vennootschap wordt uitgebaat.
Het besturen van tractoren en het bedienen van landbouwmachines
Naast de vraag of een minderjarig kind mag meehelpen op een landbouwbedrijf, rijst natuurlijk de vraag wat het kind juist mag doen. Het besturen van een tractor of het bedienen van machines vormt daarbij een bijzonder aandachtspunt. In het algemeen geldt voor het beantwoorden van deze vraag de bepaling X.3-8 uit de Codex over het welzijn op het werk. Deze federale wetgeving voorziet dat minderjarigen geen arbeid mogen verrichten dat als gevaarlijk wordt beschouwd. Sinds het Koninklijk Besluit van 22 mei 2019 is het minderjarigen (onder 18 jaar) verboden om landbouwtractoren of andere landbouwmachines te bedienen op een landbouwbedrijf. Dit Koninklijk Besluit voegde immers de term ‘landbouwmachines’ toe in de bijlage X.3-1 uit de Codex over het welzijn op het werk.
Het gevolg is dat het principieel verboden is voor elke jongere werknemer om een machine die ontworpen werd voor de landbouw en waarmee landbouwactiviteiten worden uitgevoerd, te hanteren, te bedienen en te gebruiken. Het los besturen van een tractor op het erf of op het veld door een 16-jarige is wel toegestaan, zolang er geen werktuig aan gekoppeld is, zoals bijvoorbeeld een balenpers, een maaier, een rotoreg enzomeer.
Beschikken de kinderen over een rijbewijs G, dan mogen zij een tractor ook op de openbare weg besturen. Tot hun 18de verjaardag geldt er wel een wettelijke beperking: het totale gewicht van de trekker, inclusief eventuele aanhangwagen, mag maximaal 20 ton bedragen.
Aansprakelijkheid van de ouders
Naast de risico’s op sancties voor het overtreden van de arbeids- of welzijnsregelgeving, loert natuurlijk ook de aansprakelijkheid van de ouders om de hoek voor schade die hun kinderen veroorzaken bij het uitvoeren van werkjes of klusjes op de boerderij. Volgens het nieuwe Burgerlijk Wetboek zijn ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers foutloos aansprakelijk voor schade die een minderjarige van minder dan 16 jaar door zijn fout veroorzaakt of voor een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden. Ouders van minderjarige kinderen tot 16 jaar kunnen dus niet ontsnappen aan hun aansprakelijkheid, behalve in geval van overmacht of eigen fout van de schadelijder.
Voor kinderen vanaf 16 tot 18 jaar geldt een weerlegbare aansprakelijkheid. Er geldt nog steeds een vermoeden van aansprakelijkheid, maar ouders kunnen hier wél nog aan ontsnappen. Zij moeten dan bewijzen dat zijzelf geen enkele fout hebben begaan in de opvoeding of het toezicht.
Verzeker het risico!
Gelet op de aansprakelijkheidsregels uit het Nieuw Burgerlijk Wetboek verzekert elke ouder zich het best voor mogelijke schade die zijn kinderen veroorzaakt. Klassiek wordt hiervoor een zogenaamde familiale verzekering afgesloten. Dit type verzekering geldt echter uitsluitend voor het privéleven.
Wanneer een minderjarig kind helpt op de ouderlijke boerderij, bevindt het risico zich op de grens tussen privéleven en beroepsleven. Een gewone familiale verzekering blijft noodzakelijk, maar biedt niet altijd voldoende bescherming wanneer de schade verband houdt met de exploitatie van het landbouwbedrijf. Daarom sluiten de meeste landbouwers ook een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid bedrijfsuitbating (BA Exploitatie) af. Deze polis dekt de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade aan derden die ontstaat tijdens en door de exploitatie van het landbouwbedrijf. Landbouwers doen er goed aan om hun polis BA Exploitatie te laten nakijken, om er zeker van te zijn dat meehelpende kinderen binnen de dekking vallen.





