Meer beroepen tegen zonevreemde functiewijzigingen
Voor zonevreemde functiewijzigingen die binnen het landbouwgebied worden aangevraagd, is het van belang om te beoordelen wat de impact is van die functiewijziging op de normale bedrijfsvoering van landbouwbedrijven in de omgeving. Nagegaan moet in die gevallen ook of de site niet meer ingezet kan worden voor landbouwactiviteiten.

“Het toestaan van een zonevreemde functiewijziging in een bepaald gebied vormt een mogelijke schakel in een keten van zonevreemde functiewijzigingen, waardoor de bedrijfsvoering van bestaande vergunde landbouwbedrijven in het gedrang kan komen”, verduidelijkte Vlaams minister voor Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) aan de commissieleden Leefmilieu op 14 juli.
Hij voegde daar aan toe dat de gevraagde aanpassingen in lijn zullen liggen met de beleidskaders van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) die op dit moment worden voorbereid.
Met deze toelichting reageerde de minister, specifiek wat landbouw aangaat, op vragen van enkele commissieleden over de stijging van het aantal beroepen van het Departement Omgeving bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Dat aantal steeg van 19 in 2021 naar 70 in 2025.
Beleidsfocus zonevreemdheid
De stijging in het aantal beroepen hangt volgens Brouns grotendeels samen met de beleidsfocus inzake zonevreemdheid. Als voorbeeld haalde de minister aan dat het niet evident is dat voormalige landbouwbedrijfsgebouwen, die in regel een heel groot volume hebben en specifiek opgericht werden voor landbouwbedrijfsdoeleinden, zonder meer kunnen worden ingezet als een bijgebouw waarin functies worden ondergebracht die specifiek bij het wonen horen.
Het gaat dan typisch om constructies die worden ingericht als uit de kluiten gewassen garages, tuinhuizen, carports of ateliers. In het licht van zuinig ruimtegebruik vindt niet alleen de minister een carport of tuinhuis van meer dan 1000 m3 buiten alle proportie. Zelfs in woongebied vind je zulke constructies niet terug. Maar het raakt, stelt Brouns vast, hier en daar wel nog steeds vergund.
Hij gaf ook mee dat de leidend ambtenaar van het Departement Omgeving bij procedures voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen in bijna 9 op de 10 dossiers gelijk krijgt. Dat getuigt volgens de minister van een goed doordacht beleid, waarin de afweging om beroep aan te tekenen ten aanzien van de toepasselijke regelgeving zorgvuldig genomen wordt. Dat werd recent nog bevestigd door de Vlaamse Ombudsdienst in hun jaarlijkse rapport.
Efficiënte vergunningsverlening
De huidige afweging en de beoordeling binnen het beroepenkader van het departement gebeurt volledig binnen de krijtlijnen van het Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen. Ook het ontwerp van wijzigingsdecreet kadert binnen een bredere doelstelling om te komen tot een meer oplossingsgerichte en efficiënte vergunningsverlening.
Volgens Brouns biedt het beroepsrecht van adviesinstanties een waarborg dat de verenigbaarheid van vergunningsbeslissingen met de van toepassing zijnde sectorale belangen – zoals natuur, waterbeheer, mobiliteit of erfgoed – ook na de beslissing nog voldoende kan worden bewaakt. Dat draagt bij tot de kwaliteit, voorspelbaarheid en rechtsgeldigheid van de besluitvorming.
Voor zonevreemde functiewijzigingen die binnen het landbouwgebied worden aangevraagd, zegt Brouns dat het van belang is om te beoordelen wat de impact is van die functiewijziging op de normale bedrijfsvoering van landbouwbedrijven in de omgeving. Onderzocht moet worden of de site niet meer ingezet kan worden voor landbouwactiviteiten.
Het toestaan van een zonevreemde functiewijziging in een bepaald gebied vormt een mogelijke schakel in een keten van zonevreemde functiewijzigingen, waardoor de bedrijfsvoering van bestaande vergunde landbouwbedrijven in het gedrang kan komen. “De gevraagde aanpassingen zullen in lijn liggen met de beleidskaders van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) die op dit moment worden voorbereid”, zegt hij.





