Startpagina Akkerbouw

Chemische toolbox wordt aangevuld met alternatieven

Voor heel wat teelten zal de klassieke chemische toolbox in de toekomst veel minder breed worden. Dat betoogde Vlaams landbouwminister Jo Brouns (cd&v) op 14 juli in de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. Hij reageerde daarmee op een bedenking van commissielid Bieke Verlinden (Vooruit).

Leestijd : 3 min

Verlinden bedacht zich dat iedereen constant blootgesteld wordt aan een combinatie van stoffen via voeding, drinkwater en leefmilieu. Dat ontlokte haar de vraag hoe we ervoor zorgen dat we in de toekomst steeds minder chemische gewasbeschermingen nodig hebben. Preventie begint volgens haar op het veld. Daarom moeten landbouwers ondersteund worden om stap voor stap minder afhankelijk te worden van chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Residulimieten als essentieel onderdeel

Brouns vindt het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de discussie over de residulimieten en het gebruik en de afhankelijkheid van chemische gewasbescherming in de Vlaamse landbouw.

De residulimieten blijven een essentieel onderdeel van het voedselveiligheidskader. Ze zijn op het Europese niveau vastgelegd, gebaseerd op en onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek en worden opgevolgd via de bevoegde federale instanties.

Voor de controle op wettelijke residulimieten in voeding is er een bestaand federaal systeem via het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), waarop Vlaanderen zich baseert.

Mix van technieken

Minister Brouns zette verder uiteen dat de klassieke chemische toolbox in de toekomst zal aangevuld worden met een mix van alternatieve middelen en technieken. Daartoe behoren biocontrolemiddelen, mechanische en fysische beheersingstechnieken, waarschuwingssystemen, weerbare teelten en rassen met een veel hogere resistentie. Daardoor kan chemische gewasbescherming afgebouwd worden.

De vraag moet gesteld worden hoe de Vlaamse landbouw voldoende robuust kan gemaakt worden en de afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen structureel kan verminderd worden. Daarbij mogen zowel de voedselproductie als de teeltzekerheid en de economische leefbaarheid van land- en tuinbouwbedrijven niet uit het oog worden verloren.

Vlaanderen krijgt uitstekend rapport

Brouns vraagt ook, zeker in Vlaanderen, voldoende aandacht voor onze nicheteelten. Voor een bedrijf dat gewasbschermingsmiddelen produceert is het namelijk veel interessanter om aan productontwikkeling te doen voor grote teelten zoals granen, dan voor kleinere teelten zoals rabarber of kervel.

De minister keek even terug naar het najaar van 2025 toen Vlaanderen, en dus ook België, een audit kreeg van de Europese Commissie, waarin ook het IPM-beleid meegenomen werd. Vlaanderen kreeg een uitstekend rapport met als conclusie: ’In de landbouw stimuleert een uitgebreid certificeringssysteem landbouwers om alle beschikbare gewasbeschermingsmethoden zorgvuldig te beoordelen en te integreren, waardoor een brede toepassing van de IPM-principes, zoals beschreven in de Europese richtlijn, gegarandeerd wordt.’

Maar ook via andere instrumenten zet Vlaanderen al in op een reductie van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Het Strategisch plan bio stelt expliciet dat de biologische productie een drijvende kracht, koploper en voorbeeldfunctie blijft vervullen inzake duurzame gewasbescherming, innovatie en milieuzorg. Binnen het plan wordt verder ingezet op de ontwikkeling van de biosector door het delen van praktijkervaring en kennis rond preventieve maatregelen, robuuste teeltsystemen, teeltrotatie en andere landbouwkundige technieken die een inspiratiebron kunnen zijn voor de gangbare landbouw.

Duurzame alternatieven

Daarnaast voorziet het huidig gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in heel wat ecoregelingen en agromilieuklimaatmaatregelen die landbouwers stimuleren en ondersteunen om minder chemische gewasbescherming toe te passen. De ecoregeling rond mechanische onkruidbestrijding is daar een heel mooi voorbeeld van. Binnen de Gemeenschappelijke Marktordening wordt het gebruik van duurzame alternatieven zoals de inzet van natuurlijke vijanden ondersteund.

Via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) kunnen landbouwers steun krijgen om het middelengebruik verder te reduceren. Tot slot is er de kennisoverdracht via de kennisportefeuille voor vorming en advies en de vormingsplannen om landbouwers bij te scholen in nieuwe duurzame technieken. Bij de voorbereiding van het toekomstige GLB zal Vlaanderen blijven pleiten voor instrumenten die landbouwers ondersteunen bij de verdere verduurzaming van hun productie.

Fons Jacobs/TD

Lees ook in Akkerbouw

Meer artikelen bekijken