Aardappelgewas heeft het moeilijk door hitte en droogte
In hun nieuwsbrief van midden juli staat Viaverda stil bij de huidige situatie voor de aardappelen te velde. “De hitte hakt in op het gewas”, valt te horen bij teamleider aardappelen Ilse Eeckhout.

De frisse en ietwat natte eerste helft van juni ligt ondertussen ver achter ons. De laatste 3 weken is er zelfs geen regen gevallen en bleef de hitte aanhouden. Het aardappelloof lijdt dan ook onder deze omstandigheden, concluderen ze bij Viaverda.
Loof sterft af
De impact van de droogte en hitte is zeer goed merkbaar in de vroege en halfvroege rassen. Ilse Eeckhout wijst er op dat daar de vergeling en verdroging van het aardappelloof dagelijks toeneemt. “Vroege rassen hadden al niet veel loof, al wat bijkomend afsterft, maakt duidelijk een verschil.”
De situatie is ietwat gelijk voor de late rassen. Door de hoge temperaturen verdampen ze veel vocht, dat niet tijdig wordt aangevuld door opname uit de bodem. Als reactie hierop gaan de planten hun oudste bladeren, de onderste dus, opofferen en laten afsterven. Dat valt te zien aan de geelverkleuring. Ook in maïspercelen zien we momenteel dit verschijnsel.
Als de plant geen of minder bladeren heeft, wordt er minder zonlicht opgevangen en wordt de fotosynthese en verdere gewasproductie geremd. “Voor aardappelen, waarvan de knol voor het grootste deel uit water bestaat, is vocht dan ook de meest bepaldende factor voor de opbrengst”, bemerkt Ilse Eeckhout.
Beregenen noodzakelijk, maar aan banden gelegd
Beregenen noemt ze cruciaal om het aardappelgewas in leven te houden en door de hitte/droogte te loodsen. In alle Vlaamse provincies gelden ondertussen oppomp- of onttrekkingsverboden. In dit kader wijst Eeckhout op de mogelijkheid voor professionele gebruikers om water te onttrekken via de captatiepunten aan bevaarbare kanalen van De Vlaamse Waterweg. “Daarvoor is wel een vergunning of melding vereist (via www.vlaamsewaterweg.be).”
Aardappeltelers die kunnen en mogen beregenen, laten de haspels volop draaien. Wie dit niet kan of mag door onttrekkingsverboden of oppompverboden, moet toezien hoe het gewas verder kraakt. Diegene die beregenen, doen dit het best bij windstil weer (’s nachts). Ilse Eeckhout vestigt er wel de aandacht op dat beregenen, zorgt voor een lange bladnatperiode en dus infectiekans voor de aardappelplaag (en alternaria). “Behandel bij voorkeur tegen de aardappelplaag vooraf de beregening.”
Ze adviseert verder om de watergift af te stemmen op de opnamecapaciteit. Als stelregel haalt ze aan dat een beregeningsbeurt van 25 mm het gewas voorziet van vocht voor 5 dagen. Meerdere kleine watergiften zijn dus beter dan 1 grote gift.
Nog niet behandelen tegen alternaria
Viaverda collega Stany Vandermoere vult aan dat hun ‘Alternaria-ziektemodel’ momenteel de drempelwaarde voor een eerste bespuiting tegen alternaria nog niet overschrijdt. Afstervend aardappelloof en necrotische vlekken kunnen telers doen denken aan alternaria, maar veelal gaat het over ozonschade of andere fysiologische gebreken.
Een bespuiting tegen alternaria is momenteel niet aan de orde. Dit volgens Vandermoere zowel in vroege, halfvroege als late aardappelrassen.
Kans voor doorwas en maleïnehydrazide
Nog minder fijn aan de hoge temperaturen en het ontbreken van neerslag is de kans op doorwas. Door de hitte is gemerkt dat de bodemtemperatuur ter hoogte van het knolnest al voorbij de 25°C is gegaan. Hoe vaker dit gebeurt, hoe intenser de doorwasinductie. Hoe groot de mate van doorwas is, zal pas blijken als de groei van het gewas zich herneemt.
Hergroei/doorwas kan getemperd worden met de inzet van maleïnehydrazide en dit biedt in late rassen ondersteuning voor de latere kiemremming in de bewaring. Eeckhout hamert er op dat een toepassing van maleïnehydrazide enkel kan als de omstandigheden dit toelaten. “Minstens 80% van de knollen moet de sortering +35mm hebben. Hiernaast moet de temperatuur bij toepassing onder 25°C liggen en moet er voldoende sapstroom zijn om de actieve stof van het blad naar de knollen getransporteerd te krijgen. ”
Knollen onder voornoemde maatsortering, kleine knollen dus, worden door maleïnehydrazide té hard geremd in hun groei. Als de sapstroom onvoldoende is kan een behandeling met maleïnehydrazide wel eens de genadeslag betekenen voor de aardappelen. Dit middel moet dus weloverwogen ingezet worden. De medewerkers van Viaverda kunnen daarbij helpen. Hoe verder in het seizoen, hoe minder vitaal loof er is en hoe meer afgestorven stengels er zijn. Deze kunnen dus maleïnehydrazide niet meer transporteren in de plant en hoe moeilijker het dus wordt voor het welslagen van deze inzet.
Doornappel verwijderen
Inagro vestigt bijkomend de aandacht op het verwijderen van doornappel in aardappelvelden. Dit is een warmteminnende onkruidplant die nu terug zichtbaar wordt in het veld. “Trek doornappelplanten uit met handschoenen en verwijder ze volledig van het perceel. Laat de planten niet op het veld liggen. Ook na het uittrekken kunnen ze nog proberen zaden te vormen”, luidt het advies.
De veiligste aanpak is om de planten volledig te vernietigen, door ze mee te geven met het restafval. In veel gemeenten worden tijdens deze periode ook aparte containers voorzien op het recyclagepark waar doornappel veilig kan worden afgevoerd.
“Het maaien en composteren of zelf opbranden van doornappel heeft geen enkele zin”, voegen ze er bij Inagro aan toe. “De zaden blijven actief en kunnen enkel vernietigd worden in een professionele verbrandingsoven die hoger dan 1.000°C gaat.”





