Startpagina Granen

Wintergerst presteerde in 2026 iets minder goed dan vorig jaar

Eind juni - begin juli oogstte het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) zijn percelen wintergerst die aanlagen in het kader van het rassenonderzoek. Het huidige teeltseizoen was grotendeels vergelijkbaar met het vorige seizoen, maar kende een iets lagere opbrengst.

Leestijd : 8 min

Praktijkonderzoekers akkerbouw bij Inagro én coördinatoren van het LCG Bram Vervisch, Stephanie Debosschere en Jonas Claeys gaven ons duiding bij het verloop van het rassenonderzoek dit teeltseizoen. Dat rassenonderzoek werd gerealiseerd door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij van de Vlaamse overheid, in samenwerking met Inagro voor de proefplaats in Sint-Martens-Lennik en in samenwerking met het Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant voor de proefplaats in Bekkevoort.

Verder voerde Inagro het rassenonderzoek uit op de proefplaats Zuienkerke (in de kustpolder) en op de proefplaats Poperinge, samen met het Vrij Technisch Instituut Land- en Tuinbouw van Poperinge. PIBO-campus realiseerde het rassenonderzoek op de proefplaats Tongeren. Tot slot verrichte het Land- en Tuinbouwcentrum Waasland (LTCW), Biotechnische & Sport onderzoek op de proefplaats Sint-Niklaas.

Achttien rassen, waarvan 6 hybride

Er werden 18 rassen aangeboden door de zaadhuizen voor de proeven van het LCG-netwerk in het afgelopen seizoen: 12 klassieke rassen en 6 hybriden. Elf van de 12 klassieke rassen hebben tolerantie voor dwergvergeling. Dit zijn LG Zorica, Ovalie, Carrousel, KWS Chilis, Alienor, LG Zefira, KWS Futuris, Littoral, Integral, Maelys en Hopinel. Het enige klassieke ras zonder tolerantie voor dwergvergeling is Julia.

De hybride rassen zijn SY Loona, SY Galileoo, SY Chevioot, SY Colyseoo, SY Kestrel en SY Zoomba. Algemeen zijn de hybriden gevoelig voor het dwergvergelingsvirus. Nieuw dit seizoen is de genetica van de rassen SY Kestrel en SY Zoomba. Deze 2 hybriden zijn resistent voor het virus, wat betekent dat de ziekte zich niet kan vermenigvuldigen in deze rassen. Deze resistente rassen zouden een stap verder moeten gaan dan de bekende tolerante variëteiten. Dit seizoen zijn er bijgevolg 8 nieuwkomers in het netwerk: SY Chevioot, SY Kestrel, SY Zoomba, LG Zorica, KWS Chilis, Littoral, Maelys en Hopinel. Zoals elk jaar vergelijken we de gevestigde rassen met elkaar en verkennen we het potentieel van de nieuwkomers.

De getuigerassen zijn geselecteerd als de rassen die reeds 3 jaar of meer zijn beproefd: Alienor, Integral, Julia, SY Galileoo en SY Loona. De korrelopbrengst per ras wordt weergegeven in relatieve cijfers (%) ten opzichte van het gemiddelde resultaat van deze rassen. Volgens de coördinatoren van het proefveldonderzoek is het doel niet om je blind te staren op de absolute waarde (de kilogramopbrengst die een ras dit jaar haalde), maar om rassen onderling te vergelijken. Een relatief cijfer leent zich hier dus voor. We geven nog mee dat het rassenonderzoek uitsluitend zesrijige rassen omvatte. De raskenmerken vind je in tabel 1.

33-rassen in proef-01-web

Toegepaste teelttechniek

Het rassenonderzoek vond plaats onder praktijkomstandigheden. Alle proefvelden lagen op een zand-, leem- of zandleembodem; enkel in Zuienkerke op klei (kustpolder). De voorvrucht was wintertarwe in Bekkevoort en Sint-Martens-Lennik, winterveldbonen + grasland in Sint-Niklaas, cichorei in Tongeren, gele mosterd in Poperinge en spelt in Zuienkerke. De uitzaai gebeurde tussen 30 september en 10 oktober op de diverse locaties. De zaai van de rassen wintergerst verliep onder uitstekende omstandigheden.

De zaaidichtheden bedroegen 300 zaden/m2 voor de klassieke rassen op de locaties in Sint-Niklaas, Sint-Martens-Lennik, Poperinge en Bekkevoort, waar ze respectievelijk verlaagd werden tot 225 zaden/m2 (op de eerste 3 locaties) en 180 zaden/m2 in Bekkevoort voor de hybride rassen. In Tongeren lagen de zaaidichtheden iets lager, namelijk op 275 zaden/m2 voor de klassieke rassen en 206 zaden/m2 voor de hybriden. In de zware grond in Zuienkerke lagen ze dan weer iets hoger: op 350 zaden/m2 voor de klassieke rassen en 263 zaden/m2 voor de hybriden.

Zodra de gerst bovenkwam, voerden de partners van het LCG tellingen uit om de bladluisdruk te kunnen vaststellen. Op 14 oktober werd er voor het eerst geteld. Toen bleek al dat een goede opvolging inzake bladluizen aan te raden was. Dit advies bleef gelden gedurende heel de najaarscampagne. Door het zachte najaar was de bladluisdruk hoog.

Alle proefvelden kregen tijdens het vorige najaar een volledige insecticidebehandeling tegen bladluizen. De stikstofbemesting werd uitgevoerd na ontleding van een bodemstaal en bijbehorend advies. In Tongeren werd de bemesting in 3 fracties opgedeeld, in alle andere locaties in 2 giften.

Ziektedruk vergelijkbaar met 2025

2026 was een jaar met een algemeen lage ziektedruk, met proefgemiddeldes van 7,8 voor dwergroest en 7,5 voor vlekkenziektes op een schaal van 1 tot 9 (met 9 geen ziekte), wat vergelijkbaar is met 2025. Ten opzichte van een natter jaar, zoals 2024, ligt dat een stuk hoger. Toen bedroegen de proefgemiddeldes 7 voor dwergroest en 6,2 voor vlekkenziektes.

Op alle proeflocaties werd de groeiregulatie uitgevoerd via 2 afzonderlijke bespuitingen; enkel in Sint-Niklaas en Zuienkerke gebeurde dat via 1 be-spuiting. Op alle locaties werd er tussen 1 en 24 april gespoten, behalve in Zuienkerke (op 30 maart). De ziektebestrijding werd uitgevoerd op basis van de ziektedruk in de rassenproeven.

Verloop van het seizoen

Volgens de LCG-coördinatoren ontwikkelde de wintergerst zich bijzonder vlot in het afgelopen groeiseizoen. Daardoor was de aarzwelling op verschillende locaties eind april-begin mei al zichtbaar. Daarnaast versnelde de hittegolf eind juni de afrijping. Door die vroege ontwikkeling kon er vanaf 25 juni worden begonnen met dorsen. De oogst verliep onder goede omstandigheden. Tegen 1 juli waren alle proeven geoogst.

Op diverse locaties was de aarzwelling eind april-begin mei al zichtbaar. De hittegolf eind juni versnelde de afrijping.
Op diverse locaties was de aarzwelling eind april-begin mei al zichtbaar. De hittegolf eind juni versnelde de afrijping. - Foto: LCG

Hoge opbrengst op leemgrond

De gemiddelde opbrengst van de proeven bedroeg 10,9 ton/ha en lag algemeen hoog op de leemgrond, met uitschieters tot 12,6 ton/ha in Poperinge en 12,2 ton/ha in Sint-Martens-Lennik onder proefomstandigheden. Dit vertalen naar praktijkomstandigheden betekent zo’n 10 tot 15% hiervan aftrekken, omdat proeven geen invloed hebben van randeffecten van kopakkers of spuitsporen.

SY Colyseoo onderscheidt zich als het meest complete ras dankzij een combinatie van hoge en stabiele opbrengsten op alle bodemtypes met een sterke ziekteweerbaarheid. LG Zorica vertoont de tweede hoogste opbrengst en scoorde stabiel over alle locaties heen, enkel op zandgrond in Sint-Niklaas iets minder. De top 3 wordt vervolledigd door SY Galileoo, een hybride.

De variëteiten met de hoogste opbrengst scoorden dit seizoen doorgaans ook goed op ziekteweerbaarheid. Vier van de 5 best presterende rassen combineren beide eigenschappen. Alleen KWS Chilis vormt hierop een uitzondering. Op kleigrond presteerden vooral Littoral (110%), Hopinel (108,5%), LG Zorica (106,3%), Maelys (105,7%) en KWS Futuris (105,3%) goed.

Basis voor de rassenkeuze

Bij de rassenkeuze zijn, voor wat de korrelopbrengst betreft, volgende criteria belangrijk: de regelmatigheid van het ras over de verschillende proefplaatsen binnen hetzelfde jaar en de regelmatigheid van het ras over meerdere jaren.

Om het opbrengstpotentieel van een ras correct te kunnen evalueren, is het noodzakelijk om de resultaten over meerdere proefjaren te bekijken. De opbrengstcijfers van één jaar zijn namelijk eigen aan de groei- en klimaatomstandigheden van het betreffende jaar.

Het meerjarige gemiddelde van een ras is betrouwbaarder naarmate de korrelopbrengst van het ras over de jaren stabieler is. Naast het opbrengstpotentieel is het interessant om ook andere factoren in overweging te nemen, zoals vroegrijpheid, ziektegevoeligheid, strolengte en kwaliteitsparameters bij de oogst.

Risicospreiding

In functie van het uit te zaaien areaal wintergerst is het daarnaast aan te raden om meerdere rassen te kiezen, om zo aan risicospreiding te doen. De proefresultaten leren dat het opbrengstpotentieel van rassen wisselend kan zijn in functie van het perceel en het jaar. De perceels- en jaarverschillen kunnen zeer groot zijn.

Er wordt ook vastgesteld dat, naargelang de vroegrijpheidsklasse (vroege tegenover late rassen), de resultaten wisselend kunnen zijn tussen de jaren. Hetzelfde wordt ook vastgesteld met de zaaidatum (vroege tegenover late zaai). Om dit te ondervangen, is spreiding van de rassen in vroegrijpheid aan te bevelen en bij de zaai ook spreiden in zaaidatum. Dit alles moet je uiteraard ook bekijken met de mogelijkheden op perceelsniveau.

In functie van het uit te zaaien areaal wintergerst is het aan te raden om meerdere rassen te kiezen, om zo aan risicospreiding te doen.
In functie van het uit te zaaien areaal wintergerst is het aan te raden om meerdere rassen te kiezen, om zo aan risicospreiding te doen. - Foto: LCG

Prestaties in 2026

De prestaties van de wintergerst in het rassenonderzoek van 2026 vind je in tabel 2. Daar zijn de resultaten ingedeeld in 2 groepen: ‘tot 5% boven het gemiddelde’ en ‘tot 5% onder het gemiddelde’.

33-rassen in proef-02-web

Figuur 1 geeft dan weer de resultaten over meerdere proefjaren weer. Leuk is dat de best presterende groep ook het meest aantal variëteiten telt. Nog opmerkelijker is dat 2 van de 3 best presterende rassen in de top 3 hybriden zijn. De top 10 bestaat bijna voor de helft uit hybride variëteiten.

Figuur 1: Rassenproeven zesrijige wintergerst meerdere proefjaren. Korrelopbrengst (in %). Rangschikking van de rassen naar dalende gemiddelde productiviteit per groep proefjaren (met T: tolerant dwergvergelingsvirus, R: resistent dwergvergelingsvirus en H: hybride)
Figuur 1: Rassenproeven zesrijige wintergerst meerdere proefjaren. Korrelopbrengst (in %). Rangschikking van de rassen naar dalende gemiddelde productiviteit per groep proefjaren (met T: tolerant dwergvergelingsvirus, R: resistent dwergvergelingsvirus en H: hybride) - Bron: LCG

Kijken we naar de gemiddelde opbrengst over alle rassen heen, dan scoort de proeflocatie in Poperinge met 12.597 kg/ha het best, gevolgd door die in Sint-Martens-Lennik (12.205 kg/ha) en in Bekkevoort (11.036 kg/ha). Tussen de hoogste en de laagste gemiddelde opbrengst op de 6 proeflocaties was er een verschil van 1.815 kg/ha merkbaar. Dat is bijna het dubbele van vorig jaar (909 kg/ha), maar toen werden er van de 6 proeflocaties slechts 2 weerhouden (Sint-Martens-Lennik en Zuienkerke). Die scoorden toen met een gemiddelde opbrengst van respectievelijk 12.766 kg/ha (Sint-Martens-Lennik) en 11.857 kg/ha (Zuienkerke) in lijn met de toppers van dit jaar.

Bekeken over de diverse locaties, zijn de verschillen tussen de rassen dit jaar vrij groot, zeker in vergelijking met vorig jaar. Toen zorgden de weersomstandigheden voor een ‘uitvlakking’ in de cijfers, al vielen er toen uitzonderingen vast te stellen.

Andere parameters

De korrelopbrengst zegt echter niet alles van een ras. Zoals we eerder in dit artikel aanhaalden, moet je nog meerdere parameters mee in rekening brengen bij de rassenkeuze. Daarvoor verwijzen we naar tabel 3.

Het hectolitergewicht van de wintergerst bedraagt gemiddeld over alle rassen en proefplaatsen 66,7 kg in 2026. Dat is minder dan vorig jaar (71,2 kg), maar meer dan in 2024 (64,1 kg). Twee rassen springen erbovenuit met een hoog hectolitergewicht: SY Chevioot en Maelys. Drie rassen halen een tamelijk hoog hectolitergewicht, namelijk Carrousel, SY Loona en SY Kestrel. Ze worden gevolgd door SY Zoomba, Integral, SY Colyseeo en Ovalie, die dit jaar een gemiddeld hectolitergewicht lieten zien. Daarna volgen 3 rassen met een tamelijk laag hectolitergewicht: LG Zorica, Littoral en Alienor. Tot slot zijn er nog 6 rassen die een laag hectolitergewicht laten noteren: KWS Futuris, KWS Chilis, Hopinel, SY Galileoo, LG Zefira en Julia.

Het vochtgehalte van de wintergerst bij de oogst bedraagt gemiddeld over alle rassen en proefplaatsen 12,4% in 2026, tegenover 11,9% in 2025 en 12,3% in 2024. De resultaten van de individuele rassen kan je nalezen in tabel 3.

33-rassen in proef-03-web

De lengte van het stro wordt op het einde van het seizoen gemeten van grond tot aar. Op elke locatie zijn er groeiregulatoren toegepast volgens regionale landbouwpraktijk. De gemiddelde strolengte over alle rassen en proefplaatsen is 92,4 cm in 2026. In 2025 was dit 86,3 cm en in 2024 88,0 cm. Tabel 3 geeft de strolengte van elk ras gemeten in 2026 weer.

In het afgelopen seizoen was er een beperkte legering merkbaar. De waarden liggen dus zeer dicht bij elkaar. Vrij tolerant voor legering waren 12 rassen: SY Chevioot, SY Loona, SY Colyseeo, SY Zoomba, KWS Chilis, Julia, SY Kestrel, Littoral, Carrousel, KWS Futuris, Hopinel en Maelys. Tot slot zijn er 3 variëteiten die zich deze oogst tolerant voor legering toonden: Integral, Alienor en SY Galileoo.

Net als in de proefvelden werden er in praktijkomstandigheden vrij hoge wintergerstopbrengsten behaald.
Net als in de proefvelden werden er in praktijkomstandigheden vrij hoge wintergerstopbrengsten behaald. - Foto: TD

Ziektegevoeligheid

Tot slot blijkt uit de proefveldresultaten van het LCG over de rassenproef wintergerst 2026 nog dat de rassen die het minst gevoelig zijn voor dwergroest dit jaar zijn: SY Chevioot, SY Loona, SY Colyseoo, LG Zorica, Carrousel, LG Zefira, SY Zoomba, Alienor en KWS Futuris. Het gevoeligste ras bleek KWS Chilis te zijn.

De rassen die het minst gevoelig zijn voor blad- en netvlekkenziekte zijn SY Chevioot en SY Colyseeo. Het ras dat het gevoeligst was voor blad- en netvlekkenziekte was in 2026 opnieuw KWS Chilis.

Een meerjarige beoordeling inzake ziektegevoeligheid is zeker aangewezen. Daarvoor kan je je richten tot de medewerkers van het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen of via www.lcg.be.

Jan Van Bavel

Lees ook in Granen

Wisselvallige opbrengsten in wintergerst

Granen De wintergerstoogst van het seizoen 2026 is vroeg begonnen. Vanaf half juni werd al op veel plaatsen gedorst. De hittegolf van eind juni versnelde de afrijping in het veld. Alle gerstproeven van Inagro (in West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant) en van de andere LCG-partners PIBO (in Limburg) en Praktijkpunt Landbouw (Vlaams-Brabant) werden eind juni geoogst.
Meer artikelen bekijken