Ook na 125 jaar mikt Arvesta op groei en innovatie
In een jaar met een bijzondere verjaardag voor Arvesta komt tijdens het jaarlijkse gesprek met CEO Niek Depoorter het activiteitenrapport eens op de tweede plaats. Depoorter keek met ons terug op 125 jaar geschiedenis, maar hij blikt ook vol vertrouwen vooruit. 125 jaar na de oprichting blijft Arvesta immers investeren in innovatie en duurzame groei voor de landbouw van morgen.

Niek Depoorter is zelf intussen al 30 jaar aan de slag bij Arvesta. 2026 is zijn derde jaar als CEO van dit toonaangevende bedrijf in de brede land- en tuinbouwsector, dat dankzij meer dan 200 Aveve-winkels ook erg bekend is bij particulieren.
Boeiende geschiedenis ten dienste van de landbouw
Niek Depoorter heeft intussen een loopbaan van 30 jaar bij Arvesta (vroeger Groep Aveve), maar het is slechts een fractie binnen de 125 jaar geschiedenis van het bedrijf.
“Ter gelegenheid van deze mijlpaal hebben we enkele scharniermomenten op een rijtje gezet. Dit bedrijf startte 125 jaar geleden vanuit een coöperatieve gedachte. Een van de stichters van landbouworganisatie Boerenbond, priester Jacob-Ferdinand Mellaerts, stond in 1901 ook aan de wieg van A.V.V. of de Aankoop- en Verkoopvennootschap. Deze vennootschap met coöperatieve gedachte moest arme boeren ondersteunen bij de aankoop en verkoop van hun producten. Het doel was om hen te versterken, om betere toegang te geven tot inputs, om kennis te delen én om samen sterker te staan in de markt.” Depoorter maakt onmiddellijk de link met Arvesta’s huidige baseline
Tussen beide wereldoorlogen zette A.V.V. de stap naar eigen productie én ontwikkeling van zaden. Een belangrijke mijlpaal was onder meer de bouw van de fabriek van Merksem in de jaren 20. In de jaren 50-60 moderniseerde de veevoedersector sterk. De nieuwe site in Landen stond in het teken van vermeerdering en productie van zaden. “We deden er toen al selectie naar variëteiten die geschikt waren voor ons klimaat en onze bodems.” Door de groei bestond in de jaren 60 de nood aan een bijkomende veevoederfabriek in Aalter.

Voor de Depoorter waren er ook in de jaren 70-80 mijlpalen. “Het letterwoord A.V.V. maakte plaats voor het bekende acroniem Aveve. Het bedrijf stond ook meer en meer op eigen benen, naast de landbouworganisatie. In die periode kregen we ook oog voor de ‘gewone’ consument. Zo zag het eerste tuincentrum in 1976 het levenslicht in Kampenhout. Vandaag de dag maken nog steeds vele zaakvoerders de combinatie van een gespecialiseerd agrarische centrum, gericht naar landbouwers, met een winkel.”
Er volgde voor Aveve een periode van verbreding, met onder meer het merk John Deere, professionalisering en groei. Tussen 1990 en 2000 werden enkele belangrijke acquisities gedaan. Denk daarbij aan Hortiplan en Hermoo in de tuinbouw en fruitsector, en aan veevoeders Lebrun en Brichart, met dus een nadrukkelijke versterking in het zuiden van het land en ook in Frankrijk.
Vanaf 2000 werd gekozen voor een duidelijke focus op de kernactiviteit. “We bleven in die periode nog investeren, maar ook desinvesteren. Met de verbreding van de voorgaande jaren waren we immers wat te ver van onze corebusiness afgeweken. Daarom verkochten we onder meer Ensysta, een engineeringafdeling, en Covee, winkels met diepvriesproducten. Anderzijds kochten we toeleverancier Sanac en veevoeders Dumoulin.”
Nieuwe naam en aanpak
De toenmalige Groep Aveve bestond dus uit een rist zelfstandig opererende bedrijven, die werden aangestuurd vanuit de holding in Leuven. “In de periode 2016-2017 voelden we aan dat het tijd was voor meer synergie. En dat gebeurde in 2018 met een nieuwe aanpak en een nieuwe naam: Arvesta. De baseline Stronger together benadrukt dat de verschillende divisies en merken elkaar versterken en samen focussen op de markt. Arvesta is geen groep van losstaande bedrijven met verschillende activiteiten, maar een organisatie met gemeenschappelijke doelstellingen.”
Er volgde tussen 2020 en 2023 een sterke acquisitiegolf, met meer nadruk op internationalisering. Arvesta kocht onder meer het Nederlandse Van der Hoeven, een heel sterke speler in greenhouse tech, veevoederadditieven Palital, de Franse graanhandel Vaesken en het Belgische luik van veevoeders ForFarmers. “Deze overnames waren best wel een uitdaging”, stelt Depoorter. “Vandaag de dag kijken we nog steeds naar overnamemogelijkheden, maar allereerst willen we wel focussen op organische groei en op duurzame innovaties. We willen onze bestaande entiteiten versterken en productiever laten worden.”
Coöperatieve gedachte houdt stand
En zo belandden we na een vogelvlucht van 125 jaar in het heden. “De rode draad door onze lange geschiedenis is toch wel die coöperatieve gedachte, die we ook vandaag de dag binnen de huidige structuur nastreven”, stelt Niek Depoorter. “We willen een meerwaarde betekenen voor de land- en tuinbouwers. Dat is nog steeds onze missie en de leidraad van onze activiteiten. Ondanks die buitenlandse acquisities blijft trouwens ook onze lokale verankering belangrijk. 70% van onze activiteiten gebeurt in België. Die internationale aankopen moe(s)ten dan ook steeds (on)rechtstreeks een meerwaarde voor onze Belgische activiteiten betekenen.
Sinds ons ontstaan veranderde er natuurlijk heel wat binnen ons bedrijf. We ervaren dat de landbouwsector nu heel hard in beweging is, maar dat was zeg maar 50 of 30 jaar geleden ook het geval. Arvesta heeft zich voortdurend aangepast aan de landbouwmarkt én aan de noden van onze klanten. Op die manier waren en zijn we steeds klaar voor de toekomst.”
Groene cijfers voor landbouwactiviteiten
Depoorter duikt met ons nog in het activiteitenrapport van 2025. Arvesta telt 2.300 medewerkers of experts in the field, zoals Depoorter hen graag omschrijft, en meer dan 40 merken verdeeld over de 4 bedrijfstakken Agri&Horti, Animal Nutrition, Retail en Greenhouse Tech.
We overlopen de resultaten van de sectoren meer in detail. “In de tak Animal Nutrition werd in 2025 een hoger volume, namelijk 1,8 miljoen ton, gerealiseerd. Ondanks de moeilijkheden in de grondstoffenmarkt, met onder meer duurdere voorraden en dalende prijzen en markten, ben ik blij met de hogere omzet. Bij de professionele voeders voor rundvee en pluimvee hebben we marktaandeel gewonnen. Wetende dat de mengvoedermarkt consolideert, is dat een mooi resultaat. De prijs-kwaliteitsverhouding van onze voeders zat duidelijk goed. De hobbyvoeders zijn een vrij stabiele markt en de additieven, de derde pijler binnen Animal Nutrition, zijn een absolute groeipool.”
Ook in de plantaardige sector Agri&Horti kleurden de cijfers vorig jaar groen. “De situatie op het veld was in 2025 beter dan in het voorgaande jaar. Dit had een gunstige impact op de verkoop van zaden en meststoffen. In de internationale machinewereld zien we al enige tijd een crisis, zowel voor nieuwe machines als op de tweedehandsmarkt. Dat speelt ook bij ons.”
Retail blijft scoren
De retailtak scoorde in 2025 opnieuw heel goed. “We hebben nogmaals marktaandeel gewonnen ten opzichte van sommige internationale spelers. En wat voor mij minstens even belangrijk is, is dat de klantentevredenheid zeer goed blijft. We zijn al voor de 18de opeenvolgende keer ‘Beste Winkelketen’ in de categorie tuin en dier en voor de 3de keer ‘Beste Webshop’. Onze ‘Net Promoter Score’ steeg verder door naar 80%, wat wijst op die sterke klanttevredenheid en loyaliteit. Onze eigen winkels en franchisenemers besteden veel aandacht aan klantgerichtheid en dat loont!”
Impact van gewijzigde handelstarieven
De voorbije jaren kenden de internationale projecten in de glastuinbouw een enorme groei. 2025 was echter heel moeilijk voor Greenhouse Tech, sinds begin dit jaar de vierde bedrijfstak van Arvesta. “Net als in de machinemarkt is zo’n project een investeringsbeslissing. Voor de greenhouse-projecten zijn we vooral gefocust op het buitenland, zelfs voornamelijk buiten Europa, omdat daar heel wat groeikansen bestaan. En als je weet dat het Midden-Oosten en de Verenigde Staten zeer belangrijke markten zijn voor ons, dan kun je begrijpen dat de sterk verhoogde handelstarieven die president Trump begin vorig jaar lanceerde, een grote shock betekenden. Het heeft een aantal investeerders doen panikeren. Diverse investeringsbeslissingen werden stopgezet of uitgesteld. Gelukkig zien we dat er op dat vlak enige ‘gewenning’ ontstaat, de uitgestelde investeringen werden dit jaar terug opgepikt. Voor ons is dat belangrijk, aangezien het een markt is met zeer veel mogelijkheden. We willen onze positie in de top 3 wereldwijd zoveel mogelijk versterken. We zetten dan ook enorme stappen met onze technologie en we onderzoeken uitbreidingsmogelijkheden met bijkomende teelten.”
Investeren in de toekomst
De CEO is positief over het boekjaar 2025. “De geconsolideerde omzet lag met 1,84 miljard euro op een gelijkaardig niveau als in 2024 (1,9 miljard euro). De groei in onze corebusiness-markten stemt me tevreden. Wel zijn, zoals aangehaald, de investeringsgoederen zoals de machines en hightech glasserres aandachtspunten. Onze kosten bleven in 2025 echter behoorlijk onder controle, wat gunstig is in het kader van de gestegen inflatiekosten.”
De rode draad door onze geschiedenis is de coöperatieve gedachte
Dankzij die efficiënte aanpak van de kosten kan en zal Arvesta zijn investeringsplannen aanhouden. “Zoals de voorgaande jaren aangekondigd, blijven we jaarlijks 40 tot 50 miljoen euro investeren in toekomstgerichte projecten”, benadrukt Depoorter. In 2025 werd bijvoorbeeld Nuverta, de innovatieve eiwitinstallatie in Mettet, gelanceerd. Hier produceert Arvesta plantaardige eiwitten uit lokale gele erwten in het kader van meer autonomie in de eiwitvoorziening. De fabriek wordt dit jaar verder afgewerkt. Depoorter haalt nog enkele voorbeelden aan, zoals de investering van 5 miljoen euro in de butyrateninstallatie van Palital (n.v.d.r. butyraten in diervoeders hebben een gunstig effect op de darmwerking en zijn dus weerstandverhogend). Arvesta ziet ook heil in de teelt van miscanthus, een robuuste meerjarige teelt die weinig meststoffen en gewasbescherming vergt en die veel toepassingen kent. Een ander voorbeeld is RootWave voor een zeer selectieve elektrische onkruidbestrijding. “De lancering van deze machine wordt financieel ondersteund door het Agri Investment Fund (AIF). Ik zit in het investeringscomité van AIF en bekijk welke lanceringen interessant kunnen zijn voor de landbouw van de toekomst. Om deze nieuwe technieken laagdrempelig te houden, werkt Arvesta in dit geval via een huurformule. Zo kunnen onze klanten snel toegang krijgen tot nieuwe technieken.”
Binnen de retail zet Arvesta in op de uitbreiding van zowel de e-commerce als de fysieke winkels. Depoorter mikt op verdere expansie met 2 à 3 nieuwe vestigingen per jaar. Daarnaast zullen heel wat Aveve-winkels de komende jaren een grondige renovatie ondergaan.
Arvesta besteedt jaarlijks ook een groot budget aan de voortdurende verbetering en beveiliging van de IT-systemen. “Verbetering van onze eigen processen en systemen verhoogt onze efficiëntie. Daarnaast werken we verder aan nieuwe digitale oplossingen voor onze landbouwers. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Fertiguide-app voor een optimale meststofgift en een goede bodemgezondheid. We investeren ook erg veel in cybersecurity, aangezien we veel met data werken. Die beveiliging is noodzakelijk.”
Langetermijnvisie behouden
Depoorter benadrukt dat Arvesta ook in de toekomst op de ingeslagen weg verdergaat. “We bestaan 125 jaar… en we willen nog een hele tijd verdergaan. We kunnen tevreden zijn over wat er gerealiseerd is, maar we moeten als Arvesta een onderbouwde langetermijnvisie blijven behouden. We hebben vandaag de dag te kampen met allerhande uitdagingen en de politieke (wereld)leiders helpen daar helaas niet bij. Daarom is het erg belangrijk dat we dat stevige fundament hebben. Goede wortels zijn immers belangrijk als er harde windstoten opduiken”, formuleert Depoorter met de nodige beeldspraak.
Innovatie en kostenefficiëntie blijven dus ook in de toekomst centraal staan bij Arvesta. “Zo zullen we enkel investeren in projecten als ze ook rendabel blijken voor de land- en tuinbouwers, dus voor onze klanten. Het is daarom belangrijk om vanuit onze sterktes verder te evolueren en te bouwen aan een landbouwsector die zowel ecologisch als duurzaam is.”





