Belangrijke punten voor een goed begin van de winterkoolzaadteelt
Nu de uitzaai van winterkoolzaad eraan komt of op sommige plaatsen al gestart is, wijst Mathijs Hast, onderzoeker aan het Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant, graag op enkele belangrijke punten om de teelt goed te starten.

Een geslaagde teelt begint met koolzaad dat een goede opkomst kent. “Want goed begonnen is half gewonnen”, stelt Mathijs Hast.
Vruchtafwisseling en rotaties
Let op met koolzaad in rotaties waarin andere gewassen uit de kruisbloemigenfamilie (rammenas, mosterd…) voorkomen. Opletten geblazen is het ook met amarantachtigen (bieten, quinoa, spinazie…). Beide families zijn immers gastheer van dezelfde soorten aaltjes.
Koolzaad is daarnaast gevoelig voor sclerotinia. Wees voorzichtig op percelen waarop andere gevoelige gewassen (zonnebloem, vlinderbloemigen, wortelen, witloof, bieten) in het verleden al aantasting vertoonden.
Goede praktijken voor de winter
“Er zijn enkele goede praktijken om met de gewenste standdichtheid de winter in te gaan. Zaai daarom op ongeveer 2 cm diepte, en zaai zeker niet dieper dan 4 cm. De kleine zaden komen anders moeilijk boven,” raadt Mathijs Hast aan.
Ideaal is om in een droge bodem te zaaien vlak voor een regenbui van zo’n 7-10 mm. De onderzoeker wijst er ons op dat de kleine zaden slechts een beperkte hoeveelheid vocht bevatten en daarom niet lang in te droge omstandigheden kunnen overleven. Gezien de regenbuien van eind augustus, zullen de bodems niet te droog zijn om in te zaaien. We hebben het deze periode al anders gekend.
Daarnaast geeft Mathijs Hast aan om niet te dik te zaaien. “Bij het uitkomen van de winter wil je 20-35 planten per m² hebben. Bij hogere densiteiten krijg je een hoop smalle stengels die elk maar weinig zaad zullen dragen. Te veel planten is bij koolzaad nadeliger dan te weinig planten.”
De ideale zaaihoeveelheid hangt af van het zaaitijdstip, bodemtype en de rijafstand. Meestal worden 40 à 60 korrels per m² uitgezaaid, afhankelijk van het duizendzadengewicht komt dit overeen met 2,5 à 3 kg. Verder luidt het advies om in een zaaibed met kluiten van ongeveer 2 cm dik te zaaien. “Fijnere kluiten kunnen leiden tot verslemping en kunnen het koolzaad versmoren bij veel neerslag, dikkere kluiten vergroten het risico op slakkenschade. Zaai tevens niet te laat op het seizoen. Dan kan het koolzaad te klein de winter ingaan, waardoor het risico op duivenschade (vraatschade) vergroot.”
Gebruik een vroeg ras
Een gouden tip om schade door de koolzaadglanskever in het voorjaar te beheersen die onderzoeker Hast meegeeft, is om bij het ‘opbrengstras’ dat je wil uitzaaien een vroegbloeiend ras te mengen. In het voorjaar worden de kevers aangetrokken door het vroegbloeiende ras en vermijd je grote schade bij je opbrengstras of standaardras dat toch voor de opbrengst moet zorgen. Een hoeveelheid van 1% van het vroegbloeiende ras toevoegen, is voldoende om het effect te bereiken.
Sommige zaadleveranciers bieden hun zaaizaad aan in een mengsel waarin een vroeg ras is voorgemengd. Vraag voldoende info op bij de bestelling van je zaaizaad, of bestel apart en meng zelf.
Het uiteindelijke doel van voornoemde ‘kunstgreep’ is om de insecticidebehandeling weg te laten. “Minder werk, minder kosten, minder zorgen voor de landbouwer met eigenlijk een erg simpel trucje”, stelt Mathijs Hast vast.
Raskenmerken zijn van belang
Voor wie zijn hoofd nog moet breken over het kiezen van een specifiek ras, weet dat elk ras zijn specifieke eigenschappen heeft. De rassen die in Vlaanderen verkocht worden, zijn grotendeels dezelfde als die op de Franse markt. De resultaten van die Franse rassenproeven en de karakteristieken zijn terug te vinden via de website van het LCG (Landbouwcentrum Granen Vlaanderen) via www.lcg.be. Ook uit Wallonië, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk is info over rassen beschikbaar. Medewerkers van het Praktijkpunt Landbouw en het LCG helpen je graag bij de rassenkeuze.
Een aandachtspunt bij de rassenkeuze dat ze naar voor schuiven, is de gevoeligheid voor stengelstrekking in het najaar. “Geef indien je vroeg zaait of een grote beschikbaarheid van stikstof verwacht de voorkeur aan rassen die weinig gevoelig zijn aan het oprichten voor de winter. Zo vermijd je vorstschade”, adviseert Hast.
“Geef hiernaast de voorkeur aan rassen die beter bestand zijn tegen de courante ziekten. In koolzaad kan je de ziektebestrijding achterwege laten door robuuste rassen te kiezen.”
Verdere teeltzorgen
In koolzaad vindt de onkruidbestrijding meestal plaats in het najaar. Na de winter herneemt in het voorjaar koolzaad snel zijn groei, waardoor het veld tijdig dichtgroeit en opkomende onkruiden onderdrukt worden. In het najaar zijn er zowel mechanische als chemische mogelijkheden om het onkruid aan te pakken.
Enkel in zeer uitzonderlijke gevallen is groeiregulatie in het najaar nodig om te vermijden dat het koolzaad te groot de winter ingaat. Op deze noodzaak kan ingespeeld worden door rekening te houden met de zaaidichtheid, het zaaitijdstip en het ras.
In het najaar kan het nodig zijn om slakken te bestrijden via het strooien van slakkenkorrels. Soms is het voldoende als enkel de buitenrand van het perceel wordt gedaan, om te verhinderen dat de slakken naar het midden migreren.
Behandel niet te snel tegen aardvlooien
Na de zaai zul je op de jonge planten al snel aardvlooien zien verschijnen, maar behandel hier niet te snel tegen, is het advies van Mathijs Hast. “Een behandeling is gerechtvaardigd zodra 8 op de 10 planten vraatschade vertonen en ten minste 25% van het bladoppervlakte is weggegeten. Pas het middel toe in de avond, aangezien de volwassen aardvlooien het actiefst zijn in het begin van de nacht.”





