Startpagina Actueel

Genderongelijkheid in de landbouw: “Vrouwen hebben nog steeds een ondergewaardeerde rol”

Vrouwen leveren een essentiële bijdrage aan de sector, maar worden nog steeds geconfronteerd met genderongelijkheid, beperkte erkenning en structurele drempels. Dat blijkt uit een bachelorproef van student Falke Gillissen van de Odisee-hoge-school, gebaseerd op een enquête bij meer dan 100 vrouwelijke landbouwers uit Vlaanderen en Nederland. “Vrouwen hebben meer waardering, zichtbaarheid en ondersteuning nodig om hun positie te kunnen verbeteren”, zegt ze.

Leestijd : 6 min

Falke Gilissen is student Agro- en Biotechnologie in de afstudeeroptie Dierenzorg aan de Campus Sint-Niklaas van de Odisee-hogeschool. Voor haar bachelorproef ‘De rol van de vrouw in de landbouw doorheen jaren’ onderzocht ze de historische evolutie en de huidige rol en positie van vrouwen in de landbouw. Het onderwerp past mooi binnen het ‘Internationale Jaar van de Vrouwelijke Landbouwer’ (IYWF 2026).

Persoonlijke band met landbouw

Falke koos dit onderwerp voor haar bachelorproef omdat ze zelf opgroeide op en rond boerde-rijen in Gulpen-Wittem, een gemeente in Nederlands-Limburg, dichtbij de Voerstreek. “Verschillende van mijn vrienden zijn actief in de landbouwsector en zelf werk ik op een schapenbedrijf in Epen. Dat bedrijf wordt al jaren geleid door een vrouw”, vertelt ze. “Vaak spelen vrouwen een centrale, maar soms onderschatte rol op het bedrijf. De bachelorproef gaf me de kans om een onderwerp te verkennen waar ik een persoonlijke band mee heb.”

Uit het onderzoek van Falke blijkt dat de positie van vrouwen in de landbouw de voorbije decennia is verbeterd, maar nog niet volledig gelijk is aan die van mannen. Ze botsen vooral op de moeilijke combinatie van werk en gezin, op een gebrek aan erkenning en op fysiek zwaar werk.

Onmisbare schakel

Vrouwen vormen al eeuwenlang een onmisbare schakel binnen landbouwbedrijven. In de bachelorproef schetst Falke de rol van vrouwen door-heen de geschiedenis, en meer specifiek in België en Nederland. Genderongelijkheid bleek daarin een vast stramien. “Vrouwen stonden – en staan nog steeds – niet gelijk aan mannen. Ze kregen minder betaald voor dezelfde arbeid, beschikten niet over dezelfde status en hetzelfde respect en als werkkracht werden mannen verkozen boven vrouwen”, aldus Falke.

Intussen wordt slechts 28,7% van de landbouwbedrijven in de Europese Unie uitgebaat door vrouwen, zo blijkt uit een studie uit 2019 over de genderkloof in de landbouw. Bedrijven die geleid worden door vrouwen zijn over het algemeen kleiner, voeren minder vaak kapitaalintensieve activiteiten zoals veeteelt uit en realiseren een lagere totale opbrengst dan bedrijven onder mannelijk beheer. Vrouwen leggen doorgaans de focus op meerdere eindproducten, vaak gewassen gecombineerd met veeteelt.

Op een boerderij in Walcheren rijdt een vrouw met de tractor, terwijl haar man de prinsessenbonen op de kar laadt. Foto uit 1991.
Op een boerderij in Walcheren rijdt een vrouw met de tractor, terwijl haar man de prinsessenbonen op de kar laadt. Foto uit 1991. - Foto: ZB Beeldbank Zeeland

Nog steeds gediscrimineerd

Wereldwijd zorgen vrouwen voor een aanzienlijk aandeel van de voedselproductie, vaak geschat rond 43%. Maar dit cijfer houdt geen rekening met de vrouwen die meewerken en die niet als bedrijfs-hoofd geregistreerd zijn. “Vrouwen in de landbouw worden nog steeds gediscrimineerd. Ze krijgen moeilijker toegang tot land, kapitaal en machtsposities”, zegt Falke. “Maar boerinnen zijn de motoren van verandering. Zo spelen ze een grote rol in duurzame landbouw. Ze werken vaak hard, met minder beschikbare grondstoffen en hulpmiddelen.”

Breed takenpakket

Vrouwelijke landbouwers combineren nog steeds een uitzonderlijk breed takenpakket. Zo geeft 90% van de bevraagde vrouwen aan productie- en dierverzorgingstaken uit te voeren. Verder voert 70% zorggerelateerde taken uit en 65% administratie en bedrijfsvoering. De ondervraagden gaven aan dat ze minder taken verrichten rond verkoop, marketing, sociale media, innovatie en diversificatie.

Erkenning als volwaardige landbouwer

Uit het onderzoek – met respondenten uit diverse leeftijdscategorieën – blijkt dat veel actieve vrouwelijke landbouwers hetzelfde werk doen als mannen, maar zich niet altijd op dezelfde manier erkend voelen. Slechts 53% van de respondenten voelt zich door haar omgeving gezien als een volwaardige landbouwster. Circa 34% voelt zich gedeeltelijk erkend, 11% helemaal niet. “Veel deelnemers gaven aan dat ze te vaak worden gezien als ‘de vrouw van’ of ‘de dochter van’ en niet als boerin”, zegt Falke. “De man wordt dikwijls ook nog altijd gezien als de ondernemer en het bedrijfshoofd. Vrouwen worden daarentegen vaak gezien als ondersteunende krachten, waarbij bovendien wordt aangenomen dat ze over minder kennis beschikken.”

Genderongelijkheid ervaren

Die beperkte erkenning vertaalt zich ook in andere cijfers. Op de vraag ‘Heeft u ooit het gevoel gehad dat u meer moeite moest doen dan mannen om erkenning te krijgen?’ gaf 56,2% aan eerder of volledig akkoord te gaan met de stelling. 58% van de respondenten stelde dan weer genderongelijkheid te hebben ervaren. Daartegenover zegt 41,9% geen ongelijke behandeling te ondervinden ten opzichte van mannelijke collega’s. Sommige van deze deelnemers gaven wel aan dat ze zichzelf wel vaak moeten bewijzen. “De mate van erkenning en ongelijkheid is uiteraard voor elke vrouw anders”, verduidelijkt Falke. “De ervaring is afhankelijk van factoren zoals plaats, tijd, sociale context, cultuur, persoonlijke situaties en andere factoren.”

Uit de resultaten blijkt dat de meeste vrouwen een gelijke taakverdeling ervaren op het landbouwbedrijf. Nog opvallend is dat 36% zei genderongelijk-heid te hebben ervaren in de toegang tot machines en technieken.

Specifieke obstakels

Maar liefst 62% van de deelnemers gaf aan specifieke obstakels te ervaren omdat ze een vrouw zijn in de sector. De meest voorkomende obstakels zijn de combinatie werk-gezin (59%), fysiek zware arbeid (54,3%) en gebrek aan erkenning (29,5%). Verder worden ook seksisme of neerbuigende opmerkingen (21,9%) en een ongelijke verdeling van ver-antwoordelijkheden op het bedrijf (13,3%) vermeld. Een kleiner aandeel van de respondenten duidt op beperkte toegang tot opleidingen of netwerken en beperkte toegang tot financiële middelen (beide 2,9%).

Gendergelijkheid bevorderen

Volgens de bevraagde vrouwen wordt vrouwen-emancipatie steeds meer zichtbaar in de landbouw, maar is er zeker nog verdere vooruitgang nodig. Veel traditionele rollen, sociale verwachtingen en ongelijkheden blijven immers aanwezig in de sector. Falke wijst beleidsmakers op de noodzaak voor maatregelen die gendergelijkheid vergroten en bevorderen, vooral op het vlak van erkenning, besluitvorming en toegang tot middelen en organisaties. “Daarnaast tonen de resultaten dat er aandacht nodig is voor de vrouw binnen de veranderende landbouw. Aangepaste regelgeving vraagt om een innovatieve en duurzame landbouw. Hierbij spelen vrouwen een belangrijke rol. Er is wel voor-uitgang geboekt, maar structurele en sociale drempels blijven bestaan.”

De deelnemers aan de enquête geven aan dat er nood is aan meer waardering en zichtbaarheid van vrouwen. Ze vragen meer media-aandacht en publieke communicatie over de rol en obstakels van vrouwen in de landbouw. Een ander belangrijk thema dat naar voren komt, is de nood aan een meer evenwichtige taakverdeling binnen het landbouwbedrijf en het huishouden. Zo is er behoefte aan meer ondersteuning, onder meer op het vlak van kinderopvang en huishoudelijke hulp, vooral bij bevallingen en vaderschapsverlof. Verder wijzen de respondenten op het belang van aandacht aan de landbouwsector in de politiek.

Volgens de bevraging is er al vooruitgang geboekt, maar is er wel nog werk aan de winkel op het vlak van vrouwenemancipatie.
Volgens de bevraging is er al vooruitgang geboekt, maar is er wel nog werk aan de winkel op het vlak van vrouwenemancipatie. - Foto: Belga

Vooruitgang en optimisme

Ondanks al die uitdagingen in de sector blijkt uit de antwoorden een zekere vooruitgang en optimisme. Falke Falke ziet duidelijke signalen van verandering. Zo hadden vrouwen vroeger helemaal geen inspraak in het bedrijfsbeheer, noch financiële be-slissingsmacht. Dat is veranderd. Vrouwen krijgen meer inspraak en erkenning en worden steeds meer zichtbaar. Meerdere respondenten gaven aan dat jongere generaties vrouwen meer betrekken bij het landbouwbedrijf en dat hun rol geleidelijk aan sterker wordt erkend. De voorspellingen voor de toekomst van de vrouw in de landbouw zijn volgens de respondenten positief. Ze zeggen dat boerinnen een cruciale rol zullen blijven spelen in de sector en steeds meer waardering en erkenning zullen krijgen.

Voortrekkers in innovatieve bedrijfsvoering

Vrouwen nemen ook steeds vaker zelf de leiding van landbouwbedrijven op en blijken vaak voortrekkers in duurzame en innovatieve bedrijfsvoering. “Veel vrouwen kijken anders naar landbouw. Ze denken sterker op lange termijn en hebben meer aandacht voor de omgeving en de gemeenschap”, zegt Falke. “Ze zetten bijvoorbeeld meer in op duurzaamheid en het zorgen voor de planeet, kleinschalige bedrijfsmodellen en lokale verankering. De toekomstperspectieven voor landbouw-sters zijn daarom veelbelovend. In de komende periode is vooral de zichtbaarheid van vrouwelijke landbouwers vergroten belangrijk om hen te ondersteunen en om vrouwen in de landbouw naar de top te helpen.”

Falke roept toekomstige onderzoekers op om de manier waarop vrouwen en mannen landbouw uit-oefenen verder te onderzoeken. “Vermits vrouwen vaker duurzamere en innovatieve strategieën toepassen, kunnen mannelijke landbouwers hier zeker van leren”, besluit ze.

Meer zichtbaarheid en waardering

Ook Leen Beke, coördinator landbouw bij vrouwen organisatie Ferm, benadrukt het belang van meer zichtbaarheid en waardering voor boerinnen en tuiniersters. “Zij zijn al lang geen stille krachten meer achter de schermen. Ze zijn ondernemers, vernieuwers en bruggenbouwers die dagelijks mee het verschil maken op onze land- en tuinbouwbedrijven. Met Ferm voor agravrouwen zetten we heel sterk in op het ‘Internationale Jaar van de Boerin 2026’. Dit mag niet beperkt blijven tot een eenmalige campagne, maar moet een startpunt vormen voor blijvende erkenning en ondersteuning. Sterke boerinnen en tuiniersters zorgen immers niet alleen voor sterke bedrijven, maar ook voor een veerkrachtige landbouwsector.”

Jan Van Bavel

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken