Startpagina Actueel

Pauline en Vic ontdekken de Afrikaanse landbouw

Pauline Delhez en Vic Milbert wilden de landbouw eens vanuit een ander perspectief bekijken. Sinds mei reizen ze rond op het Afrikaanse continent. Het is een reis buiten de gebaande paden en vol ontdekkingen voor deze landbouwingenieurs, die allebei uit een boerenfamilie komen. Tijdens hun reis gaan ze op ontdekkingstocht naar de verschillende landbouwsystemen en de verscheidenheid aan veeteelt in Afrika.

Leestijd : 6 min

Pauline en Vic vertellen ons over hun initiatief via het scherm. Deze reizigers waren midden augustus in Gambia, maar ze pakten begin mei reeds hun koffers. Het is echt een avontuur, waarbij ze al door Marokko, Mauritanië en Senegal zijn gereisd. Er is een rode draad tijdens hun reis: de landbouw! Naast de persoonlijke verrijking die zo’n avontuur met zich meebrengt, hebben ze door deze avonturen met een andere blik naar boerderijen kunnen kijken. Die zijn in Afrika immers helemaal anders dan in onze contreien. Het is ook een kans om andere boeren te ontmoeten, om nieuwe contacten te leggen en om kennis uit te wisselen.

Grondbewerking met een paard in Senegal, waarbij Vic het paard leidt. In de landen die ze doorkruist hebben, gebeurt de landbouw nog hoofdzakelijk met de hand of met dierlijke trekkracht.
Grondbewerking met een paard in Senegal, waarbij Vic het paard leidt. In de landen die ze doorkruist hebben, gebeurt de landbouw nog hoofdzakelijk met de hand of met dierlijke trekkracht. - Foto: PD en VM

Het moet gezegd worden dat ze beiden al behoorlijk wat ervaring op dit gebied hebben. Vic Milbert, 36 jaar, is net als Pauline een kind van boeren en groeide op op een melkveebedrijf in het Groothertogdom Luxemburg, voordat hij in de landbouwschool van La Reid ging studeren en vervolgens een master in Landbouwwetenschappen volgde. “Ik heb me gespecialiseerd in het vakgebied dat me het meest aansprak, namelijk de melkveehouderij, en meer in het bijzonder de voeding van runderen en herkauwers.”

Pauline Delhez, 32 jaar en afkomstig uit Herve, is eveneens bio-ingenieur en heeft een doctoraat behaald. Na haar carrière in wetenschappelijk onderzoek werkte ze bij een diergeneeskundig bedrijf als bio-statisticus. “Ik hield me altijd bezig met gegevensanalyse, met een meer wetenschappelijke inslag, terwijl Vic meer praktijkgericht is”, benadrukt ze. Het zijn 2 complementaire profielen, die één gemeenschappelijke passie hebben: reizen.

En na Latijns-Amerika, Noord-Amerika en Centraal-Azië richtten ze hun blik op Afrika. Ze hebben deze reis van tevoren goed voorbereid, door een Toyota 4x4 uit te rusten. Met deze 34 jaar oude auto, die gemakkelijk te repareren en te onderhouden is, kunnen ze over de weg door dit continent reizen. In totaal hebben ze zichzelf 2 jaar de tijd gegeven om van land naar land uiteindelijk in Zuid-Afrika aan te komen.

Vrijwilliger in Gambia

Als je besluit om op deze manier er even tussenuit te gaan, moet je je kunnen aanpassen aan de situatie ter plaatse. Pauline en Vic zijn bijvoorbeeld, op het moment dat we met hen praten, in Gambia. Ze werken daar als vrijwilligers op een boerderij. “We zijn hier nu een week en we blijven hier misschien nog wel een tijdje, want het is het regenseizoen. Het kan bijna elke dag regenen en op de wegen is het behoorlijk lastig. Veel wegen zijn niet geasfalteerd: het is onverharde grond en met de regen verandert dat in modder, waardoor ze nauwelijks begaanbaar zijn.”

Deze boerderij van 22 ha teelt verschillende tropische gewassen die geschikt zijn voor de regio. Denk bijvoorbeeld aan mango’s, cashewnoten, papaja’s, citrusvruchten. Ze hebben ook een kleine veestapel met enkele koeien en schapen. Tussen de rijen bomen planten ze eenjarige gewassen, zoals pinda’s, maïs en bonen. “We helpen hen, met name bij het bewerken van de grond en het voorbereiden van de akkers. De grond is vrij zanderig, en zelfs als het regent, is de grond na een paar uur weer begaanbaar”, geeft Vic aan. Hij werkt ook met de machines op het bedrijf. Pauline, die een opleiding in bijenteelt heeft gevolgd, probeert de productie weer op gang te brengen en zorgt voor de bijenkasten en de bijen.

“We kunnen hun technische en theoretische ondersteuning bieden dankzij onze eerdere ervaringen. Het is heel anders, want hier gaat het om veel tropische gewassen, maar er is toch veel kennis die we kunnen overdragen.”

Verschillen maar ook gemeenschappelijke uitdagingen

Deze boerderij is al een ‘groot’ bedrijf, wat in contrast staat met de regio’s die ze eerder hebben doorkruist. “Ik zou zeggen dat 90 tot 95% van de boerderijen 5 tot 10 koeien heeft”, vertelt Pauline. Ze merkten ook het gebrek aan structuur in bepaalde sectoren. Transport, afzet, hygiënenormen… de landbouw functioneert hier op een andere manier. “Wat me opviel toen we met de auto het platteland doorkruisten, was het aantal mensen dat nog met de hand werkt. Ze gebruiken klein gereedschap om hun graan te maaien, voorovergebogen naar de grond. Dat is met name het geval in Marokko, waar velen geen machines hebben”, merkt ze ook op. De mechanisatie is dus beperkt, grote boerderijen die aan de Europese normen voldoen, zijn volgens hen nog steeds in de minderheid.

Een melkveehouderij die aan de Europese normen voldoet dicht bij Agadir in Marokko.  Moderne systemen van dit type bestaan, maar ze zijn in de minderheid , stelt Vic.
Een melkveehouderij die aan de Europese normen voldoet dicht bij Agadir in Marokko. Moderne systemen van dit type bestaan, maar ze zijn in de minderheid , stelt Vic. - Foto: PD en VM

Maar ondanks deze specifieke kenmerken zijn de uitdagingen in de bezochte landen vergelijkbaar. Klimaatverandering en de overname van landbouwbedrijven, in combinatie met de ontvolking van het platteland door de jongere generaties, blijven wereldwijde problemen. Wat het eerste punt betreft, constateerde het duo hun veerkracht, bijvoorbeeld door het gebruik van alternatief veevoer zoals bomen, voederheggen… Er wordt zelden geïmporteerd. Om zelfvoorzienend te kunnen werken, maken de boeren gebruik van de lokale hulpbronnen. “Er is een boom die moringa heet. Die is heel veelzijdig: je kunt de bladeren en de vruchten gebruiken. Die kunnen als veevoeder dienen en helpen de periode tot het volgende regenseizoen te overbruggen”, legt Vic uit. Hij vervolgt: “Zelfs gewasresten worden benut. Bij pinda’s, een seizoensgebonden gewas, gaan ze na het rooien zelfs zover dat ze de wortel als veevoeder gebruiken.”

Een plantage van voederbomen in Senegal. Op de foto zie je een moringa, die veel eiwitten bevat. Met deze voederbomen kan het veevoeder verrijkt worden tijdens het droge seizoen.
Een plantage van voederbomen in Senegal. Op de foto zie je een moringa, die veel eiwitten bevat. Met deze voederbomen kan het veevoeder verrijkt worden tijdens het droge seizoen. - Foto: PD en VM

Wat de voedselvoorziening van de bevolking betreft, staan de eerste bevindingen daarentegen in schril contrast met deze realiteit. In de winkels worden melkpoeder, vlees… uit Europa verkocht. Voor ‘basisvoedsel’, zoals brood, pasta en rijst, geldt hetzelfde: de producten komen soms van ver… “Dit is iets wat onze aandacht trok. We vinden nu meer dan ooit dat de zelfvoorziening binnen Europa op het gebied van basisproducten echt van onschatbare waarde is.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is bij ons heel belangrijk en moet absoluut behouden blijven. Hier hebben ze immers geen dergelijk beleid gehad dat hun de mogelijkheid bood om zelfvoorzienend te zijn op het gebied van voedsel.”

Verrassende dromedarissen

Naast deze bevindingen blijken sommige bezoeken, na enkele maanden onderweg en op boerderijen, nu al onvergetelijk voor dit duo. Dat geldt bijvoorbeeld voor hun uitstapje bij een familie van dromedarissenhouders! Deze familie is al bijna 8 eeuwen in de Sahara gevestigd en zet een familietraditie voort. In deze regio zijn de omstandigheden zwaar, water kan schaars zijn… Toch kunnen ze, dankzij deze dieren, in deze moeilijke omstandigheden leven. Deze dieren hebben de ongelooflijke eigenschap dat ze enkel in juli en augustus kunnen drinken, wanneer de temperaturen stijgen. De rest van het jaar slagen ze erin gehydrateerd te blijven dankzij de beperkte beschikbare vegetatie.

De kudde dromedarissen in de Saraha-woestijn (Marokko).
De kudde dromedarissen in de Saraha-woestijn (Marokko). - Foto: PD en VM

“De familie die we hebben ontmoet, bezit ongeveer 150 dromedarissen, waarvan het merendeel volwassen dieren. Hun waarde kan oplopen tot 4.000 euro!” Hun dagelijkse melkproductie bedraagt momenteel 5 l. Door ze bij te voeren zou die echter kunnen stijgen tot 13 of zelfs 15 l. “Het is een zeer traditionele veehouderij, maar ze willen dit erfgoed graag moderniseren. In dit kader willen ze de melkproductie verhogen.” Zo willen ze de melk op een andere manier op de markt brengen dan alleen op kleine schaal in lokale winkels. “Ze hebben ons uitgelegd dat deze ontwikkeling belangrijk zal zijn voor de toekomst en voor toekomstige generaties, want enkel met een duurzame economische aanpak zal deze veehouderij kunnen voortbestaan.”

Uiteraard hebben de reizigers deze producten geproefd… Hun conclusie was dat de melk een bijzondere smaak heeft. Ze is rijk aan mineralen en heeft een bijzondere voedingswaarde. “Er werd ons onder meer verteld over bestanddelen die lijken op insuline, die gunstig zouden zijn voor mensen met prediabetes, en over een hoog vitamine C-gehalte.” Het vlees daarentegen is minder verrassend, met een smaak die het midden houdt tussen schapenvlees en rundvlees.

Wordt vervolgd

Aan deze ervaring zullen ongetwijfeld nog andere worden toegevoegd tijdens deze grote Afrikaanse rondreis. En als je al deze avonturen wil volgen, meer wil weten en misschien wel wil dromen van andere horizonten, ga dan naar hun blog: https://chameleonlivestockservices.com/blog.

Deborah Toussaint

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken