Een nieuwe generatie aan het roer op landbouwbedrijf Try Moussoux
Timo Schep is klaar om de fakkel over te nemen op het familiebedrijf Try Moussoux. Hij deelt zijn ervaringen over deze belangrijke mijlpaal, met keuzes waarbij continuïteit en optimalisatie hand in hand gaan.

Op 27-jarige leeftijd zette Timo Schep in 2025 de stap die nog maar weinig jongeren van zijn generatie durven te zetten: een deel van het familiebedrijf overnemen van zijn ouders. Op zijn bedrijf in Philippeville belichaamt de jonge landbouwer een nieuwe generatie – goed opgeleid, wereldwijs en vastberaden om een levenswerk verder te zetten dat in amper één generatie werd uitgebouwd.
Van handmatig melken tot melkrobots
Het verhaal begint in Nederland, waar de grootvader van Timo een bedrijf met 15 melkkoeien had in Weesp, vlak bij Amsterdam. Zijn vader, die werkte voor een veevoederbedrijf, droomde ervan om landbouwer te worden. Hij beschikte echter niet over de financiële middelen om in zijn geboorteland een bedrijf op te starten. In 1995 grepen hij en zijn vriendin hun kans om zich in Philippeville, in Wallonië, te vestigen. Ze namen er een bedrijf met 60 geiten en 50 koeien over. Dertig jaar later melkt het bedrijf 2.500 geiten – voornamelijk van het ras Saanen, aangevuld met enkele kruisingen van het Alpine- en het Anglo-Nubische ras – en 320 Holstein-koeien. Het team telt 7 medewerkers.
Het bedrijf is zelfvoorzienend inzake gras, maar koopt toch maïs aan bij derden. En omdat ze niet overal tegelijk kunnen zijn, werken ze daarvoor in vertrouwen samen met een loonwerker uit de streek. Daarnaast dekt het bedrijf 70% van zijn elektriciteitsbehoefte, dankzij zonnepanelen, vergisting en batterijen.
In de loop der jaren werd het bedrijf geleidelijk gemoderniseerd. Vandaag heeft het 6 Lely-melkrobots voor de koeien. Er wordt een gemiddelde productie van 12.500 l per koe per jaar gerealiseerd. Een bijzonderheid van het bedrijf: voor de inseminaties kiest men stieren die het A2/A2-gen dragen. Daarmee kan melk worden geproduceerd die uitsluitend de A2-variant van het bètacaseïne-eiwit bevat, die voor sommige mensen die gevoelig zijn voor melkeiwitten beter verteerbaar is. Er vindt geen verwerking plaats op het bedrijf zelf. De volledige melkproductie gaat naar de zuivelfabriek.
Dat geldt ook voor de geitenmelk, die naar Capra gaat, een gespecialiseerde kaasmakerij in Vlaanderen. De gemiddelde productie bedraagt 950 l per geit per jaar, een cijfer dat Timo hoopt op te trekken tot 1.100 l/geit/jaar dankzij de komst van een nieuwe kudde. Hoewel het grootste deel naar Capra gaat, is ongeveer 10% van de geitenmelk bestemd voor een tiental kaasmakers uit de streek.

Een weloverwogen keuze
Van de 4 kinderen in het gezin Schep – Timo en zijn 3 zussen Claire, Maita en Iris – was het Timo die ervoor koos om het bedrijf over te nemen. Over die keuze heeft hij goed nagedacht. Vóór hij het bedrijf overnam, nam Timo de tijd om zijn kennis uit te breiden via een internationale opleiding: hij volgde de middelbare school in Saint-Quentin (Ciney), behaalde een bachelor Landbouw in Nederland, liep stages in Nieuw-Zeeland en Australië, en specialiseerde zich vervolgens in economie en voeding in de Verenigde Staten.
Hij werkte vervolgens als zelfstandige mee op het familiebedrijf. Daarnaast was hij als adviseur aan de slag bij bedrijfsadviesbureau Liba. Dat advieswerk voor Liba combineert hij nog steeds met het landbouwbedrijf. “Zo blijf ik contact houden met de buitenwereld en leer ik nog voortdurend bij”, vertelt hij.
Steeds minder jonge landbouwers
Het verhaal van Timo Schep illustreert een verontrustende realiteit in de sector. In Wallonië ligt de gemiddelde leeftijd van landbouwers vandaag op 55 jaar (n.v.d.r. in Vlaanderen op 56 jaar), en amper 17% van de bedrijfsleiders is jonger dan 41 jaar. Slechts 3% is jonger dan 30, zo blijkt uit de recentste cijfers van de Service public de Wallonie. De gemiddelde leeftijd bij bedrijfsovername ligt rond de 34 jaar. Jongeren zoals Timo, die zich vóór hun 30ste vestigen, blijven dus de uitzondering.
Door het kapitaal dat nodig is voor een bedrijfsovername, de toenemende administratieve complexiteit en het gebrek aan aantrekkingskracht van een beroep dat als veeleisend en onzeker wordt beschouwd, zetten steeds minder jongeren de stap. “Vandaag kun je een bedrijf niet meer alleen overnemen. Je hebt een heel team nodig om je te begeleiden”, benadrukt Timo. Zijn advies aan jongeren die ermee willen starten: “Wees niet bang om vooruit te gaan, maar doe het niet alleen: omring je met competente mensen.”
Een lange en zorgvuldige bedrijfsoverdracht
Bij de familie Schep vergde de verdeling van het familiekapitaal 2 jaar van overleg, met de hulp van fiscalisten, een notaris en een boekhoudkantoor voor bedrijfsbeheer. “Je kan de koek niet perfect in 4 verdelen. je hebt een evenwicht nodig om de rendabiliteit van het bedrijf te bewaren. Ik heb het geluk om verder te kunnen bouwen op het familiaal patrimonium. Daar hangt een prijskaartje aan en dat kan niet altijd tegen de marktwaarde overgenomen worden”, vat hij samen.
Eens alle puzzelstukken op hun plaats vielen, nam Timo de aandelen van zijn vader over van de rundveetak, naast de geitentak. Zijn moeder behoudt het overige deel, in afwachting dat Timo – of zijn partner, mocht die interesse hebben – dat op termijn overneemt.
Tim legt uit dat elke stap zijn eigen moeilijkheden en uitdagingen met zich meebracht. Samenwerken binnen de familie verliep niet altijd van een leien dakje: “De eerste jaren waren lastig: ik moest verantwoordelijkheid opnemen en mijn ouders moesten een deel loslaten. Communicatie was daarbij essentieel, maar we zijn tevreden met het resultaat.”
Wallonië-Vlaanderen: een ongelijkheid die hem stoort
Timo had recht op installatiesteun, zoals elke overnemer van zijn generatie. Maar omdat het bedrijf in Klasse 1 valt, moest hij daarvoor extra hard knokken. Investeringssteun krijgt hij niet omwille van de omvang van zijn bedrijf, terwijl voor bedrijven van Klasse 1 in Vlaanderen wel steun wordt gegeven. “Het is niet normaal dat er, binnen eenzelfde land, zo’n ongelijkheid bestaat tussen Waalse en Vlaamse landbouwers. Er zou één en dezelfde regelgeving moeten gelden voor het hele land”, vindt hij.
Meer duurzaamheid, zonder grootheidswaanzin
Voor de toekomst mikt Timo Schep niet op uitbreiding tegen elke prijs, maar vooral op continuïteit. Hij wil bepaalde installaties moderniseren, te beginnen met een nieuwe melkcarrousel met 100 plaatsen voor de geiten waarvan de bouw aan de gang is. Omdat hij bewust is van de evolutie in de sector, wil hij zijn bedrijf up-to-date houden. Over technologische vernieuwing blijft hij nuchter: “Alle uitvindingen zijn altijd door de mens gemaakt; morgen zal dat door AI gebeuren. Alles zal alleen maar sneller gaan. Je moet mee zijn of je mist de trein.”
Zijn wens is duidelijk: een duurzaam bedrijf uitbouwen dat er ook voor de volgende generaties nog staat, en kwaliteitsproducten blijven produceren met aandacht voor dierenwelzijn.





