Startpagina Actueel

Producentenorganisaties zijn nog altijd niet opgewassen tegen grote detailhandelaren

Hoewel Europese subsidies producentenorganisaties in de groente- en fruitsector helpen om meer concurrerend te worden, verliezen zij terrein. Dat blijkt uit een nieuw verslag van de Europese Rekenkamer (ERK). Volgens de auditors belemmeren ongelijke nationale steun, complexe EU-regels en het gebrek aan respons van de Commissie op de uitdagingen de ontwikkeling van de sector. Producentenorganisaties in België en Nederland doen het dan weer relatief goed volgens het rapport.

Leestijd : 3 min

Groente- en fruitproducenten staan onder toenemende economische en milieudruk, onder meer als gevolg van stijgende kosten en een veranderende marktvraag. Producentenorganisaties zijn bedoeld om hen te helpen om deze uitdagingen samen aan te gaan. Zo kunnen landbouwers samen verkopen, gezamenlijk investeren in apparatuur en infrastructuur, de productkwaliteit verbeteren en onderhandelen over betere voorwaarden met kopers. Denk hierbij aan fruitveilingen als BelOrta en Coöperatie Hoogstraten.

Ondanks deze voordelen hebben de producentenorganisaties marktaandeel verloren. Ook is het aantal aangesloten landbouwers tussen 2012 en 2023 met 39% gedaald. In 2024 telde de EU volgens de Europese Commissie nog 1.488 erkende producentenorganisaties in de groente- en fruitsector, met in totaal 187.372 leden.

“Als producentenorganisaties landbouwers moeten helpen om grote kopers te trotseren en om consumenten een breed scala aan Europees groenten en fruit te bieden, moeten de regels eenvoudiger, de nationale steun consistenter en het lidmaatschap aantrekkelijker worden”, aldus Keit Pentus-Rosimannus, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor het onderzoek.

Meer dan een miljard euro steun

In 2023 ontvingen producentenorganisaties voor groente- en fruittelers 1,06 miljard euro aan EU-steun. In België ging het gemiddeld om ongeveer 4 miljoen euro per producentenorganisatie in 2022, ver boven het Europese gemiddelde van 710.000 euro.

Zij gebruikten dit geld om apparatuur te moderniseren, om de productie te automatiseren en om energie en water te besparen. Ze gebruikten het eveneens om kwaliteitscertificaten te verkrijgen, om verpakking en logistiek te verbeteren en om door consumenten erkende kwaliteitslabels te ontwikkelen. Aangezien de EU-steun gekoppeld is aan de waarde van de op de markt gebrachte productie, hebben deze organisaties tevens belang bij het verhogen van hun omzet en het afstemmen van hun productie op de marktvraag. Ondanks deze steun bevinden producenten zich nog steeds in een zwakke positie ten opzichte van grote detailhandelaren.

Te klein

Grotere producentenorganisaties kunnen grotere hoeveelheden en een breder assortiment aan producten aanbieden, waardoor zij beter kunnen onderhandelen. In de meeste lidstaten zijn producentenorganisaties echter niet groot of niet bekend genoeg om vanuit een sterke positie te onderhandelen, waardoor zij niet kunnen opboksen tegen grote detailhandelaren. België en Nederland zijn de enige landen waar dergelijke organisaties van economisch belang zijn, hoewel vorig jaar nog maar de Limburgse Tuinbouwveiling (LTV) failliet ging door financiële problemen.

De auditors stelden nog meer grote verschillen vast tussen EU-landen. Sommige landen hebben zelfs geen erkende producentenorganisaties. In de rest van de lidstaten varieert het aandeel van de door hen verhandelde productie van 0,8% in Slovenië tot 86% in Denemarken (waar de totale productie van groenten en fruit echter laag ligt). In België en Nederland, die samen goed zijn voor 10% van de groente- en fruitproductie in de EU, hebben producentenorganisaties toch een meerderheid van de productie in handen. In sterke fruit- en groentelanden als Spanje, Frankrijk en Italië gaat het maar om respectievelijk 5, 10 en 13%. Deze verschillen kunnen deels worden verklaard door historische en culturele factoren, en deels door nationale keuzes.

Sommige autoriteiten adviseren organisaties actief en staan een breed aanbod aan gefinancierde acties toe. Andere passen strengere subsidiabiliteitsregels toe of bieden minder steun. Dit zorgt voor een ongelijk speelveld binnen de interne markt. Het kan landbouwers er ook van weerhouden om zich aan te sluiten bij producentenorganisaties of om operationele programma’s in te dienen om EU-financiering te verkrijgen. De auditors stelden vast dat de Commissie weliswaar een aantal van deze uitdagingen had vastgesteld, maar niet genoeg actie had ondernomen om deze aan te pakken of om de lidstaten te helpen bij het vergelijken en op elkaar afstemmen van de uitvoering ervan.

Europese Rekenkamer/ThD

Lees ook in Actueel

Kan je straks NER leasen?

Actueel Het afromen van nutriëntenemissierechten (NER) zorgt al eens voor kopbrekens bij starters of overnemers. Arnout Coel van N-VA vroeg in de commissie Landbouw van 16 september of het leasen van NER een goed idee zou kunnen zijn. Minister Brouns kaatste die voorzet meteen terug naar het kamp van N-VA.
Meer artikelen bekijken