Vlaanderen draagt niet langer bij voor ophaling kadavers
Vlaanderen zal niet langer bijbetalen voor de ophaling van landbouwkadavers. Het gaat om een besparing van de Vlaamse regering. “We schatten dat deze kosten voor boeren nu zullen verdubbelen”, zegt Tessa De Prins, woordvoerder van Boerenbond. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns (cd&v) verzekert wel dat de overheid de prijzen van Rendac zal blijven reguleren.

In Vlaanderen is het Oost-Vlaamse bedrijf Rendac het enige bedrijf dat erkend is om dode landbouwdieren of krengen op te halen en te verwerken. Veehouders zijn verplicht om krengen te laten verwerken, in plaats van ze zelf illegaal te vernietigen. Rendac heeft dus een monopolie en veel werk. Tot nog toe kreeg Rendac subsidies en betaalde de overheid een deel van de ophalingskosten voor de kadavers. Op 1 januari daalde de subsidie al van 8 miljoen naar 5,78 miljoen euro. De abonnementsprijzen voor 2026 werden daarop met 4% verhoogd ten opzichte van die van 2025. Nu komt daar nog eens het wegvallen van de steun voor de ophaling bij.
“Een goede werking van Rendac is echter niet enkel financieel belangrijk voor de boeren, maar ook voor de volksgezondheid en voedselveiligheid”, benadrukt Boerenbond.
Zal Rendac prijzen optrekken?
De boeren vrezen nu ook dat Rendac binnenkort de ruimte krijgt om misbruik te maken van zijn monopoliepositie en zijn kans ziet om de prijzen naar believen op te trekken. De Vlaamse overheid onderhandelde namelijk mee over tarieven. “Het klopt dat Rendac momenteel een monopoliepositie heeft. Maar het verdwijnen van de overheidssubsidie betekent niet dat ook het prijzenbeleid verdwijnt. De overheid zal blijven reguleren wat Rendac aan zijn klanten mag aanrekenen”, klinkt het bij minister Brouns.
De Vlaamse overheid zal met de maatregel jaarlijks 5,78 miljoen euro besparen. Het klopt volgens Brouns wel dat de abonnementen van landbouwbedrijven op Rendac nu duurder zullen worden. In Wallonië worden de kosten voor de ophaling van krengen nog wel gedekt.





