Meer zaaizaad is niet altijd beter
Nu de zaaiperiode voor wintertarwe stilaan nadert, is het interessant om stil te staan bij de zaaidichtheid. Een correcte zaaidichtheid legt mee de basis voor een regelmatig gewas en een goede opbrengst.

Tijdens de afgelopen 2 groeiseizoenen voerden de LCG-partners Inagro en HoGent/UGent proefhoeve Bottelare proeven uit op zowel lichte als zware grond. Daarbij werden verschillende zaaidichtheden vergeleken bij 3 rastypes: een sterk uitstoelend ras, een ras met een gemiddeld uitstoelingsvermogen en een zwak uitstoelend ras. Zo kon worden nagegaan hoe zowel de zaaidichtheid als het uitstoelingsvermogen van het ras de opbrengst beïnvloeden. Bij elke proef werd voor alle zaaidicht-heden dezelfde bemesting en teeltomstandigheden toegepast.
Resultaten verschillen volgens ras en perceel
In Bottelare werden op lichte grond 3 rassen uitgezaaid aan 150, 250 en 350 zaden/m². Gemiddeld werden respectievelijk 57, 98 en 132 planten/m² geteld. Ondanks deze duidelijke verschillen in plantstand lagen de gemiddelde opbrengsten opvallend dicht bij elkaar: 9,8 ton/ha bij 150 en 250 zaden per m² en 10,1 ton/ha bij 350 zaden per m².
Op de zware kleigrond in Koksijde werd gezaaid op 10 oktober 2025. Daar werden zaaidichtheden van 200, 350 en 500 zaden/m² vergeleken. Bij 200 zaden/m² vormde het ras met een sterk uitstoelingsvermogen gemiddeld 726 aren/m², tegenover 646 bij het ras met een gemiddeld uitstoelingsvermogen en 588 bij het ras met een zwak uitstoelingsvermogen.
De proef bevestigt daarmee dat niet alleen de zaaidichtheid, maar ook de uitstoelingscapaciteit van het ras bepalend is voor de uiteindelijke gewasopbouw. Rassen met een sterk uitstoelingsvermogen kunnen een lagere standdichtheid immers beter compenseren door meer aren per plant te vormen.
Een hogere zaaidichtheid leverde in Koksijde dus wel meer planten en doorgaans meer aren op, maar die stijging werd niet consequent omgezet in een hogere opbrengst. Voor 2 van de 3 rassen bleef de opbrengst op een vergelijkbaar niveau. Bij het sterkst uitstoelende ras daalde de gemiddelde opbrengst zelfs bij de hoge zaaidichtheden, al werd dit resultaat sterk beïnvloed door legering.
Stem de zaaidichtheid af op de omstandigheden
De proeven tonen vooral aan dat een succesvolle teelt wintertarwe niet start met een hoge plantdichtheid, maar bij een homogene gewasstand. Zo kunnen de planten zich verder vlot ontwikkelen. De doelstelling is om te streven naar zo’n 500 tot 600 productieve aren/m² bij oogst.
Bij een vroege zaai in een goed voorbereid zaaibed kan een lagere zaaidichtheid vaak volstaan. Afhankelijk van het uitstoelingsvermogen van het ras hebben de planten dan voldoende tijd om uit te stoelen en open plaatsen op te vullen.
Bij een latere zaai wordt die compensatiemogelijkheid kleiner. Ook bij een grof of nat zaaibed, risico op verslemping, veel gewasresten of verwachte vraatschade is een hogere zaaidichtheid aan te raden om een voldoende hoge plantdichtheid te garanderen.

Een gangbare richtlijn bedraagt ongeveer 200 tot 250 zaden/m² bij zaai in de eerste helft van oktober, oplopend tot ongeveer 300 à 350 zaden/m² bij zaai in de tweede helft van november en zwaardere grond. Dit blijven echter richtwaarden die moeten worden aangepast aan de lokale zaaiomstandigheden, het bodemtype, weersvoorspellingen...
Ook de eigenschappen van het te zaaien ras zijn van belang. Sterk uitstoelende rassen kunnen een lagere beginstand beter compenseren. Zwakker uitstoelende rassen hebben eerder baat bij een voldoende hoge en regelmatige plantstand. Uit de proeven blijkt echter ook dat een hogere zaaidichtheid geen garantie biedt op een hogere opbrengst. Een te dicht gewas zorgt voor onderlinge concurrentie, legeringsgevoeligheid en verhoging van de ziektedruk. Praktijkproeven bevestigen dat een verhoging van de zaaidichtheid niet altijd economisch rendeert.
Stem de zaaidichtheid daarom af op het uitstoelingsvermogen van het gekozen ras en de omstandigheden van het perceel. Dit kan niet alleen zaaizaadkosten besparen, maar vermindert ook het risico op legering.
Zaai in korrels, niet in kilogram
Bereken de hoeveelheid zaaizaad steeds op basis van het duizendkorrelgewicht en de gewenste zaaidichtheid: Zaaizaad (kg/ha) = gewenste zaden per m² × duizendkorrelgewicht (gram) ÷ 100
Bij 250 zaden/m² en een duizendkorrelgewicht van 48 g komt dit bijvoorbeeld overeen met 120 kg zaaizaad/ha. Corrigeer indien nodig voor een lagere kiemkracht of een te verwachten lagere veldopkomst.
Praktisch advies: vertrek bij een vroege zaai in een fijn en voldoende aangedrukt zaaibed niet automatisch van de hoogste zaaidichtheid. Hou rekening met de zaaidatum, het ras, de bodemstructuur en de verwachte veldopkomst. Naarmate de zaai later gebeurt of de omstandigheden moeilijker worden, is een stapsgewijze verhoging van de zaaidichtheid wel aangewezen.





