Niet alle mest is even stabiel
Minister Jo Brouns (cd&v) bekijkt op welke manier men kan vermijden dat er boetes worden uitgeschreven voor theoretische balansen tussen forfaitaire mestsamenstellingen en de werkelijke analyseresultaten. Hij houdt de achterdeur voor eventuele fraude gesloten.

Op een tussenkomst van parlementslid Dries Devillé (VB) in de commissiebijeenkomst Leefmilieu van 28 oktober, beaamde de minister dat de samenstelling van dierlijke mest heel variabel is. Omdat alles continu meten niet werkbaar is, tracht men op basis van analyses en betrouwbare forfaitaire waarden of zogenaamde regressierechten te werken. De kosten voor de individuele veehouder of akkerbouwer zouden volgens de minister anders te hoog zijn. Dat wil volgens Brouns niet zeggen dat er geen scherp oog wordt gehouden op de representativiteit van die analyses.
Geen bestraffing voor beperkte afwijking
Enkel indien de forfaitaire samenstelling representatief is voor de getransporteerde mest, mag gebruik worden gemaakt van die samenstelling. Als wordt vastgesteld dat de samenstelling niet representatief is voor de op het bedrijf geproduceerde mest, kan het bedrijf worden verplicht om alle mest op basis van analyses af te voeren. Net vanwege de grote variabiliteit van de samenstelling van de mest worden bij de evaluatie van bedrijven marges gehanteerd. Die marges zijn afhankelijk van het type mest, net omdat niet alle mest even stabiel is. Zo worden landbouwers niet gestraft voor een beperkte afwijking.
Als een landbouwer er echter van overtuigd is dat de forfaitaire samenstelling niet representatief is voor de samenstelling van de op zijn bedrijf geproduceerde mest, kan hij gebruik maken van analyses. Op die manier wordt voorkomen dat landbouwers worden gestraft voor een beperkte afwijking.
Hogere onbalansen
Jo Brouns beseft dat dit echter nog niet alles oplost. Bedrijven waar veel mest toekomt of veel mest wordt geproduceerd, worstelen vaak met hogere onbalansen door de cumulatie van afwijkingen. Ze krijgen vervolgens soms boetes voor zaken waar ze zelf weinig aan kunnen doen. Daarom zei Brouns te bekijken op welke manier hij kan vermijden dat er boetes worden uitgeschreven voor theoretische balansen, zonder het risico te lopen de achterdeur open te zetten voor fraude.
Aangepaste regelgeving
Daarnaast is het volgens de Vlaamse minister van Landbouw en Omgeving belangrijk dat de forfaitaire waarden, modellen en regressierechten geactualiseerd blijven op basis van recente wetenschappelijke inzichten. In dat kader gaf hij mee dat dat heel recent concreet werd gedaan voor de regressierechten (zie Landbouwleven van 29 oktober). De regressierechten, die in de varkenshouderij worden gebruikt, bleken na onderzoek maar liefst 10% te hoog te liggen. Hierdoor werd verondersteld dat varkens meer mest produceren dan ze in feite doen. De sector is de laatste 10 jaar namelijk stukken efficiënter geworden. Zowel op het vlak van genetica als op het vlak van voederkwaliteit is de sector sterk vooruitgegaan. Dat heeft impact op de geproduceerde mest.
Minister Brouns heeft dat aangepast in de regelgeving. Die nieuwe regressierechten gelden al vanaf het jaar 2026 waardoor de theoretische mestproductie dit jaar dus lager zal liggen. Dat is heel belangrijk om te vermijden dat er een vermeend beeld van fraude zou kunnen ontstaan. “Zo passen we die balansen voor landbouwers namelijk aan de werkelijkheid aan die zij ervaren”, verduidelijkt de minister. Hij laat ook andere modellen en parameters geregeld kritisch onder de loep nemen. Modellen en berekeningen kunnen wat Brouns betreft de besluitvorming ondersteunen, maar ze vormen nooit de enige basis.
Twee soorten bedrijven
Dries Devillé blijft het beleid dat wordt gevoerd, vreemd vinden. Volgens hem zijn er 2 soorten bedrijven. Er zijn bedrijven die hun mest verzamelen in een citerne met een mestmixer en die dan punctueel de samenstelling van hun mest kunnen meten. Daarnaast heb je bedrijven die die investering niet hebben gedaan of niet kunnen doen. Die slagen er niet in om die metingen even nauwkeurig te doen. Bijgevolg worden ze volgens hem gestraft doordat een forfaitair resultaat wordt toegepast dat afwijkt van de reële werkelijkheid. ‘Gestrafte’ landbouwers kunnen een bijkomende investering doen om ook zo’n mestmixer te plaatsen. Dat is een flinke investering. Doen ze dat niet, dan worden ze afgestraft door die forfaitaire resultaten. Dat die forfaitaire resultaten meer zullen aansluiten bij de werkelijkheid omdat die resultaten theoretisch worden verlaagd, biedt volgens Devillé nog altijd geen garantie dat ze effectief overeenstemmen met de werkelijkheid. De enige mogelijke manier is naar de mening van de vraagsteller een effectieve meting. Die is volgens het huidige beleid niet mogelijk, tenzij de landbouwer de lasten draagt om die investeringen te doen.
Positief onthaald
De aangepaste regressierechten zijn naar minister Brouns’ ervaringen positief onthaald. Om het technisch te verduidelijken, gaf de minister een voorbeeld: er komt 100 kg voer binnen. Vroeger leidde dat tot 150 kg mest, terwijl er in werkelijkheid door goed management en genetica maar 130 kg mest vertrok. Dat was een verschil dat je niet kon verantwoorden. Dat werd nu aangepast, waardoor het wel heel nauw bij de werkelijkheid aansluit.
Brouns beseft dat niet iedereen een mestmixinstallatie kan installeren. Net daarom is er volgens hem een keuze: ofwel investeer je daarin en kun je meten, ofwel opteert men voor een forfait. “Dat moet dan wel juist zijn en aansluiten bij de realiteit. Dat is met die actualisatie gebeurd.”





