Edito: gaat Jumbo als een olifant door de porseleinkast?

Edito: gaat Jumbo als een olifant door de porseleinkast?
Foto: Belga

Deze week opende de Nederlandse supermarktketen haar eerste Belgische vestiging. De eer viel te beurt aan de gemeente Pelt, die grenst aan Nederland. Met Rijkevorsel en Lanaken staan binnenkort nog enkele grensplaatsen op de rol, en Deurne. Voor een hele serie andere plaatsen zijn al vergunningen of grond geregeld. Op de langere termijn wil het familiebedrijf 100 Belgische vestigingen, waarbij het belooft veel Belgische producten aan te bieden.

De komst van Jumbo wordt wel vergeleken met de komst van Albert Heijn. Onder het wat opportunistische motto “Belgische kwaliteit, Hollandse prijzen” werd de aanval met succes ingezet, eindigend in de overname van Delhaize. De keten die ophef veroorzaakte met een ‘1+2 gratis’-actie, is toch minder dan Jumbo op prijs gericht.

Jumbo geeft in Nederland zelfs de laagsteprijsgarantie. In België nog niet, maar qua prijs zal men concurreren met Colruyt en de Duitse discountformules. De race to the bottom lijkt te worden ingezet.

Belgen geven jaar op jaar ongeveer even veel uit aan voeding, maar de omzet wordt dus verdeeld over meerdere winkels. Dat betekent dat per winkel vaste kosten worden gemaakt over een lagere omzet. Het is wat ironisch, want Jumbo komt net naar België om kosten te kunnen verdelen over een grotere omzet. Met een marktaandeel van ongeveer 25% kan en mag men niet veel verder groeien in Nederland.

De cijfers staven het probleem van een overbevolkte Belgische winkelmarkt. De winstmarge van alle Belgische supermarkten is de afgelopen 5 jaar gedaald. Supermarkten maken magere marges van 2 tot 5%. Het zijn percentages die doen vrezen dat een eventuele supermarktoorlog al snel ten koste zal gaan van leveranciers. De leveranciers – zelf vaak grotere bedrijven – kloppen weer aan bij het leger kmo’s dat hen belevert.

De voortdurende strijd om een beetje marge heeft gemaakt dat de voedselketen uiterst doelmatig is geworden, maar aan alles komt een einde. Landbouwers kunnen samen met verwerkers en supermarkten proberen de koek groter te maken, door te werken aan onderscheidende concepten met meer toegevoegde waarde. Voor landbouwers valt te hopen dat de mededingingsautoriteit verder kijkt dan het consumentenbelang op de korte termijn: lage prijzen. Op de lange termijn moeten immers ook nog boeren overblijven om de schappen te vullen met voldoende en kwaliteitsvol voedsel.

Jan Cees Bron

Meest recent

Meest recent