Startpagina Veeteelt

Alvie en Dalraddy Landhuis in Schotland: 5.400 ha behouden door elke vierkante meter te benutten

Wie het weidse landschap ziet, met een riant landhuis omringd door schapen, meren en bos, denkt vaak niet dat er een heus businessmodel achter schuilt. Bij sommige Schotse landhuizen is dat echter wel het geval. De Alvie en Dalraddy landhuizen bijvoorbeeld, die samen een oppervlakte hebben van 5.400 hectaren, bundelen hun krachten om een inkomen te genereren uit toerisme, waaronder vakantiehuizen en veldsporten, energieproductie en... landbouw.

Leestijd : 6 min

Het Alvie landhuis, het is een beetje een vreemde eend in de bijt, maar ook weer niet. Het groene landschap, met weiden en bossen, herbergt meer dan het oog toelaat. Het domein kent dan ook een rijke historie, wist de landheer Jamie Williamson te vertellen.

Het Alvie Landhuis is sinds 1927 in het bezit van de familie Williamson, het aangrenzende landhuis Dalraddy werd in 1929 aangekocht. Nu is het Alvie Landhuis eigendom van de familie ‘trust’- Alvie Trust, ontstaan om erfbelastingen te vermijden -, maar Jaimie is nog altijd eigenaar van het Dalraddy Landhuis. Beide landhuizen bevinden zich in Kincraig, onder Inverness.

Het is er goed leven. En dat wil de Williamson familie zo behouden. Om die eigendom te behouden, moeten ze niet alleen een netto inkomen voorzien, maar ook voldoende fondsen verkrijgen om te investeren in economische kansen en de erfbelastingen te betalen. Momenteel komen de inkomsten vooral van toerisme en landbouw, met de subsidies erbij gerekend. Het Landhuis kan namelijk aan zo’n 1.000 bezoekers slaapplaatsen aanbieden, in chalets, stacaravans en plaatsen voor mobiele caravans en tenten. “De helft van de omzet van het landhuis komt van het caravanpark”, wordt benadrukt. “Met de ligging in het Cairngorm National Park is de locatie ideaal voor toeristen.”

Het Landhuis verdient nog het meeste aan toerisme.
Het Landhuis verdient nog het meeste aan toerisme. - Foto: MV

Ook bosbouw en de stijging in waarde van huizen en gronden op het terrein zorgen voor een serieuze verhoging in kapitaal. Veldsport ten slotte is ook een belangrijke. Hoewel veldsporten minder dan 5% van de financiële omzet van het Landgoed produceren, is het goed voor 18% van de kapitaalwaarde van het vastgoed. Hoenders schieten en de hertenjacht zijn de belangrijkste attracties voor potentiële kopers van landgoed in de omgeving. En als dat niet genoeg is, verhuurt Jaimie grond aan verschillende bedrijfjes op het landgoed, gaande van vissen, paintballing tot rondtrekken met een pony.

Landbouw op beide landhuisterreinen

Last but not least, ook de landbouw draagt zijn steentje bij tot het inkomen en staat voor een bedrag van 150.000 pond, terwijl de volledige omzet zo’n 15 miljoen pond bedraagt. Het is het Alvie Farm Partnership die instaat voor de landbouw, met Jamie als belangrijkste partner. Er wordt aan landbouw gedaan op beide terreinen van de landhuizen, maar er wordt ook grond gehuurd van andere bedrijven.

In het algemeen is de boerderij een samenvoeging van wat voorheen 6 bedrijven waren. Ongeveer 120 ha van de grond wordt beschouwd als grond die ‘geploegd kan worden’. Deze grond wordt gebruikt voor de teelt van kuilvoer, hooi en rapen voor wintervoer en voor het grazen van runderen en schapen. Het grootste deel van de grond echter, ongeveer 3.630 ha, bestaat uit niet-omheinde heideheuvels, die alleen geschikt zijn voor extensieve schapenteelt.

Schapen fokken en omheinen

De meeste van de schapen zijn Schotse Zwartkoppen. Het zijn dieren die goed overleven bij sneeuw, maar eigenlijk niet zo goed zijn voor de productie van vlees”, klinkt het. Daar zijn er namelijk 600 van, maar er zijn ook 160 ooien die afkomstig zijn van kruisingen. “ “We verdienen meer van de jacht dan van de schapen. ‘Lowland’-schapen verdienen nog het best, met rond 80 à 90 pond per lam. Voor die van in de heuvels krijgen we slechts 25-30 pond per lam.”

De Zwartkop ooien worden bij de Zwartkop rammen of bij Bluefaced Leicester rammen gezet. De ooien die hieruit voortkomen worden bij de Beltex kruising of Texel rammen gezet. Zo kunnen ooien op het landbouwbedrijf worden gekweekt en kunnen gekruiste lammeren verkocht worden voor de fokkerij of voor het vet. De meeste Zwartkop ooilammeren worden gehouden voor de fokkerij; de afgekeurde dieren worden verkocht.

Tussen mei en oktober worden de zwartkop-ooien met slechts een lam op de heuvels gezet. Ze worden ongeveer om de 6 weken met Dysect behandeld in een poging om teken te verminderen en het aantal fazanten en patrijzen te verhogen. Het landbouwbedrijf is bovendien lid van de Highlands and Islands Sheep Health Association (HISHA) die jaarlijks de schapen controleert op de zeer besmettelijke enzoötische abortus. Dit helpt te zorgen dat ze vrij blijven van deze ziekte en kunnen de fokdieren tegen een premie worden verkocht.

Er is niet al te veel verlies aan schapen op het land. Er is wel druk door predatoren. Vossen zijn de belangrijkste, maar er wordt ook gewag gemaakt van andere predatoren en ‘relschoppers’. “We merken dat dassen de omheiningen vernietigen. Maar wat echt een probleem is zijn de zee-arenden aan de Westkust, die de lammeren doden. Hier probeert men ook de lynx te herintroduceren, die al de schapen zou kunnen doden. We ervaren een grote druk, want de stedelijke populatie zien het hier als een mooie plek, waar er plaats is voor recreatie. Ze zien niet in dat de lammeren een inkomen opleveren.”

Vee nog rendabel door brexit?

Het vee bestaat uit een kudde van 117 zoogkoeien en een kleine kudde van 11 Shorthorns runderen. Het bedrijf wordt jaarlijks onafhankelijk beoordeeld om er zeker van te zijn dat de dieren volgens bepaalde normen worden behandeld en verzorgd. Dit geldt ook voor de schapen.

Voor de koeien verkiest men te kruisen tussen traditionele, sterke Schotse rassen, zoals de Shorthorn, en de sneller groeiende continentale rassen, zoals de Limousin. De beste kalveren worden gehouden voor de fokkerij. “Of we verkopen ze aan andere landbouwers, rond Aberdeen, voor de fokkerij. De kalveren worden steeds verkocht bij een leeftijd van 9 maanden.” Om de kwaliteit van de kudde te verbeteren, is een deel van de kalveren het product van embryotransfers van Canada. Omdat de boerderij lid is van het Hi-health programma, wordt het vee voor 4 belangrijke runderziekten gecontroleerd. Dit draagt ertoe bij dat de kudde een hoge gezondheidsstatus behoudt.

“Het kost 700 pond per jaar om een koe te houden, om ze te voeden enzo. We zijn dus heel afhankelijk van subsidies, zeker in dit gebied. We krijgen 225.000 pond van het Single Farm Payment. De brexit kan dan een grote verandering zijn. Wat als de subsidies verdwijnen? Wat moeten we dan doen? We weten dat de subsidies gaan verlagen. Dus ofwel moet de prijs van wat we verkopen verhogen of als we verlies beginnen te maken, dan moeten we er op andere manieren mee om proberen te gaan.”

Houtsnippers voor energie

De Alvie en Dalraddy landhuizen proberen zelfvoorzienend te zijn als het op verwarming aankomt. Omdat uit een studie in 2004 bleek dat houtsnippers het meest kostenefficiënt was, werd beslist om hierop verder te gaan. De familie kreeg financiele steun van de Forestry Commission en de Local Enterprise Company en kochten een houtsnipperboiler van 250 KW aan met een ondergrondse houtsnippersilo en toevoermechanisme. Er werd ook een versnipperaar aangekocht, en een loods werd omgevormd voor de bewaring van de snippers. Zo werd een drogende vloer geïnstalleerd, maar ook een ventilator die lucht doorheen de snippers blaast. Het hout om te versnipperen halen ze van het bos rond het eigen landhuis, hiervoor worden zelfs bomen aangeplant. Ook van naburige landhuizen wordt hout gebruikt. “We proberen binnen een straal van 15 mijl te blijven, om zo goedkoop mogelijk aan te kopen”, vertelt Jamie.

Met behulp van houtsnippers proberen de Alvie en Dalraddy landhuizen zelfvoorzienend te zijn als het op verwarming aankomt.
Met behulp van houtsnippers proberen de Alvie en Dalraddy landhuizen zelfvoorzienend te zijn als het op verwarming aankomt. - Foto: MV

Hout wordt aan de lucht gedroogd en versnipperd wanneer het vochtgehalte daalt tot tussen de 25 en 30%. Normaal gezien is dat binnen 18 maanden na het kappen. Hout met een vochtgehalte van meer dan 30% kan ook gedroogd worden met hete lucht, waarbij de warmte afkomstig is van een houtsnipperboiler.

Per jaar wordt zo’n 4.000 kubieke meter snippers geproduceerd. 70 % daarvan wordt verkocht aan 23 pond per kubieke meter. “De lokale middelbare school is onze grootste klant. Zij installeerden ook een houtsnipperboiler.” De rest gebruiken ze zelf. Zo worden de toiletten aan het Alvie huis al verwarmd met houtsnippers.

Marlies Vleugels

Lees ook in Veeteelt

Meer artikelen bekijken