Elise Peperstraete: ‘Zonder landbouw is er geen voedsel op ons bord’

Elise Peperstraete :  Eerst mijn diploma behalen.
Elise Peperstraete : Eerst mijn diploma behalen. - Foto: EP

Elise is de oudste van 3 kinderen – broers zijn Brecht (18) en Jens (15) – en liep als kind vaak aan de hand van mama en papa tussen de koeien en kalfjes. “Ik groeide op het landbouwbedrijf op en kwam van kindsbeen af in contact met verschillende aspecten van de landbouw.” Vader Johan Peperstraete en moeder Kristien Notebaert baten in de deelgemeente van Westvleteren een gemengd landbouwbedrijf uit met varkens en voornamelijk vleesvee.

Rassen kruisen

In de bedrijfstak van het vleesvee worden runderen van het Belgisch witblauw gekweekt, gekruist met rassen als Maine Anjou en Charolais. “We doen dat om de levensduur en de grootte van de runderen te verbeteren. In tegenstelling tot het zuiver BWB-ras hebben we ook minder last van poot- en longproblemen.”

Alle runderen worden op het bedrijf zelf afgemest, zowel de mannelijke dieren als de reforme koeien. “We doen dat met zelf samengestelde krachtvoeders: eigen geteelde gerst en spelt, lijnschilfers, soja, droge pulp en maïsgraan.” Dat uitgebalanceerd basisrantsoen wordt verder aangevuld met maïs, gras, voederbieten en voorgebakken frieten. De akkerbouw op het bedrijf bestaat voornamelijk uit maai- en graasweiden, maïs, voederbieten, spelt en gerst.

Elise trok eerst naar de lagere school Klavertje 3 in Vleteren, en daarna koos ze voor de richting techniek-wetenschappen in het OLVI in Poperinge. “Het was een logische keuze om daarna agro- en biotechnologie met afstudeerrichting agro-industrie aan Vives in Roeselare te volgen. Die richting ligt in de lijn van mijn middelbare opleiding. Het is een open richting waar je alle kanten mee uit kan. Dat is voor mij ideaal. Want ik weet nog niet wat ik later wil gaan doen. Ik leerde deze richting kennen door vrienden.”

Stage op melkveebedrijf

Elise Peperstraete rondde haar eerste hoger studiejaar met succes af. “Ik zit momenteel in mijn tweede jaar. Ik heb nu ook stage. We doorlopen 2 stageperiodes van telkens 25 dagen. In de opleiding worden 2 dagen per week voor stage voorzien. Je mag vrij de sector en het bedrijf kiezen waar je stage loopt.”

Voor haar eerste stage trok Elise naar het melkveebedrijf ’t Hof van de Rhille in Woumen. Daar worden zwartbonte melkkoeien gemolken, met in deakkerbouwtak de teelten maïs, tarwe, gerst en gras. “Men spitst zich daar ook toe op de korte keten. De melk wordt onder andere verwerkt tot boter, yoghurt, ijsjes en desserts.” Voor haar tweede stage koos Elise voor een totaal andere sector: de bouw, bij het metaalconstructiebedrijf Matthys in Lo-Reninge. “Die stage staat vandaag jammer genoeg on hold door het coronavirus.”

Volgens haar is er tijdens de theorielessen onvoldoende tijd om alles uitgebreid te leren. “Die praktische stages zijn daarom ideaal. Zo kunnen we de theorie aan de praktijk toetsen en nog meer leren”, zegt Elise, die haar nu eerst richt op het behalen van haar diploma. “Welk werk ik precies wil gaan doen, weet ik vandaag nog niet.” Elise ziet het niet zitten om het ouderlijke bedrijf over te nemen, maar zou wel graag in de agro-sector aan de slag gaan. “Dat is de reden waarom ik voor agro-industrie en niet voor de specifieke richting landbouw heb gekozen.” De opvolging van het bedrijf is al verzekerd door haar jongere broers Brecht en Jens.

Voor de Vlaamse land- en tuinbouw ziet ze verschillende uitdagingen en kansen. “Een betere afzet creëren voor onze landbouwproducten, is daar zeker één van. Wij hebben dat al deels kunnen realiseren door onze afgemeste stieren via het Vlaams Hoeverund af te zetten. Dat is een producentenorganisatie die voor en door landbouwers is opgezet.”

Niet grootste vervuiler

Voedsel zal altijd nodig zijn, dus landbouw ook. “Dat gaat misschien verwezenlijkt worden door minder landbouwers op grotere bedrijven. Er zal daarnaast ook nood blijven aan mensen die producten leveren aan de landbouw en die de landbouwproducten zullen verwerken.” Ook jongeren hebben interesse in de landbouw.

“Een programma als Boerenjaar (op Vier) en acties als #boerentrots zijn heel populair, ook bij jongeren”, getuigt Elise, die hoopt dat positieve kanten van de landbouw niet alleen in vakbladen verschijnt. Ze roept op om dat ook in de algemene media en op sociale media te doen.

“Zo zal men in tijden van corona ook best inzien dat bijvoorbeeld landbouw niet de grootste vervuiler is, zoals men beweert. Ik hoop vooral dat de landbouw verder aan populariteit wint. Zonder landbouw, geen eten op je bord.” Elise is verder al 5 jaar lid van KLJ Vleteren, waarvan 3 jaar van het bestuur. “Daarnaast ben ik ook lid van de studentenclub HSC Moeder Brecht.”

Lieven Vancoillie

Meest recent

Meest recent