Aardappelen bewaren vraagt kennis en infrastructuur

Goed bewaren betekent dat je als teler de temperatuur en het vochtgehalte in de  aardappelen ten allen tijde kan sturen.
Goed bewaren betekent dat je als teler de temperatuur en het vochtgehalte in de aardappelen ten allen tijde kan sturen. - Foto: SN

In tegenstelling tot voorgaande jaren, was het najaar vrij fris. Er waren dus mogelijkheden genoeg om met nachtelijke buitenlucht te drogen en om de temperatuur te laten zakken.

Toch is een geleidelijke inkoeling aangewezen om te voorkomen dat de aardappelen tussentijds weer oplopen als er zich eens een paar minder koude nachten voordoen.

Bovendien biedt trage inkoeling meer uren om drogend te ventileren. Lucht die kouder is dan de aardappelen is altijd drogend. Eens de streeftemperatuur bereikt is, zijn er echter geen mogelijkheden meer om met nóg koudere lucht aan de slag te gaan.

Een warmeluchtkanon kan een oplossing zijn om het drogende effect van de koude buitenlucht maximaal te benutten zonder dat de aardappeltemperatuur daalt.

Holle knollen

Goed bewaren betekent dat je als teler de temperatuur en het vochtgehalte in de aardappelen ten allen tijde kan sturen. Op basis van temperatuurmeting in het product wordt beslist of en wanneer er moet geventileerd worden. Eigen controle van de aardappelen blijft nodig om in te schatten of de aardappelen er voldoende droog bij liggen.

Dit jaar vertonen heel wat partijen holle en gekloven knollen. De kans dat een bacterie via een kloof of via een gaatje van een ritnaald tot bij de holte geraakt, is zeer groot. Een droge holle knol kan op die manier snel evolueren tot een rotte knol.

Het is heel belangrijk om regelmatig te controleren of het vocht van deze rotte knollen tijdig en voldoende kan weggeventileerd worden. Eens andere knollen worden aangestoken, wordt het moeilijk om dergelijke partijen langer te bewaren. Ook phytophthora kan dit jaar een oorzaak van rot zijn.

Ventilatie

Het is duidelijk dat een goede infrastructuur het verschil kan maken. Voldoende ventilatiecapaciteit en een optimale verdeling van de ventilatielucht zijn een must. Ook voor de goede werking van kiemremmingsmiddelen is het nodig dat de producten overal in de zelfde mate tot bij de aardappelen komen. Per kubieke meter aardappelen (650 kg) moet er een debiet van 100 m³ lucht/uur gerealiseerd worden. Voor een loods van 1.000 ton (1.500 m³) zijn 5 ventilatoren met een capaciteit van elk 30.000 m³ lucht/uur nodig om correct te kunnen ventileren.

Deze ventilatoren worden bij voorkeur opgehangen in een drukkamer. Naast de luchtkarakteristieken zijn het energieverbruik en de geluidsproductie niet te onderschatten factoren die bij de ventilatorkeuze mee in rekening moeten genomen worden. Stroomproblemen en geluidsoverlast zijn een niet te onderschatten probleem bij aardappelbewaring.

De aardappelen zijn dit jaar minder kiemlustig dan vorig jaar binnengekomen.
De aardappelen zijn dit jaar minder kiemlustig dan vorig jaar binnengekomen. - Foto: TD

Isolatie

Schenk ook de nodige aandacht aan een voldoende dikke isolatie (10 à 12 cm PU). Dit voorkomt temperatuurschommelingen en problemen met condens. Condens doet zich voor wanneer de koude van buiten de kans krijgt om binnen te dringen en om materialen (onderkant dak, spanten…) af te koelen. Vochtige lucht in de bewaring zal neerslaan op alles wat kouder is, met druppelvorming tot gevolg. Voorkomen is hier de boodschap, want eens de druppels aan het plafond hangen, zijn ze moeilijk weg te krijgen.

In loodsen met een voldoende dikke isolatie zijn er geen problemen met condens. Elders kunnen circulatieventilatoren (eventueel met verwarmingselement) het temperatuurverschil tussen het dak en de aardappelen beperken door de lucht boven de aardappelen in beweging te houden. Is dit niet voldoende, dan moet een warmeluchtkanon worden ingezet om de luchttemperatuur in de loods op te warmen en om vocht van het dak weg te houden.

Let erop dat de luchttemperatuur bij het gebruik van warme lucht nooit hoger oploopt dan de aardappeltemperatuur!

De loods en de aardappelen moeten ook droog zijn voor een goede toepassing van kiemremmers, zo niet kan er schade optreden. Wie beschikt over mechanische koeling, moet deze 24 uur vóór de toepassing afleggen en pas 48 uur na de toepassing weer opstarten.

Kiemremming

De aardappelen zijn dit jaar minder kiemlustig dan vorig jaar. De aardappelen waren toen – na een droge en hete zomer–bijzonder kiemlustig en de MH-behandeling was niet overal gelukt.

Dit jaar lijkt de situatie beter onder controle. Niettemin is het aan de teler om bijna dagelijks de aardappelen te controleren en om een goede strategie voor de kiemremming voor ogen te houden.

1,4SIGHT

Wie kiest voor de preventieve aanpak kan in een loods die voldoende luchtdicht is, 1,4SIGHT inzetten. Deze kiemrustverlenger is zeer vluchtig en moet tijdens de toepassing opgenomen worden door de aardappel. Beperk het ventilatiedebiet tijdens de toepassing voor een goede opname en houd de loods daarna nog 48 uur gesloten. Door vervolgbehandelingen uit te voeren telkens vóór de kieming op gang komt, kunnen de aardappelen gedurende een volledig bewaarseizoen kiemvrij gehouden worden.

Bij de eerste behandeling wordt doorgaans 15 à 20 ml/ton toegepast. Van zodra de aardappelen volledig tot rust gekomen zijn (januari) kan er verdergegaan worden met lagere dosissen (10 à 12 ml/ton). De MRL in aardappelen is vastgesteld op 15 ppm. In andere gewassen bedraagt die 0,01ppm. Let dus op als andere producten (uien, wortelen...) in de nabijheid bewaard worden, want kruiscontaminatie is mogelijk.

De wachttermijn bedraagt 30 dagen. Voor telers die frequent afleveren of thuis verkopen kan dit een probleem zijn.

Tegen begin december mag de streeftemperatuur bereikt worden.
Tegen begin december mag de streeftemperatuur bereikt worden. - Foto: TD

Argos en Biox-M

Argos en Biox-M zijn beide plantaardige oliën met de eigenschap aanwezige kiemen af te branden, op voorwaarde dat de dosis hoog genoeg is en dat het middel de kans krijgt om voldoende in contact te komen met de kiem. Indien dat niet het geval is , groeit de kiem verder door en wordt ze te lang om nog te kunnen afbranden. Een veldtoepassing met MH vormt een belangrijke ondersteuning voor een geslaagde kiemremming met Argos of Biox-M.

Beide middelen moeten ingezet worden als de kiemen 1 à 2 mm (max. 0,5 cm) groot zijn. In dit stadium zullen de kiemen na enkele dagen zwart worden. Hoe groter de kiemen, hoe moeilijker het is om ze te vernietigen.

Argos moet altijd worden ingezet aan 100 ml/ton (maximum 9 toepassingen). Voor Biox-M kan voor de eerste behandeling een afweging gemaakt worden tussen 90 of 60 ml/ton. Doorgaans kan er met 60 ml/ton voortgewerkt worden.

Door de natuurlijke oorsprong van de kiemremmers Argos en Biox-M hebben behandelde aardappelen geen residu. Voor Argos is er ook geen wachttijd. Er wordt evenwel aangeraden om na de toepassing 48 uur te wachten vooraleer uit te schuren. Voor Biox-M bedraagt de wachttermijn officieel 6 dagen, maar om de meeste muntgeur kwijt te geraken is het aangewezen om de aardappelen ten vroegste na 12 dagen te consumeren/verwerken. Er is geen maximale residulimiet (MRL) voor muntolie vastgesteld.

Zorg voor een goede afdichting van de loods. Hoe minder lekkage, hoe minder product er verloren gaat en hoe beter de werking. Ook de vullingsgraad is bepalend voor een goede werking. Hoe voller de loods, hoe beter het resultaat.

Restrain

Ethyleen is een zeer vluchtig gas dat in de bewaarloods gebracht wordt en dat zich gemakkelijk een weg zoekt tussen de aardappelen. In het Restrain-concept gebeurt de toepassing met een generator die ethanol omzet in ethyleen om de ruimte op een vooraf ingesteld niveau te houden.

Ethyleen vertraagt de kieming en hun lengtegroei. Er worden dus kiemen gevormd, maar ze blijven kort en dik. Bij aflevering vallen de kiemen eraf. Er zijn geen gegevens bekend over het gewichtsverlies die deze kiemen vertegenwoordigen. Ook bij Restrain is het belang van een geslaagde MH-behandeling niet te onderschatten.

De behandeling van Restrain wordt opgestart nadat de knollen droog zijn en op streeftemperatuur zitten. Op dat ogenblik is de ademhaling van de knollen sterk verminderd en kan het CO2-gehalte in de loods onder 2.500 ppm blijven. Dit is ten allen tijde een voorwaarde om problemen met bakkleur te voorkomen. Sowieso wordt ethyleen alleen aangeraden in rassen die van nature een goede bakkleur hebben (bv. Fontane). Volg de bakkleur nauwlettend op, zodat er ingegrepen kan worden (afleveren) bij een stijging. Voor ethyleen is er geen MRL en er moet er geen wachttijd aangehouden worden.

Ilse Eeckhout, PCA

Meest recent

Meest recent