Residuvrije peer niet discussievrij
Carrefour stelde vorige vrijdag in het Limburgse Heers samen met telers van de coöperaties BelOrta en New Green de eerste residuvrije Conférencepeer voor. De initiatiefnemers spelen daarmee zeker in op een bezorgdheid van de consument. Een gulden derde weg tussen biologische landbouw en conventionele landbouw? Daarmee is niet iedereen het eens.




Voor Carrefourwoordvoerder Baptiste van Outryve onderscheidt de residuvrije Conférencepeer zich op drie manieren: ze is Belgisch, ze is duurzaam geteeld en ze is residuvrij. De pluk van deze peer start rond deze tijd. Ze zal in de rekken liggen tot januari-februari. Carrefour gelooft sterk in deze peer: voor andere Conférence- peren is er zelfs geen plek meer in de winkelrekken zolang de voorraad strekt. De prijs voor de consument blijft dezelfde.
Behandelen wordt niet makkelijk
In totaal gaat het om een 50-tal ha Conférenceperen die op het einde van de rit residuvrij zullen moeten zijn. Onderweg mag er in principe wel behandeld worden. Dat maakt het evenwel nog geen makkelijke klus. Carrefour heeft daarom de koppen bijeen gestoken met twee coöperaties: New Green en BelOrta. Een aantal van hun leden gaan de uitdaging aan en streven op een deel van hun velden naar een residuvrij resultaat. Om de risico’s bij iedereen te spreiden bevinden de telers zich van West-Vlaanderen tot Wallonië en geen enkele teler maakt voor zijn volledige areaal de omslag. “Het is een traject waarbij er nog extra kennis moet opgedaan worden. In dat opzicht is het mooi om de twee coöperaties samen te zien werken”, vond de heer van Outryve.
Tegenover de extra inspanningen, staat ook een extra vergoeding. Telers en supermarkt kwamen overeen om een marktprijs plus toeslag te hanteren. De telers zetten al hun peren af aan Carrefour, en Carrefour neemt het engagement om alle peren ook daadwerkelijk af te nemen. De kleinste en minder mooie exemplaren - die de klant klassiek links laat liggen - worden tot sap geperst, dat Carrefour ook zal verkopen.
Logische evolutie
Ook appels?
Waar zit de relevantie van strengere normen?
Het enthousiasme bij telers en supermarktketen is groot, maar het initiatief kan niet bij iedereen op even hard applaus rekenen. Bij Phytofar, de organisatie van de gewasbeschermingsmiddelensector, is het enthousiasme minder groot. Voor secretaris-generaal Peter Jaeken staat zonder niet automatisch gelijk aan gezonder. “Vergelijk het met geneesmiddelen. Kan je leven zonder geneesmiddelen, ja zeker. Maar ga je dan langer of beter leven?”
De initiatiefnemers van de residuvrije peer stellen dat ze gaan voor een volledig residuvrije peer, waar - uitgenomen een technische marge - absoluut geen sporen van in terug te vinden zijn. “Residuvrij is echter een risicovol begrip. Om de tien jaar is men door de technologische evolutie erin geslaagd om met een factor tien lagere residuën waar te nemen”, legt Peter Jaeken uit.
Maar los van de technische discussie ziet Phytofar een fundamenteler probleem. En dat gaat over de relevantie van nog strengere normen. “Het promoten van een residuvrije peer suggereert dat er met het ander iets mis zou zijn, maar dat is niet zo. Conventionele peren zijn volgens de principes van de geïntegreerde teelt duurzaam geteeld, en die peren zijn even gezond. De residunormen laten maar een dosis toe die 100 keer kleiner is dan het gehalte waarop iets schadelijk zou kunnen beginnen worden en voor babyvoeding zelfs 1.000 keer. 98 % van staalnames zit onder de norm. Je moét meten, en het is goed om te streven naar minder, maar je moet de relevantie durven afzetten tegen wat je vindt. Het huidige systeem is zeer degelijk, wetenschappelijk onderbouwd en biedt voldoende resultaten. Weinig landen meten bovendien op zo’n grote waaier aan producten dan ons land.”
Breder bekeken is het streven naar geen of minder gewasbeschermingsmiddelen gedurende de hele teelt een trend. Het gegeven dat de residuvrije peer zonder residuën in het eindproduct kan, laat de vraag rijzen of het dan nog moet mèt gewasbeschermingsmiddelen. Volgens Phytofar moeten voor- en nadelen goed tegen elkaar afgewogen worden. “Uiteraard streven we er als sector ook naar om residuën zo laag mogelijk te houden, maar je moet het bredere plaatje bekijken. Hoe gaat men om met groter wordende oogstverliezen, met risico’s op resistentie tegen bepaalde plagen, met mycotoxines, met het effect op de prijs. Dat zijn randzaken die complexer uit te leggen zijn. Het marketingverhaal van residuvrij is makkelijk uit te leggen, de omkadering van het verhaal is iets complexer. We moeten ervoor zorgen dat we met het residuvrije verhaal mensen niet afkeren van groente en fruit; het tegenovergestelde van wat iedereen beoogt.”
Bedenkingen in biologische hoek
Ook vanuit de biologische hoek heeft men bedenkingen bij het initatief. Dat er bij de telers tussen de lijnen gesuggereerd werd dat het eindproduct min of meer te vergelijken was met biologische peren, viel niet in goede aarde bij bijvoorbeeld Bioforum, de belangenverdediging van de biologische sector. In theorie kan het zijn dat er in biologische producten een residu - van een zeer beperkte lijst natuurlijke bestrijdingsmiddelen - teruggevonden wordt. Dat zou gegarandeerd residuvrij op dat ene vlak strenger maken dan bio, maar dat wil Bioforum niet zomaar gezegd hebben. Bioforum wijst erop dat er bij het terugvinden van residuën in bio altijd een onderzoek volgt naar de oorzaak, en dat de normen veel strenger zijn.
Bioforum wijst er in een reactie op dat enkel een residuvrij eindproduct veraf staat van wat Bioforum een echt duurzame teelt noemt. “De normen voor de biologische teelt zijn duidelijker strenger en allesomvattender dan het verbieden van gebruik van pesticiden. Enkel de biologische teelt garandeert een milieuvriendelijke aanpak waar de bodemvruchtbaarheid centraal staat en zonder het gebruik van chemische pesticiden en onkruidbestrijding of kunstmest.” Volgens de organisatie is een pesticidevrije teelt de beste garantie op residuvrij fruit.
De organisatie merkt op dat chemische bestrijdingsmiddelen niet alleen op het gewas zelf terechtkomen, maar ook doordringen in de bodem en het leefmilieu. De organisatie ziet ze daar een nefaste invloed hebben op het bodemleven en de biodiversiteit. Ook kunstmest wijst de sector om die reden af.
Op de voorstelling van de residuvrije peer waren er telers die suggereerden dat de residuvrije teelt een eventueel nuttige ‘overgangsteelt’ zou kunnen zijn voor telers die de overstap naar biologische landbouw willen maken. De overgangs-periode, waarin telers gedurende een paar jaar wel de nadelen van het verbod op chemische bestrijding hebben van de biolandbouw, maar niet de voordelen van de meeropbrengst van biologische landbouw, is een ernstig obstakelblok. Bioforum ziet daar bij monde van Sabrina Proserpio geen echte bijkomende opening. “De wettelijke omschakelingsperiode is de beste tussenstap voor omschakelende boeren. Die periode is echt nodig, omdat de bodem de kans moet krijgen om zich te herstellen. Omdat een bioboer geen kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen mag gebruiken, is het des te belangrijker dat hij het bodemleven goed gezond houdt.
We vermelden voor de volledigheid nog dat Carrefour zelf de residuvrije peer niet in de markt zet als een alternatief voor bio. “De biologische peer is een ander ras, met andere smaak en andere kwaliteiten.”





