Startpagina Melkvee

Vlaamse melk is van topkwaliteit dankzij jarenlange inzet van sector

De Vlaamse melkkwaliteit is van topniveau, dat staat als een paal boven water. Voor het vierde jaar op rij haalt Vlaanderen een gemiddeld celgetal lager dan 200.000 per ml. Het kiemgetal is amper 9.300 per ml, en het gemiddelde coligetal is 12,2 per ml.

Leestijd : 4 min

Ondanks de daling van het aantal melkveebedrijven, was de melkproductie nog nooit zo groot. In de jaren 60 waren er nog meer dan 100.000 Vlaamse melkveehouders, in 1984 waren dat er nog meer dan 25.000, en in 2022 waren dat er nog slechts 3.687. “Het aantal melkveehouders daalt al vele jaren aan een stuk, maar het aantal liters melk per koe blijft alleen maar stijgen”, zegt Zyncke Lipkens van Melkcontrolecentrum Vlaanderen (MCC). “In 1960 produceerde een koe gemiddeld 3.750 l per jaar. Tegenwoordig is jaarproductie van 10.000 liter geen uitzondering meer.”

Inzet van hele sector

Lipkens: “Vlaanderen zit samen met zijn buurlanden bij de wereldtop, en dat is vooral te danken aan de sector zelf, die sinds 1938 streeft naar betere melkkwaliteit. In dat jaar werd de Nationale Zuiveldienst opgericht, en ontstonden enkele provinciale initiatieven. Rond die tijd ontstonden ook de Verenigingen voor tuberculosebestrijding bij het rundvee, nu bekend als Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ), want toen was ruim 35% van de rundveebedrijven besmet met tuberculose.

Op vraag van enkele zuivelfabrieken werden een aantal kwaliteitseisen ingevoerd. De analyses werden in de melkerij zelf uitgevoerd en medegefinancierd door de provinciale overheid. Deelname aan het kwaliteitssysteem was aanvankelijk vrijblijvend en werd gestimuleerd met aanmoedigingspremies.”

Mastitis en antibiotica

“Klinische uierontstekingen waren toen ook al goed gekend en de aanpak bestond vooral uit het toedienen van antibiotica. Over preventie van mastitis, het zorgen dat de melkmachine in goede staat is, desinfectie van de spenen na melken, en gerichte afvoer van koeien, werd pas vanaf 1970 gesproken. Testen voor residuen van antibiotica in melk werden dan weer ingevoerd in 1988, oorspronkelijk niet zozeer vanuit de bezorgdheid rond resistentie, maar eerder door problemen bij bereiding van kaas en yoghurt.

Hoewel bacteriologisch onderzoek vanaf het begin als een belangrijke parameter voor melkkwaliteit werd gezien, heeft de routinematige bepaling van het tankmelkcelgetal nog even op zich laten wachten. In 1979 werd het resultaat van het tankcelgetal – mede met Europese financiële steun – kosteloos ter beschikking gesteld aan alle geïnteresseerde melkproducenten, en werd stilaan ingezien dat de parameter erg waardevol is. Het totale kiemgetal werd voortaan 18 keer per jaar bepaald, en vanaf 1988 werd ook het tankcelgetal 1 keer per maand bepaald voor alle melkveehouders. Resultaten zouden al snel de uitbetaalde melkprijs beïnvloeden.”

Belangrijke omschakeling

“In de jaren 90 maakte de Vlaamse melkveehouderij een belangrijke omwenteling door. Het aantal melkveehouders daalde drastisch, melkerijen fuseerden, de veestapel werd kleiner, de melkproductie werd groter en ook de vet- en eiwitgehaltes verbeterden. Stilaan kon men beginnen spreken van een gespecialiseerde melkveehouderij.

Rond dezelfde periode moest men ook vaststellen dat enkel behandelen met antibiotica dan toch niet zo efficiënt was. Daardoor moest meer aandacht besteed worden aan preventie, huisvesting, melkinstallaties, voeding, selectie, enzoverder.

In 1994 startte het zogenaamde GMP-project (Goede Melkwinningspraktijk) waarbij de 100 bedrijven met de beste kwaliteit gedurende 2 jaar opgevolgd werden. De resultaten van dat project leidden rechtstreeks tot de oprichting van een integraal ketenbewakingssysteem (IKM Vlaanderen).

In 2003 ontstond het overkoepelende Melkcontrolecentrum Vlaanderen. Sinds 2008 voert MCC in samenwerking met DGZ en Coöperatie Rundveeverbetering (CRV) alle routine en diagnostische melktesten uit op één site in Lier.”

Recordproductie in 2022

“Uit het jaarverslag van MCC blijkt dat de Vlaamse melkveehouders nog nooit zoveel melk produceerden als in 2022”, gaat Lipkens verder. “De 3.687 melkveehouders die er vorig jaar waren, produceerden samen meer dan 3 miljard l melk. Dat is 4,78% meer dan het jaar ervoor.

De hoge bacteriologische kwaliteit van de Vlaamse melk weerspiegelt zich in een gemiddeld kiemgetal van amper 9.300 per ml en een gemiddeld coligetal van 12,2 per ml. Een optimale uiergezondheid resulteert voor het vierde jaar op rij in een gemiddeld celgetal van minder dan 200.000 per ml.

Dankzij jarenlange sensibilisatie en controle op de aanwezigheid van antibioticaresiduen in de melk werden ook in 2022 in slechts 0,017% van de melkleveringen residuen aangetoond. Dat resultaat speelt een belangrijke rol bij de kwaliteitsperceptie van de consument. Op maandbasis blijft meer dan 98% van de melkveebedrijven aan de strengste kwaliteitsnormen voldoen.”

Voorloper in sector

“Vlaamse melkveehouders mogen trots zijn op hun melkproductie”, zegt Lipkens. “De Europese wettelijke grens voor het celgetal is 400.000 cellen per ml. In Amerika ligt die grens zelfs op 750.000 cellen. Met minder dan 200.000 cellen per ml lopen we dus zeker voorop. In Vlaanderen besteden we ook veel aandacht aan het coligetal, wat niet gebeurt in buurlanden. Het zorgt ervoor dat problemen met hygiëne veel sneller opgemerkt en aangepakt kunnen worden.

Het IKM-lastenboek is ook zeer belangrijk in Vlaanderen want zonder IKM-certificaat is de afzet van de melk tegenwoordig niet meer te verzekeren. 99,8% van de Belgische melkveebedrijven zijn IKM-gecertificeerd, en dat is uniek. Consumenten worden steeds veeleisender en willen weten hoe een product tot stand is gekomen (productiemethode, dierenwelzijn, milieu, zuiverheid en veiligheid van het product enz.) en IKM waarborgt deze punten.”

Kwaliteitsmelkers

“Om de melkkwaliteit te blijven verbeteren, houden we bij MCC de melkveehouders zo veel mogelijk op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen en inzichten in de sector. Dit doen we door dagelijks in het veld te komen, deel te nemen aan verschillende projecten en samen te werken met onder andere universiteiten en onderzoekscentra. Iedere dag opnieuw zetten we in op kwalitatieve analyses van duizenden melkstalen en de melkveehouders met de beste melkkwaliteit belonen we met een diploma. De voorwaarden voor het behalen van dat diploma hebben betrekking op het kiemgetal (<10.000/ml), het coligetal (<10/ml) en het celgetal (<150.000/ml).

Niet minder dan 91 Vlaamse producenten slaagden er in 2022 in om onafgebroken aan die strenge kwaliteitsnormen te voldoen. Dat zijn er 20 meer dan in 2021. Zij bewijzen nog maar eens dat je dankzij een professionele bedrijfsvoering een topproduct kunt afleveren. De topmelkers mogen terecht fier zijn op hun dieren en op de kwaliteit van de melk die ze produceren. Wie echt wil, kan zeer mooie resultaten behalen”, aldus nog Zyncke Lipkens.

Sanne Nuyts

Lees ook in Melkvee

Meer artikelen bekijken