Startpagina Pluimvee

Hulp bij de keuze van uw kuil- en korrelmaïsrassen

Een toelating tot de Belgische maïsrassenlijst vormt het bewijs dat een ras grondig werd getest onder onze teeltomstandigheden en dat het ras beter scoort dan de huidige (standaard)rassen. Als landbouwer wil je graag mee genieten van deze genetische vooruitgang. Daarom neemt u bij aanvang van het nieuwe maïsseizoen best even de tijd om een goede rassenkeuze te maken. De ILVO-rassenlijst kan u hierbij op weg helpen.

Leestijd : 4 min

J aarlijks brengt het ILVO een beschrijvende en aanbevelende rassenlijst uit. Dit is in 2017 niet anders. De evolutie is snel in de veredeling van maïs waardoor er vlug rassen op de markt komen die op bepaalde vlakken beter scoren dan hun voorgangers. Een ras is dus een beperkte periode beter dan zijn concurrenten. Bedrijven willen hun rassen zo optimaal mogelijk aan de man brengen tijdens de periode dat het ras concurrentieel is.

De lat ligt hoog

Al meer dan 25 jaar werken het ILVO (Merelbeke) en CRA (Gembloux) samen om nieuwe maïsrassen te evalueren. Deze evaluatie gebeurt op verschillende locaties, verspreid in de belangrijkste maïsregio’s van België. Bedrijven die ervan overtuigd zijn dat hun rassen geschikt zijn voor de Belgische landbouwer kunnen hun rassen aanmelden voor dit proevennetwerk. Alleen de rassen die voldoende goede eigenschappen bezitten in vergelijking met de standaardrassen worden toegelaten tot de Belgische rassenlijst. De lat voor toelating ligt hoog want de standaardrassen bestaan uit toprassen van de Belgische rassenlijst en worden jaarlijks geüpdatet. Minder goed presterende rassen worden niet toegelaten en zijn dus ook niet in onze lijst terug te vinden.

Risico’s reduceren

Bovendien gaat de ILVO-rassenlijst nog een stap verder en maakt ze een onderscheid tussen aanbevolen en niet-aanbevolen rassen. Alleen de beste rassen worden aanbevolen voor de praktijk. Op die manier weten landbouwers die kiezen voor een aanbevolen ras dat ze meegenieten van de genetische vooruitgang én dat ze geen noemenswaardige risico’s lopen. Zowel voor kuil- als korrelmaïs worden de aanbevolen rassen geselecteerd op basis van vroegrijpheid, opbrengst, legervastheid en resistentie tegen stengelrot.

Voor kuilmaïs wordt ook de verteerbaarheid van de organische stof in beschouwing genomen. Alleen de rassen die voldoende scoren op álle parameters worden aanbevolen. De normen die we hanteren voor kuil- en korrelmaïs zijn terug te vinden in de volledige brochure. Een ras kan bovendien maar aanbevolen worden na drie jaar beproeving. Zo garanderen we een lijst met stabiele, correcte cijfers en reduceren we het risico voor de landbouwer wanneer die kiest voor een nieuw aanbevolen ras.

Tijdstip en type bedrijf

De keuze van een ras kan de landbouwer best zelf doen op basis van zijn behoeftes en prioriteiten. Het zaaitijdstip die hij voor ogen heeft is meest bepalend voor keuze van vroegheid. Bij een vroege zaai kan zowel gekozen worden uit de (half)vroege als (half)late groepen. Bij een zaai na 1 mei dient de voorkeur uit te gaan naar het vroege segment. Als er specifieke aandachtspunten zijn tijdens de oogst, bijvoorbeeld een perceel dat beter vroeg geoogst wordt omwille van problemen tijdens nattere periodes of de inzaai van groenbedekkers, kunnen deze er ook voor zorgen dat de landbouwer voor de vroegere rassen gaat kiezen. Het type bedrijf heeft ook een invloed op de rassenkeuze; een zuiver melkveebedrijf gaat wellicht eerder kiezen voor rassen die beter scoren op de kwaliteitsparameters (verteerbaarheid, Verteerbare Organische Stofopbrengst, zetmeel).

Probeer een nieuw ras uit

Het teeltplan kan ook een rol spelen. Als de beschikbare oppervlakte beperkt is kan de keuze uitgaan naar rassen die meer Droge Stofopbrengst realiseren. Is er voldoende beschikbare oppervlakte dan kan de landbouwer meer focussen op kwaliteit. Perceelsgebonden aandachtspunten, zoals bijvoorbeeld ligging in een open vlakte, zorgen ervoor dat de cijfers van legervastheid belangrijk kunnen zijn. Eigen ervaringen spelen uiteraard ook een grote rol in de rassenkeuze. Iemand die tevreden is van een bepaald ras hoeft niet steeds op zoek te gaan naar een nieuw ras. Toch is het aangewezen om afhankelijk van het areaal jaarlijks een bepaalde oppervlakte in te zaaien met een nieuw ras. Op die manier zijn er jaarlijks nieuwe ervaringen die meegenomen kunnen worden bij de uiteindelijke rassenkeuze en is men mee met de vooruitgang vanuit de veredeling.

Nieuwe rassen

In 2017 zijn er acht nieuwe rassen kuilmaïs opgenomen (Tabel 1). Hiervan zijn er twee die al drie proefjaren achter de rug hebben en onmiddellijk aanbevolen worden. Dit zijn Havelio KWS en Karibous; beiden zijn rassen van KWS. De zes andere nieuwe kuilmaïsrassen hebben nog maar twee proefjaren achter rug en kunnen nog niet worden aanbevolen.

Bij de korrelmaïs zijn vier nieuwe rassen opgenomen die alle vier een proevencyclus van drie jaar volbracht hebben en aanbevolen worden (Tabel 2). Dat zijn de rassen Megusto KWS en Genialis KWS (KWS), LG 31.211 (Limagrain) en ES Metronom (Euralis/Aveve).

E

F

Filip De Brouwer & Joke Pannecoucque (ILVO)

Lees ook in Pluimvee

Wachten op bruikbaar vaccin tegen vogelgriep

Pluimvee Vaccineren zal een belangrijke aanvulling zijn op de bestaande maatregelen tegen vogelgriep, maar momenteel moeten we wachten op bruikbare vaccins en moet ervoor gezorgd worden dat de export niet in het gedrang komt. Dat zei Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns in de commissie Landbouw van het Vlaamse parlement op 11 januari.
Meer artikelen bekijken