Startpagina Actueel

25 jaar dioxinecrisis: de crisis die voedselveiligheid op de agenda zette

Was de dioxinecrisis in 1999 een voedselcrisis, een politieke crisis of toch een ‘food panic’? Sven Lefèvre, stafmedewerker bij het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG), blikt met ons terug.

Leestijd : 5 min

Wie aan de dioxinecrisis denkt, heeft al snel de vreselijke beelden van het vernietigen van kippen en eieren voor ogen. Heel wat winkelrekken werden ook leeggehaald. Zo vlak voor de verkiezingen van juni 1999 rolden er ook wel wat politieke koppen. Anderzijds was deze crisis de start van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), waardoor ons land koploper werd op het vlak van voedselveiligheid.

Transformatorolie in voeder

Op vrijdag 27 mei 1999 raakte bekend dat er sinds januari dioxines in de voedselketen waren terecht- gekomen. Sven Lefèvre neemt ons mee terug naar die periode: “De bal ging aan het rollen doordat de pluimveesector gewag maakte van verschillende problemen met legkippen en kuikens. Via vetsmelterij Verkest was er transformatorolie in de voedselketen terechtgekomen. De firma had eind januari een mengeling met (goedkopere) ‘technische vetten’ aan veevoederfabrikanten geleverd. De vetten werden vervolgens verwerkt tot veevoeders en geleverd aan landbouwbedrijven. Op pluimveebedrijven zag men een daling van de groei, een afname van de uitkipping van de eieren en van het aantal gelegde eieren. De tot kippen uitgegroeide kuikens vertoonden problemen aan het zenuwstelsel.”

Moeilijke puzzel

Experten, ingeschakeld door de betrokken veevoederbedrijven, vonden al midden maart een relatie tussen de slechtere productieresultaten en dioxine. “Alle pijlen wezen daarbij naar vetsmelterij Verkest”, vertelt Lefèvre verder. “Het toenmalige ministerie van Landbouw dook in de materie en kon dit eind april enkel maar bevestigen.”

Hoewel tracering vandaag de dag een normaliteit lijkt te zijn, was dat toen zeker nog niet het geval. Het was een titanenwerk om de verspreiding en impact van het gecontamineerde voedsel verder in kaart te brengen. “Je moet weten dat de communicatie toen grotendeels per fax verliep. Dat lijkt prehistorisch, maar het is slechts een kwarteeuw geleden. Het traceren van alle vetleveringen aan bedrijven bleek niet gemakkelijk.” En dat was nog maar een stukje van de puzzel.

Wat met de volksgezondheid?

Ook de volksgezondheid stond op het spel. “De ministeries van Landbouw en Volksgezondheid moesten samenwerken. Dat liep in die tijd blijkbaar niet zo van een leien dakje. Verdachte bedrijven werden geblokkeerd, stalen werden afgenomen, testen werden uitgevoerd. Door een gebrek aan analysecapaciteit in eigen land verliep het onderzoek traag. Het zorgde voor belangrijk tijdverlies.”

Uiteindelijk bracht België pas op 27 mei de Europese Unie op de hoogte via het Rapid-systeem van een dioxinebesmetting in de voedselketen.

Lege rekken en politieke verschuiving

Een dag na de officiële bevestiging dat er dioxines teruggevonden waren in de stalen van begin mei bracht het VRT-journaal op 27 mei het nieuws over de dioxinebesmetting naar buiten. “Pas hierna besloot minister van Volksgezondheid Marcel Colla (SP) om alle kippen en eieren uit de rekken te halen. Vooral het feit dat de resultaten al meer dan een maand bekend waren, zorgde voor publieke verontwaardiging. Het leidde op 2 juni uiteindelijk ook tot het ontslag van minister van Landbouw Karel Pinxten (CVP) en minister van Volksgezondheid Marcel Colla (SP). Dit alles speelde zich af op slechts een tweetal weken voor de nationale, regionale en Europese verkiezingen van 13 juni.”

Het informeren en geruststellen van de consumenten verliep toen via teletext, het internet – dat toen stilaan ingang vond – en nieuwsupdates. Desondanks bleef er nog heel wat onduidelijkheid en verwarring bestaan. Lefèvre: “De omvang van de crisis in kaart brengen, bleek namelijk een uiterst intensieve en moeilijke klus. Daarenboven moest de overheid lang wachten op de resultaten uit de labo’s. De geblokkeerde landbouwbedrijven, de verwerkende industrie en de retail wezen in de eerste dagen van de crisis op het belang van duidelijkheid om de schade te beperken en van snel tot beslissingen te komen, aangezien het om levende dieren en bederfbare goederen ging.

Het verbod om nog kippen, eieren en ook afgeleide producten, zoals mayonaise en koekjes, te verkopen, zorgde meteen voor een groot schokeffect bij de consument. Ook onze buurlanden en andere Europese landen haalden preventief alle Belgische kippen en eieren en andere producten uit de supermarkt.”

De crisis zorgde voor een complete verschuiving van de politieke machtsverhoudingen. De nieuwe federale regering deed een beroep op enkele nieuwe gezichten om de crisis te beheren: zo werd Freddy Willockx (SP) aangesteld als dioxinecommissaris om de crisis te managen. Magda Aelvoet (Agalev) kreeg de post van minister van Volksgezondheid. Ze leidden nadien de oprichting van het FAVV in goede banen. De liberaal Jaak Gabriëls (VLD) werd minister van Landbouw.

Economische schade

De economische gevolgen voor de Belgische landbouwsector waren zwaar, benadrukt Sven Lefèvre: “Maar liefst 7 miljoen kippen en 60.000 varkens werden geslacht. Duizenden landbouwbedrijven werden maandenlang geblokkeerd. In de gehele voedingsindustrie daalde de productie in juni 1999 met 14%, in de vleessector met ruim 40%. Ook de secundaire verwerkende nijverheid betaalde de prijs van de crisis. Volgens het Planbureau zorgde de crisis voor een nationale groeivertraging van circa 0,2%.”

De economische  gevolgen van de dioxinecrisis voor de Belgische landbouwsector waren zwaar: maar liefst 7 miljoen kippen en 60.000 varkens dienden te  worden geslacht.
De economische gevolgen van de dioxinecrisis voor de Belgische landbouwsector waren zwaar: maar liefst 7 miljoen kippen en 60.000 varkens dienden te worden geslacht. - Foto: Belga

Naarmate de crisis langer duurde, steeg het ongenoegen onder de veehouders. Op 5 juli organiseerden verschillende landbouworganisaties daarom een betoging in Brussel om de consument ervan te overtuigen dat kwaliteitsvolle producten en voedselveiligheid centraal staan in hun dagdagelijkse bedrijfsvoering.

Naar aanleiding van de dioxinecrisis kwamen de boeren op 5 juli 1999betogen inBrussel.
Naar aanleiding van de dioxinecrisis kwamen de boeren op 5 juli 1999betogen inBrussel. - Foto: LBL

Oprichting FAVV

De dioxinecrisis was wel de rechtstreekse aanleiding voor de oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). “Een voedselagentschap dat de volledige voedselketen controleert, circuleerde als idee reeds enige tijd voor de dioxinecrisis in kringen van ambtenaren, onder meer ingegeven door de landbouwcrisissen, zoals de varkenspest en de gekkekoeienziekte. De dioxinecrisis bleek de broodnodige katalysator om tot actie over te gaan.”

Het betekende een belangrijk keerpunt in het voedselbeleid van ons land. “Voor het eerst kwam er een centraal controleorgaan op de gehele voedselketen, waarmee het tegemoetkwam aan enkele van de structurele oorzaken van de dioxinecrisis: de verspreiding van bevoegdheden tussen de verschillende beleidsniveaus enerzijds en de moeilijke informatiedoorstroming tussen het ministerie van Landbouw en het ministerie van Volksgezondheid anderzijds. Het FAVV werd uiteindelijk een voorbeeldorganisatie voor heel wat andere landen.

Anne Vandenbosch

Lees ook in Actueel

PIBO-campus toont beloftevolle akkerbouwrassen

Granen Op de proefveldrondgang van PIBO-campus in Tongeren bezochten we de rassenproeven wintergerst en -tarwe en het suikerbieten- en cichoreiperceel. Er was ook aandacht voor het Leader-project ‘Bouwen aan een betere bodem’ en voor het Platteland Plus-project ‘Hier groeit uw brood’.
Meer artikelen bekijken