Kabinet Brouns bekijkt vergoeden van everzwijnschade
Schademeldingen aan akkers en weiden door wilde everzwijnen leiden zelden tot nooit tot een uitbetaling van een schadevergoeding. Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns bekijkt of de regels daarover moeten of kunnen bijgestuurd worden.

De aankondiging van een mogelijke administratieve schadevergoeding voor everzwijnschade vanuit de overheid duikt op bij een recentelijke schriftelijke vraag over het Vlaamse beleid inzake everzwijnen van Vlaams parlementslid Lydia Peeters (Open Vld) aan minister Brouns (cd&v).
“De everzwijnen zijn een echte plaag en hun aantal blijft groeien. Ze woelen heel wat akkers, graslanden en tuinen om en zorgen voor heel wat schade”, stelt Peeters.
Om de schade door everzwijnen te beperken en de populatie stabiel te houden, zet Vlaanderen in op een geïntegreerde aanpak met een combinatie van maatregelen, zoals faunabeheerzones, gemachtigde faunabeheerders, schadepreventie en wildbeheer. Dat laatste omvat 3 pistes: de gewone jacht voor het normale populatiebeheer, de bijzondere jacht ter voorkoming en inperking van schade en de bestrijding om op te treden wanneer er schade aanwezig is.
Uit cijfers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) blijkt dat in minstens 51 Vlaamse gemeenten everzwijnen zitten. In Limburg treft men ze aan in bijna elke gemeente, maar daarnaast veroveren ze ook terrein in de rest van Vlaanderen. Om die reden wordt nu gekozen voor een gecentraliseerde everzwijnencoördinator die voor een gezamenlijke aanpak in heel Vlaanderen moet zorgen.
Gecentraliseerde everzwijnencoördinator
Tot voor kort was er enkel een everzwijncoördinator voor Limburg. Voortaan is er een voor gans Vlaanderen. Enerzijds neemt de nieuwe everzwijncoördinator het everzwijnenoverleg op de verschillende niveaus in handen zodat het tot heldere afspraken komt. De everzwijncoördinator is het aanspreekpunt voor de betrokkenen op het terrein, voor de lokale overheden en, media. Anderzijds zal de everzwijncoördinator ook de sturing van het everzwijnbeheer in handen nemen om een goed evenwicht met de everzwijnpopulatie te vinden en te bewaren. Wanneer everzwijnen zich vestigen is het een broos evenwicht tussen de ecologische rol van het everzwijn en de verschillende andere maatschappelijke belangen zoals de schade en de veiligheid.
In Limburg situeert de meest ernstige problematiek zich momenteel in de regio Beringen en Heusden-Zolder, met nog een kleinere problematiek in Leopoldsburg. In Vlaams-Brabant situeert de problematiek zich in Huldenberg, Overijse, Tervuren en Kraainem. De nabijheid van Wallonië en het Zoniënwoud heeft daar waarschijnlijk een belangrijke invloed.
Schade wordt niet vergoed
Heel wat landbouwers dienen een aanvraag in voor het vergoeden van schade aan gewassen of terreinen door wilde everzwijnen, vooral in Limburg, Vlaams-Brabant en Antwerpen. Van 2023 tot 2025 werden door particulieren en landbouwers samen 159 aanvragen voor schadevergoedingen voor everzwijnschade ingediend. Enkel in uitzonderlijke gevallen is een schadevergoeding mogelijk. In 2022 werd 1 dossier ontvankelijk verklaard dat voldeed aan de uitzonderingsbepalingen. Hier werd de schade geraamd op 519 euro. Met aftrek van het eigen risico van 250 euro werd hier 269 euro uitbetaald. Vaak blijken de voorwaarden van schadepreventie meestal niet vervuld te zijn.
“Aanvragen tot schadevergoeding door everzwijnen leiden zelden of nooit tot uitbetaling. Dat heeft te maken met het statuut van everzwijnen als jachtwild en de verantwoordelijkheid van elke terreinbeheerder om zelf in te staan voor een gepast wildbeheer waarbij schade maximaal voorkomen wordt”, duidt de minister. De landbouwer moet met de jagers op zijn terreinen afspraken maken over jacht op en bestrijding van everzwijnen.
“Ik heb mijn administratie gevraagd om de regelgeving op dit punt te evalueren en te kijken in welke omstandigheden een administratieve schadevergoeding voor everzwijnschade vanuit de overheid toch verantwoord kan worden. De bewijslast met betrekking tot de afkomst van het everzwijn kan hierbij geëvalueerd worden”, geeft minister Brouns aan. Inzake de bewijslast met betrekking tot de afkomst van het everzwijn heeft toenmalig minister Zuhal Demir in 2023 reeds gevraagd aan het Agentschap Natuur en Bos (ANB) de regelgeving hierover te evalueren.
Aanpassingen aan regels
Het huidige regelgevende kader laat toe om de situatie inzake everzwijnen in Vlaanderen onder controle te houden. “Dat betekent echter niet dat verdere verbeteringen niet mogelijk zijn. Ik heb bijvoorbeeld mijn administratie de opdracht gegeven de Vlaamse wetgeving voor te bereiden op de recente wijziging van de federale wapenwet aangaande het gebruik van nachtzicht en geluidsdempers bij de bestrijding van everzwijnen”, zegt de minister.
In het antwoord van de minister zit ook nog een oproep. “Een belangrijk element is het in beeld krijgen van probleemlocaties. Als aanwezigheid, schade of overlast niet gemeld wordt, is het onmogelijk om problemen in kaart te brengen. Al te vaak komen die pas op de radar als de overlast heel groot is. Ik roep dan ook op om waarnemingen of schade te melden op het platform van de Vlaamse overheid (www.wildinzicht.be). Mijn administratie gaat voortdurend op zoek naar mogelijkheden om het melden nog vlotter te laten verlopen”, zegt minister Brouns.
Jachtsector responsabiliseren
Een tweede belangrijk element is volgens de minister dat lokale wildbeheereenheden en jagers voor een groot deel kunnen bijdragen aan een duurzame oplossing. “Dat vraagt echter een aanpassing, want wildbeheer om overlast en schade te vermijden vraagt een andere aanpak dan het routinematig wildbeheer. Het vraagt meer tijd, andere beheertechnieken en veel overleg met de lokale bewoners. Ik zie het dan ook als een belangrijke opdracht voor de nieuwe everzwijncoördinator om bij lokale probleemcases proactief alle partijen bijeen te brengen en daarbij ook de jachtsector maximaal te betrekken en te responsabiliseren”, besluit de minister.





