Edito: Mercosur smaakt zuur
Hoewel heel wat specialisten beweren dat het Mercosur-akkoord een zegen is voor de economie van Europa, blijft er voor de landbouwsector een zure smaak achter. Of die nog terug zoet(er) kan worden, is een groot vraagteken.

Omdat dit handelsakkoord een vrije handelszone creëert van meer dan 700 miljoen mensen, spelen er enorm grote economische belangen. In tijden waarin de Europese Unie tal van handelsbelemmeringen om de oren krijgt geslingerd, lijkt het voor velen opportuun om deze deal met 4 belangrijke Zuid-Amerikaanse landen nu eindelijk rond te krijgen. Het zal immers een nodige boost geven aan tal van industriële goederen, denk bijvoorbeeld aan Duitse wagens, die hun weg over de oceaan zullen vinden. Ook diverse verwerkte voedingsproducten, zoals kaas en wijn, zullen die nieuwe markten beter kunnen veroveren.
In de dagen voorafgaand aan de (voorlopige) goedkeuring deed de EU (financiële) toegevingen. De opportunistische Italianen kozen op dat moment ‘eieren voor hun geld’. Meer geld voor de Italiaanse boeren en meer uitvoer van wijn zagen zij wel zitten. Hun goedkeuren van het bijgestelde akkoord zorgde voor voldoende ja-stemmers.
Andersom zullen vanuit de Mercosur-landen – Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay – heel wat producten letterlijk op ons bord belanden, vermits het gaat over enkele belangrijke landbouwproducten. En daar knelt dus nog steeds het schoentje.
Voor de voorstanders van het akkoord is een controle van het eindproduct aan onze buitengrenzen voldoende. Die zijn op die manier immers onderworpen aan dezelfde Europese gezondheidsregels als de lokale Europese producten. Dat kan allemaal wel zo zijn, maar het traject daarnaartoe is niet zo ‘proper’ natuurlijk. Denk daarbij onder meer aan gebruik van hormonen of gewasbeschermingsmiddelen die hier al decennia verboden zijn. En dát stuit onze boeren tegen de borst. Om nog maar niet te spreken over dierenwelzijn en arbeidsomstandigheden.
Wanneer een professor als Paul De Grauwe in zijn column in De Morgen bovendien beweert dat het Argentijnse rundvlees op milieuvriendelijkere wijze wordt geproduceerd in de weidse Argentijnse pampa’s dan in Europa, dan rollen onze veehouders terecht met hun ogen. Het is alsof je hier zou beweren dat ons varkensvlees voornamelijk komt van varkens met buitenbeloop op de weide.
Het is trouwens verbazend hoe stil de vele milieu- en dierenrechtenorganisaties uit onze contreien nu blijven over dit handelsakkoord. Zij staan nochtans altijd op de eerste rij met hun kritiek op onze landbouwpraktijken. Gaan zij dan akkoord met de import van producten die niet volgens onze standaarden werden geproduceerd?








