Slechts 1 op 3 veggieburgers is volgens Testaankoop gezond
Slechts 9 van de 28 veggieburgers op de Belgische markt zijn een aanvaardbare vleesvervanger. Dat blijkt uit een test van consumentenorganisatie Testaankoop. De meeste producten zijn sterk bewerkt of bevatten te veel vet, waardoor ze niet als een echt gezonde keuze kunnen gelden.

Testaankoop liet 28 populaire veggieburgers analyseren in het labo. Daarbij werd gekeken naar onder meer het eiwitgehalte, de hoeveelheid vet en de mate van bewerking. Opvallend: 19 van de 28 geteste veggieburgers zijn ultrabewerkt, de overige zijn bewerkt.
Risico’s van ultrabewerkte voeding
Ultrabewerkte voeding wordt in wetenschappelijke studies in verband gebracht met een verhoogd risico op aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en obesitas. Testaankoop kwalificeert voeding als ultrabewerkt als een bepaalde drempel aan onnatuurlijke ingrediënten wordt overschreden, zoals conserveermiddelen, aroma’s, kleur- of zoetstoffen.
Bovendien schieten veel producten tekort op voedingsvlak: 15 veggieburgers, vooral varianten die uit groenten bestaan, leveren onvoldoende eiwitten om vlees te vervangen. Testaankoop hanteert als richtwaarde minstens 12 g eiwit per 100 g, terwijl een klassieke vleesburger doorgaans 15 tot 20 g bevat. Tien burgers bevatten bovendien meer dan 10 g vet per 100 g, wat Testaankoop als te hoog beschouwt.
Gezond alternatief?
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) linkt ultrabewerkte voeding aan tal van welvaartsziekten, maar dat geldt ook voor rood of bewerkt vlees. Meer zelfs: de WHO beschouwt rood vlees als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ en bewerkt vlees als ‘kankerverwekkend’. Waarom moet zo’n veggieburger dan wel gezond zijn? “We zouden met z’n allen beter minder vlees eten. Maar als je dan wisselt, dan wel graag naar een gezond alternatief”, zegt Testaankoop-woordvoerder Laura Clays.
Lat moet hoger
Testaankoop vraagt producenten om de lat hoger te leggen. Klassieke vleesvervangers zoals kikkererwten, linzen en tofu-varianten zijn het gezondst, maar niet voor iedereen weggelegd, klinkt het. “Zo'n burger heeft dus echt wel een plaats in de markt van alternatieve proteïnen, alleen kunnen we vanuit gezondheidsperspectief slechts aanraden om zo’n ultrabewerkt alternatief maximaal 1 keer per week te eten. Dat moet beter”, besluit Clays.





