Experts zoeken naar emissiegestuurd beleidskader
Een groep van een twintigtal experts onderzoekt hoe een emissiegestuurd beleidskader er uit moet zien. In het Vlaams regeerakkoord staat immers dat er vorm moet gegeven worden aan een emissiebeleid dat zowel juridisch als wetenschappelijk robuust is.

In de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement van 4 februari zei minister Jo Brouns (cd&v) voorstander te zijn van een beleidsaanpak die ondernemers verantwoordelijk stelt voor iets wat zij kunnen controleren. Dat zijn de emissies uit de schoorsteen of de uitlaat van wagens of uit de stal.
Parallelle stikstofperikelen
Commissielid Dries Devillé (VB) ziet in de Vlaamse stikstofdiscussie heel wat parallellen met de Nederlandse stikstofperikelen. Hij vernoemde de vergunningsstops die daar ook gekend zijn, de aanhoudende juridische discussies en de ingrijpende maatregelen voor onder andere de landbouwsector. Devillé stelt dat zowel in Nederland als in Vlaanderen blijkt dat zolang stikstof – hetzij via depositie, hetzij via emissie – de maat der dingen blijft om natuurkwaliteit te beoordelen, men beleidsmatig weinig of geen vooruitgang boekt of dat dat minstens heel moeilijk blijft.
De vraagsteller haalt zijn wijsheid onder meer uit het Nederlandse vakblad Boerderij. De Nederlandse minister van Landbouw Femke Wiersma wijst in een interview in het blad expliciet op de beperkingen van een eenzijdige stikstofbenadering als beoordelingskader voor de staat van de natuur. De technische verfijningen, de rekenkundige aanpassingen en de verschuivingen in beleidsinstrumenten hebben tot op heden niet geleid tot een sluitend causaal verband tussen landbouwactiviteiten, stikstofparameters en de effectieve ecologische toestand van kwetsbare natuurgebieden.
Onzekere effectiviteit
Volksvertegenwoordigster Mieke Schauvliege (Groen) maakte van de gelegenheid gebruik om aan te stippen dat Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt en Dryade op 28 januari een beroep tot nietigverklaring hebben ingediend bij de Raad van State voor het besluit dat 28 emissiereducerende maatregelen voor rundvee erkende. Volgens deze milieuorganisaties werden zowel het advies van het Wetenschappelijk Comité Luchtemissies Veeteelt (WeComV) als de beschikbare wetenschappelijke kennis uit Nederland genegeerd. Zij stellen dat de erkende vloersystemen niet of onvoldoende werken, dat de reductiepercentages worden overschat en dat de emissiefactoren voor rundvee al sinds 2024 te laag blijven, ondanks meerdere adviezen van het wetenschappelijk comité.
In eerdere procedures, onder meer in de zaak Lely Sphere, bleek volgens Schauvliege al dat adviezen van het wetenschappelijk comité onvoldoende werden meegenomen. De herhaling van dat patroon baart volgens haar zorgen, zowel voor de natuur als voor landbouwers die investeren in technieken waarvan de effectiviteit juridisch en wetenschappelijk onzeker is. Van minister Brouns wilde Schauvliege weten waarom hij heeft beslist om alle 22 vloersystemen goed te keuren, inclusief 2 systemen waarvan het wetenschappelijk comité expliciet aangaf dat ze niet werken, en 20 systemen waarbij de reductiepercentages volgens het comité zwaar worden overschat.
Wetenschappelijk robuust
Minister Brouns repliceerde dat vandaag de dag een ondernemer verantwoordelijk gesteld wordt voor depositie, in gram per hectare, tot 20 km ver. Dat is het huidige model, gebaseerd op een modelbenadering met een standaardafwijking van 70%. In het regeerakkoord werd afgesproken om vorm te geven aan emissiebeleid dat zowel juridisch als wetenschappelijk robuust is. De groep die met het onderzoek naar een emissiegestuurd beleidskader door Brouns aangesteld is, bestaat uit een twintigtal experts. Die oefening gebeurt interdisciplinair omdat zowel praktische overwegingen, ecologische onderbouwing als juridische borging daarin moeten samenkomen.
Voor dat laatste nodigde Brouns meerdere juristen uit om deel te nemen aan de expertengroep. Daarnaast werden experts uit 5 Vlaamse universiteiten aangesproken, aangevuld met experts uit 2 Nederlandse universiteiten en andere Vlaamse kennisinstellingen zoals het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Wat de stikstofmodellen betreft, vindt de minister dat altijd de doelmatigheid voor ogen moet gehouden worden. Naar commissielid Schauvliege toe reageerde Jo Brouns dat er geen nieuwe goedkeuring van de vloersystemen gebeurde. De enige aanpassing die gebeurd is, is dat voor alle maatregelen rond het gebruik van de mestschuif of mestrobot de werking van de reinigingsapparatuur aangetoond moet worden met de gegevens over de rijfrequentie. Verder valt het MB terug op de lijst zoals die in het Vlaams Parlement werd goedgekeurd.





