Actualiteiten voor de akkerbouwer
Tijdens de akkerbouwstudiedagen van de Vlaamse overheid in Bierbeek en Ninove gaf Mathias Abts, sectoradviseur akkerbouw bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, meer toelichting bij actualiteiten die van belang zijn voor de akkerbouwer.

Mathias Abts startte zijn uiteenzetting door onmiddellijk te wijzen op de problematiek van knolcyperus. “De problemen houden aan en het komt overal in Vlaanderen voor. Waar eerst de provincies Limburg en West-Vlaanderen getroffen waren, duikt knolcyperus ondertussen op in alle Vlaamse provincies en Wallonië.”
“Hou je aan de IPM-regels”, was zijn advies. “Teel zeker geen bol- of knolgewassen zoals aardappelen en bieten op met knolcyperus besmette percelen. Zo wordt het probleem immers veel groter. Machines waar grond én dus knollen van knolcyperus aan plakken, zijn een belangrijke verspreidingsbron. Maïs is het meest aangewezen gewas om op ‘besmette’ gronden te verbouwen, daar er een chemische bestrijdingsmethode in deze teelt is. Ook graangewassen zijn aanbevolen teelten om de besmetting te remmen.”
Mathias Abts gaf te kennen dat landbouwers meer en meer bezorgd zijn over besmettingen met knolcyperus die zij in hun regio vaststellen. “Ze doen steeds meer meldingen bij het Agentschap en vragen advies.”
Vijf aanpassingen
Vervolgens had hij het over 5 aanpassingen die in de IPM-wetgeving zijn doorgevoerd en die ingingen op 1 januari 2026. IPM of Integrated Pest Management moet sinds 2014 toegepast worden voor ieder bedrijf dat meer dan 2 ha aangeeft in zijn verzamelaanvraag. Zelfs als je alles in loonwerk laat uitvoeren op je velden, moet je voldoen aan deze regelgeving.
IPM bevat 3 pijlers: preventie, monitoring en interventie. Deze bevatten een pakket aan maatregelen, waarbij elke specifieke maatregel een niveau van respectievelijk 1, 2 of 3 heeft gekregen. Aan niveau 1 of de ‘majormaatregelen’ moet je voor 100% voldoen. Aan niveau 2 of de ‘minormaatregelen’ moet je voor 80% voldoen of dus bijvoorbeeld 16 van de 20 maatregelen uitvoeren. Niveau 3 zijn aanbevelingen.
Handig is dat IPM eveneens vervat zit in het iets uitgebreidere Vegaplan-lastenboek. Daar wordt driejaarlijks een audit op gedaan door een erkende onafhankelijke controle-instelling. Je kan als landbouwer dus kiezen om ofwel Vegaplan ofwel IPM als lastenboek te kiezen. We zien echter dat heel wat afnemers het Vegaplan-lastenboek vragen, waardoor dit het meest gekozen is.

Een eerste nieuwigheid voor IPM is dat er dit jaar van 75% naar 90% driftreductie wordt gegaan bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen. Abts maakte een kleine nuance door te stellen dat 75% driftreductie op het spuittoestel kan in combinatie met een andere maatregel. “Een fruitteler kan zo bijvoorbeeld rondom zijn perceel nog bijkomend een haag zetten. De combinatie van een haag en een driftreducerende dop van 75%, maakt in totaal 90% driftreductie. Voor een akkerbouwer is een haag planten rond elk perceel niet meteen een voor de hand liggende keuze, waardoor de meeste akkerbouwers dan ook voor een driftreducerende dop van 90% zullen kiezen.
In alle openluchtteelten moet sinds 1 januari 2026 naar 90% driftreductie gegaan worden op perceelsniveau. Dat kan door gebruik te maken van de juiste spuitdoppen of door een geavanceerd spuittoestel. Zo zijn er toestellen die een spuitboom hebben met een spuitdop om de 25 cm én met automatische boomhoogte-instelling. Deze spuitmachines zijn echter niet courant aanwezig op onze velden.
Schoonwatertank en overdekte stalling
Een tweede nieuwigheid is dat spuittoestellen voor openluchtteelten moeten uitgerust zijn met een schoonwatertank. De inhoud hiervan is overeenkomstig met de ISO-normen van het spuittoestel. Een ander mogelijkheid is dat deze schoonwatertank een inhoud heeft van 100 l als de spuittank zelf gelijk of groter is aan 1.000 l. Spuittanken die kleiner zijn dan 1.000 l, dienen een schoonwatertank te hebben van minimaal 10% van het spuittankvolume.
Doorgaans zijn de recent verkochte veldspuiten van de laatste 10 à 15 jaar wel in regel met een schoonwatertank. Deze wordt gebruikt om na een bespuiting de spuitmachine intern te spoelen.
Rugspuiten, lansspuiten, stationaire spuittoestellen en onkruidspuiten in de fruitteelt moeten niet uitgerust zijn met een schoonwatertank.
Nog nieuw in verband met het gebruik van spuittoestellen is dat deze overdekt gestald moeten staan bij dagen dat ze niet in gebruik zijn. De beweegreden van de wetgever hierachter is dat resten van actieve stof uit de spuitmiddelen aan de buitenzijde op de spuittank en spuitboom kunnen kleven na een toepassing. Als de spuit dan buiten gestald is en het regent, komen deze resten op de verharding terecht en spoelen ze makkelijk af naar het oppervlaktewater. Door maatregelen te nemen op het vlak van de machinestalling, hoopt de wetgever op deze problematiek in te spelen.

Vruchtafwisseling en teeltrotatie
Vruchtafwisseling is een belangrijk principe binnen IPM. Daarom zijn verplichtingen en conditionaliteiten in verband met de teeltrotatie aangepast. Nieuw is dat er vanaf dit jaar maximum 3 keer op 4 jaar tijd maïs op hetzelfde perceel verbouwd mag worden. Mathias Abts gaf aan dat dit met terugwerkende kracht is ingegaan, waardoor 2026 het vierde jaar kan betekenen dat er maïs staat op hetzelfde perceel.
Een kleine nuance is dat het hier om een ‘niveau 2’ of ‘minormaatregel’ uit de IPM- wetgeving gaat. Het ‘verplichtende’ karakter komt hiermee op de helling te staan. Als je zo als landbouwer al voldoet aan 80% van de niveau 2-maatregelen, hoef je eigenlijk niet meer te voldoen aan deze vereiste.
Nog een uitzondering op deze nieuwe regel is wanneer het perceel besmet is met knolcyperus. Dan kan er wel 4 keer maïs geteeld worden op 4 jaar tijd, omdat er in deze teelt bestrijdingsmaatregelen zijn. Een voorwaarde is wel dat dit perceel aangemeld dient te zijn bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
Mathias Abts gaf ook mee dat we in dit verhaal maïs als hoofdteelt moeten aanzien, met de tussenteelten zoals gras, rogge of andere die voor of na de maïs gezaaid worden, wordt geen rekening gehouden.
Uitgebreidere bodemanalyse
Wat bodemanalyses en bemesting op bouwland betreft, werd er dit jaar een aanpassing doorgevoerd op de voorwaarde. Abts gaf aan dat dit een kleine correctie is om in orde te zijn met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Tot op heden bevatten de meeste bodemanalyses de pH en het organischekoolstofgehalte. Daar komen als verplichte te analyseren parameters ook het fosfor- en kaliumgehalte van de bodem bij. “De analyse van deze parameters deden voorheen de meeste labo’s al, maar toch was dit geen standaardpraktijk. De bijkomende parameters die geanalyseerd moeten worden, kunnen misschien een lichte invloed hebben op de kostprijs van de bodemanalyse”.
Een analyse mag ook maximaal 5 jaar oud zijn. Per 5 ha bouwland moet er ook een analyse zijn.
De bestrijding van doornappel is van een ‘minor- maatregel’ naar een ‘majormaatregel’ (niveau 1) gegaan dit jaar. Wordt bij een controle vastgesteld dat er meer dan 10 planten met zaadproductie/ha zijn, dan is dit niet conform met de IPM-regelgeving.
Deze zegt duidelijk dat doornappel bestreden moet worden én dat vermeden moet worden dat deze in zaadproductie komt. Eén doornappel kan duizenden zaden geven. De bestrijding ervan is het meest gericht en efficiënt als de planten manueel worden uitgetrokken en als ze van het perceel verwijderd worden. Laat deze zeker niet liggen aan de rand van het perceel én draag handschoenen bij de verwijdering ervan. Het gaat immers over een giftige plant.





