Startpagina Aardappelen

Aardappeltelers gaan strakker moeten ondernemen

Ilse Eeckhout, teamleider Aardappelen bij Viaverda, stond tijdens meerdere akkerbouwstudiedagen afgelopen winter stil bij de aardappelsector die onder druk staat. Ze blikte in haar uiteenzetting terug op het verloop van de aardappelteelt vorig jaar en bracht aandachtspunten voor dit jaar naar voren.

Leestijd : 9 min

Het aardappelseizoen is vorig jaar vlot verlopen voor wat de teelt op zich betreft. “Veel telers zullen willen tekenen voor nog zo een seizoen. Op de aardappelmarkt is het echter minder vlot verlopen. We zitten in een andere sfeer en zullen in de toekomst nog meer strategisch moeten ondernemen om de dip waarin we nu zitten te boven te komen”, stelde Ilse Eeckhout.

Vroege teeltstart

De winter van 2024-2025 was een eerder normale winter, afgesloten met een droge maand maart. Daardoor is het uitplanten van de aardappelen vroeger dan normaal gestart. De gemiddelde plantdatum van Fontane was 11 april 2025. Dat is 2 weken vroeger dan normaal. Ook het plantseizoen was vrij kort, zelfs met een toegenomen areaal. Op 2 weken tijd is er zeer veel werk verzet.

In tegenstelling tot 2024 was het pootgoed dat werd uitgeplant in 2025 van zeer goede kwaliteit. Het pootgoed is niet lang uit de frigo geweest, waardoor er jong pootgoed in de grond is gegaan. Meestal is het pootgoed toch iets langer aanwezig op het bedrijf, kiemt dit en breekt er door de verhandeling van het pootgoed een topspruit af, waardoor extra kieming wordt gestimuleerd. Dit gegeven hebben we vorig jaar veel minder tot niet gezien, waardoor er minder kiemen per knol zijn. Daardoor zijn er dan ook minder stengels per moederknol en finaal ook minder knollen, legde Ilse Eeckhout uit.

Nog in grote tegenstelling met het jaar 2024, is dat er vorig jaar weinig of geen opkomstproblemen te melden vielen. Ook de bodemstructuur bij het uitplanten was vorig jaar veel beter. Er is in april 2025 onder betere omstandigheden geplant dan in juni 2024.

Dan werd het droog

In april – mei vorig jaar werd het op een gegeven moment wel zeer droog en kwamen er wat problemen in het veld. Dit was zeker het geval in regio’s met zwaardere gronden, zoals de polder. Daar was het moeilijk om de aardappelteelt goed te laten starten, met een matige loofgroei en trage grondbedekking.

Nog door de droogte valt de onkruidbestrijding niet perfect te noemen en is er later op het seizoen terug een tweede kieming van onkruiden geweest. Daarnaast zijn er veel problemen met melganzenvoet en doornappel in aardappelvelden gezien.

In de maand juli is er af en toe een bui gevallen. Dat zorgde voor de neerslag die het gewas nodig had in een eerder relatieve droogte. De regionale verschillen zijn echter groot. Die droge omstandigheden zorgden dan wel voor een lage ziektedruk.

Afhankelijk van de plantdatum zijn vorig jaar doorgaans 11 à 13 behandelingen tegen de aardappelziekte gebeurd. Ten opzichte van klassieke, wekelijkse kalenderbespuitingen heeft het Viaverda- waarschuwingssysteem voor de aardappelplaag ervoor gezorgd dat er een vijftal behandelingen minder konden uitgevoerd worden. Viaverda heeft vorig jaar ook nieuwe rassen uitgeplant die resistentiegenen hebben tegen de aardappelplaag. Deze hebben uiteindelijk maar 1 of 2 fungicidebespuitingen gehad in 2025.

De hoge temperaturen veroorzaakten ook een hoge kans op doorwas. Daar hebben telers massaal op ingespeeld door een behandeling met maleïnehydrazide uit te voeren in de periode eind juli-begin augustus.

Topopbrengst was snel bereikt

Augustus was tevens heel droog, waardoor het aardappelgewas rap is beginnen ‘slijten’. Rond 8 september bijvoorbeeld haalde het ras Fontane zijn 150 groeidagen. Doorgaans was hiermee begin september al de topopbrengst op het veld bereikt. Bij de oogst werden de aardappeltelers geconfronteerd met een hoog onderwatergewicht en hoge blauwgevoeligheid. Dit laatste is zeker het gevolg van een groei in droge omstandigheden. Door het gebrek aan vocht waren de cellen van de aardappelknol niet ‘elastisch’, waardoor de knollen bij het rooien en verladen niet buigzaam waren, maar breekbaar.

Vroeg in het najaar was de opbrengst daar op het veld en waren de aardappelen klaar om te rooien. Door het ontbreken van regen was er echter geen bodemvocht om in goede omstandigheden te rooien. Pas eind oktober is er de eerste neerslag van betekenis gevallen, maar dat was te laat voor velen die eerder al rooiden. Ze werden dus ook geconfronteerd met veel stootblauw.

De buitentemperaturen gingen ook maar laat op het jaar naar beneden, waardoor de temperatuur van de aardappelen in bewaring lang hoog bleef en waardoor er snel kiemlust in de bewaarloods werd gezien. “Dat was ook voorspelbaar”, gaf Eeckhout aan. “Door de hoge temperaturen tijdens het groeiseizoen, kende de aardappel stress op het veld. Dit komt later in de bewaring tot uiting via een verhoogde kiemlust. Telers vragen zich dan ook af, of de behandeling met maleïnehydrazide op het veld dan niet gewerkt heeft? Ja, deze heeft gewerkt. Dat bevestigt staalname op aardappelknollen in de bewaring. We vinden residu’s van maleïnehydrazide terug, dus dat zit zeker in de knol. De komende maanden zal de ondersteunende werking van maleïnehydrazide zeker nog tot uiting komen.”

Verwerking valt terug

Ilse Eeckhout gaf aan dat vorig jaar het Belgische areaal voor 94% werd ingevuld met de teelt van late aardappelrassen. Daarbij bestaat meer dan de helft van het areaal uit het ras Fontane. Dat ras heeft het volgens haar met een bruto-opbrengst van 48 ton/ha goed gedaan vorig jaar. Het jaar 2025 gaat de geschiedenisboeken in als een jaar met niet alleen een goede opbrengst, maar ook een groot areaal. Daardoor nam de aardappelproductie in ons land met 7% toe tot 5,3 miljoen ton. Het toegenomen areaal is er de laatste jaren volgens Eeckhout duidelijk onder impuls van de verwerkende industrie gekomen.

De voorbije 2 jaren laten wel een terugval in verwerking zien. In combinatie met een groter areaal en hoge opbrengsten zorgt dat er voor dat er allesbehalve tekorten zijn, maar ook geen goede marktomstandigheden voor de telers. Die situatie was helemaal anders in bijvoorbeeld 2022 en 2023, toen het ‘gat’ tussen wat de telers produceerden en wat de verwerking nodig had, veel groter was. Uiteraard leidde dat tot betere aardappelprijzen op de vrije markt.

Ilse Eeckhout gaf duiding bij wat er aan de hand is in aardappelland.
Ilse Eeckhout gaf duiding bij wat er aan de hand is in aardappelland. - Foto: TD

Wat is er aan de hand?

De vraag ‘Wat is er aan de hand in aardappelland?’ beroert vele lippen en daar had Ilse Eeckhout wel een antwoord op. Vooreerst verwees ze naar de oogst van 2024. “Door een tekort aan pootgoed dat jaar zijn diverse rassen geteeld die eigenlijk niet geschikt waren voor verwerking tot friet. Omdat deze rassen onvoldoende kwaliteit boden, hebben frietverwerkers klanten en zelfs afzetkanalen verloren.”

Voornoemde vaststelling loopt ietwat samen met gebeurtenissen in de Verenigde Staten. De invoertarieven van president Trump spelen niet in ons voordeel. Ook de euro-dollarkoers speelt in ons nadeel.

Tegelijk worden we geconfronteerd met een groeiende aardappelproductie in andere continenten, zowel dichter bij huis in Oost-Europa als verder weg in Azië. Waar het daar oorspronkelijk om handgeraapte aardappelen ging, gaat het ondertussen over machinaal gerooide aardappelen én verwerkte aardappelen. “Onze machines en technieken gaan naar daar.” Landen zoals China en India kennen een snelle toename van kennis en infrastructuur en zijn bevoordeeld door een lage kostprijs vooral op het vlak van lonen.

De conclusie is eigenlijk dat de Europese friet te duur is geworden door hoge loonkosten en door een hoge kostprijs voor grondstoffen. Dit deed vorig jaar de verwerking opmerkelijk stagneren en zelfs dalen ten opzichte van buitenlandse concurrenten. Eeckhout gaf aan dat we een aantal markten verloren zijn die we terug moeten heroveren.

Uit cijfermateriaal dat gepresenteerd werd, blijkt duidelijk dat er een grote kloof is tussen de toegenomen aardappelproductie en de gedaalde verwerking. Dat is niet enkel bij ons zo, maar ook in onze buurlanden. Het aanbod aardappelen in de EU is veel groter dan de vraag. Bij de huidige vraag is zelfs de Europese verwerkingscapaciteit te groot geworden. Het is dus begrijpelijk dat plannen voor uitbreiding of nieuwe verwerkingslijnen voorlopig worden opgeborgen.

Volgens Eeckhouts uiteenzetting kunnen we niet anders dan erkennen dat de marges onder druk staan, zowel bij aardappelteler als –verwerker. Dat die verwerkers zich gaan herpositioneren, is logisch. Zij zullen een strakker aankoopbeleid voeren, zowel op het vlak van volume als op het vlak van prijs. Dit is reeds bezig. Verwerkers zullen nieuwe markten moeten vinden en/of heroveren en/of andere producten moeten lanceren. De aardappelteelt zal geheroriënteerd moeten worden, meer naar waarden in plaats van naar volume.

Mogelijk zullen meerdere jaren nodig zijn om de verloren afzet terug te winnen. Aangezien er minder afzet is, zal het geteelde volume gereduceerd moeten worden. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, zeker met wisselende opbrengsten die sterk seizoensafhankelijk zijn. Een reductie van het geteelde volume met 20% dringt zich op voor stabiliteit in de keten. Het ene jaar is natuurlijk het andere niet. Er kan droogte komen of te natte omstandigheden om te rooien, waardoor de volumes op natuurlijke wijze krimpen. Maar een glazen bol heeft niemand.

Ilse Eeckhout vestigde ook de aandacht op het verlagen van de kostprijs. “Aardappeltelers gaan strakker moeten ondernemen, de broeksriem aanspannen en kennis van de kostprijs zal zorgen voor beter ondernemerschap.”

07-aardap-01

Rekenvoorbeeld als handleiding

Daarom presenteerde ze een rekenvoorbeeld dat aantoonde wat het kost om het ras Fontane te telen. Vorig jaar vielen de kostenposten pootgoed, meststoffen en gewasbescherming lager uit dan in 2024. Loonwerk, onderhoud en energie, afschrijvingen, fictieve interesten en andere vaste en variabele kosten zitten op eenzelfde of iets hoger niveau als het jaar voordien. Doordat de aardappelteelt vorig jaar iets vlotter verliep, kan de vergoeding voor de eigen arbeid iets lager uitkomen.

Een voorbeeld werd getoond waarbij 1 ha Fontane telen in 2025 een kost had van zo’n 6.788 euro/ha. Bij een netto-aardappelopbrengst van 47.474 kg/ha komt dit neer op een kost van 14,30 euro/100 kg. Op ieder bedrijf liggen de kosten anders, gebruik dus de structuur van het rekenvoorbeeld, maar cijfer met je eigen kosten.

07-aardap-02

Ga je rekenen met seizoenspacht, met irrigatiekosten en met de kosten voor een brede weersverzekering, dan loopt de teeltkost op van zo’n 16,63 euro/100 kg naar 18,42 euro/100 kg. Na 8 maanden bewaring lopen de kost zelfs op tot 24,27 euro/100 kg als je de investering in het gebouw, inschuurlijn, kiemremming, energie, extra arbeid en het gewichtsverlies meetelt.

De voorgaande kostprijs staat in contrast met de nieuwe contractprijzen die al voor komende seizoen zijn aangekondigd. Bij een afland contractprijs van 13,50 euro/100 kg en een netto-opbrengst van 45 ton/ha, zullen de teeltkosten – met in het beste geval alle aardappelen op contract – niet meer dan 6.000 euro/ha mogen bedragen. Veel marge om hoge bedragen uit te geven aan seizoenspacht is er het komend jaar dus niet.

Conclusies trekken

Ilse Eeckhout begon de conclusies tijdens haar presentatie met te stellen dat er duidelijk te veel aardappels zijn en dat de geteelde volumes moeten dalen. “Iedereen in de aardappelketen zoekt nieuwe evenwichten.” De lagere contractprijzen zullen deze reductie in de hand werken, want telers gaan dit op eigen houtje niet snel realiseren. Een mogelijk gevolg kan dan wel zijn dat er relatief meer ‘vrije’ aardappelen zullen gezet worden in 2026. “Het pootgoed is er, de grond is ook beschikbaar, ruimte in het bouwplan is er, maar teeltalternatieven zijn er niet. Het financieel risico van vrije aardappelteelt ligt echter volledig bij de boer.”

Ook de pootgoedsector moet volgens haar op zoek naar nieuwe evenwichten. “De prijzen daar dalen tevens, er wordt meer hoevepootgoed geteeld, rassen veranderen en rassen komen op termijn vrij. De consumptieteler op zijn beurt moet strategisch ondernemen en van kwantiteit naar kwaliteit gaan.”

07-aardap-03

Aandachtspunten voor 2026

Als aandachtspunten voor dit jaar haalde Ilse Eeckhout als eerste aan om de risico’s te verlagen. Haar advies is om het areaal te laten krimpen en om als teler kritisch te kijken. Een belangrijke reductie van het areaal is volgens haar echt nodig om evenwichten te herstellen.

Daarnaast kan ingezet worden op een rendementsverhoging en op het verminderen van de teeltkosten. Pootgoed zal het komende seizoen iets goedkoper zijn. Wat meststoffen en fytoproducten betreft, adviseerde Eeckhout om kritisch en beredeneerd te werk te gaan. “Is bijbemesten wel nodig? Is een extra bladmeststof wel aangewezen? Wanneer en met welke producten moet ik tegen de aardappelplaag spuiten?” Surf niet blindelings mee met wat anderen adviseren, luidde het advies. “Als teler moet je hiervoor kennis van producten hebben, daar kan Viaverda bij helpen. Door mee te denken als teler kan je tot betere beslissingen komen.”

Een rendementsverhoging kan ook bereikt worden door perceelskeuze en rotatie. Laat kleinere percelen voor de aardappelteelt dit jaar links liggen en opteer voor betere en/of grotere velden, omdat hier verhoudingsgewijs minder arbeid en dus teeltkosten in kruipen. Ook een ruimere teeltrotatie kan meer opbrengst per hectare opleveren.

Ilse Eeckhout sloot af met de woorden: “Pas stielkennis toe en professionaliseer, zo word je gewaardeerd door de afnemers en werk je aan je bestaansrecht voor de komende jaren”.

Tim Decoster

Lees ook in Aardappelen

Meer artikelen bekijken