Heroriëntatie is het sleutelwoord voor de aardappelketen
Tijdens de aardappelstudiedag van Viaverda in Oudenaarde stond Christophe Vermeulen, CEO Belgapom, stil bij de vraag ‘Wat is er aan de hand in aardappelland’? “Er is veel aan de hand”, weerklonk in een eerste repliek.

Vooreerst stelde CEO Vermeulen de belangenorganisatie Belgapom kort voor. Dat is de federatie van de Belgische aardappelverwerking en –handel. Ze hebben een tachtigtal leden, waaronder verpakkers, pootgoedhandelaars, verwerkers, schilbedrijven en handelaars. “Vorig najaar zijn er enkele nieuwe leden bijgekomen, dus er is hoop”, lachte Vermeulen.
“België is ’s werelds grootste exporteur van diepvriesfrieten”, liet hij met enige trots weten. “Onze Belgische verwerkende industrie met vooral vestigingen in West-Vlaanderen en Henegouwen aan de grens met Frankrijk, heeft dan ook uitbreiding in Noord-Frankrijk gevonden. Agristo, Clarebout, Ecofrost zijn allemaal de grens over gestapt. Agristo heeft zelfs nog verder van huis vestigingen opgericht in India, North-Dakota (Verenigde Staten) en heeft een participatie in China. De grootste gebeurtenis van vorig jaar was echter misschien wel de overname van Clarebout door het Amerikaanse Simplot.”
Indrukwekkende cijfers
Van de Belgische verwerkende aardappelindustrie kon Christophe Vermeulen indrukwekkende cijfers presenteren. Het recentste cijfermateriaal dateert wel van 2024. Toen was het aantal werknemers in de aardappelindustrie gegroeid naar 6.708,8 voltijdse arbeidsequivalenten. De verwerkte hoeveelheid aardappelen viel toen lichtjes terug naar 5,88 miljoen ton. Ter vergelijking: in Nederland lag op datzelfde moment de verwerkte hoeveelheid op 3,85 miljoen.
De investeringen in verwerkende fabrieken bij ons liepen in 2024 op naar meer dan 792 miljoen euro. De verkoop van verwerkte aardappelproducten weerspiegelt op de binnenlandse markt een waarde van meer dan 280 miljoen euro. De exportwaarde overschrijdt dan weer de 3,858 miljard euro.
De inkoopwaarde van de aardappelen bedroeg in 2024 zo’n 1,5 miljard euro. Ten opzichte van het jaar voordien is deze kost met 10% gestegen, nadat dit al fors steeg in 2023.
Onder de waterlijn
Vermeulen gaf aan dat er in 2024 spreekwoordelijk ‘onder de waterlijn’ ook wel wat gebeurd is in aardappelland. Hij verwees hierbij direct naar het moeilijke pootseizoen met weinig beschikbaarheid aan kwalitatief pootgoed en naar het uitplanten van diverse rassen. “Er zijn toen rassen in de grond gestoken die moesten dienen als friet, maar die eigenlijk beter hiervoor niet uitgepoot waren. Dat heeft finaal gezorgd tot een verlaging van de frietkwaliteit, ontevreden klanten en verloren afzetkanalen.”
Verder wees hij erop dat een moeilijk jaar 2024 werd afgesloten en opgevolgd door het opborrelen van geopolitieke spanningen met de herverkiezing van President Trump. In januari 2025 begon die aan een nieuwe ambtstermijn en legde handelsbelemmeringen op. Hiernaast begonnen onze aardappelverwerkers steeds meer concurrentie van China, India en Egypte te ervaren. Zij ervaarden minder afzet en zijn minder aardappelen gaan contracteren.
“Fabrieken moesten de puzzel opnieuw leggen en dat is niet altijd op een aanvaardbare manier gebeurd”, gaf Vermeulen toe. “Hierdoor is de Belgische aardappelsector ook in de aandacht gekomen van de Federale Overheidsdienst Economie. Hun inspectie focust op 2 punten. Een eerste zijn de betalingstermijnen, een oud zeer in de agrovoedingsindustrie. De late betalingen zouden hierdoor wel verholpen worden. Een tweede punt waar de FOD Economie de focus op legt, is het misbruik van de economische afhankelijkheid.”
Christophe Vermeulen wees hier op een adder onder het gras. “Er is op dit vlak nieuwe wetgeving met weinig of geen precedenten. Het is nu dan ook moeilijk om te antwoorden hoe het onderzoek gaat aflopen. Feit is dat de vrije markt voor aardappelen eind februari vorig jaar in vrije val is gegaan. Er wordt van uitgegaan dat de contracten de markt dekken.”
Situatie eind 2025
Vorig jaar bedroeg de aardappelopbrengst 4,96 miljoen ton, wat net iets minder is dan het record uit 2017. “Positief is dat de kwaliteit van de oogst goed is. De frieten bakken dus mooi: een gegeven dat de industrie echt nodig had. Ondertussen duiken veel partijen met kwetsuren en stootblauw op. Hierdoor wensen sommige afnemers op een andere manier aardappelen te gaan afnemen.
Ondertussen zit de Belgapom-notering al wekenlang op een extreem laag niveau”, gaf Vermeulen tussendoor mee. Hij erkende dat ze hier recent enkele aanpassingen hebben aan doorgevoerd na een onderzoek met de Belgische Mededingingsautoriteiten. “Er wordt niet gesproken over uit te betalen prijzen in de toekomst, maar over uitbetaalde prijzen de voorbije week. Hiernaast zijn de deelnemers aan de Belgapom-prijs individueel niet op de hoogte van elkaars prijzen, enkel de CEO. Daarnaast moeten er minstens 2 deelnemers aardappelen verhandeld hebben de voorbije week om tot een prijsnotering over te gaan.”
Christophe Vermeulen toonde in zijn presentatie nog cijfermateriaal waaruit blijkt dat de uitvoer van diepgevroren aardappelproducten vorig jaar met 6,2% afnam in ons land. Ook in Nederland is er een daling met 3,6% te melden. In Frankrijk nam de uitvoer dan weer toe, maar dat valt te verklaren door de ingebruikname van nieuwe verwerkingsfabrieken.
Opmerkelijker is de exporttoename die te noteren valt in China (+103,9%), India (+43,9%), Egypte (+38%), Zuid-Afrika (+40,3%). “Vooralsnog exporteren die vooral naar de voor hun kortbij gelegen afzetmarkten, maar dat zijn ook wel interessante afzetregio’s voor onze verwerkers”, bemerkte Vermeulen. Door lopende contracten was tot oktober 2025 de export van diepgevroren aardappelproducten naar de Verenigde Staten nog maar weinig geïmpacteerd door de invoerheffingen van president Trump. Pas na oktober 2025 is de export beginnen afnemen en de Verenigde Staten is geen kleine markt.”

Wat brengt de toekomst?
Kijkend naar de toekomst kan Christophe Vermeulen naar eigen zeggen niet aangeven of de vrijemarktprijs dit seizoen nog zal stijgen. Volgens hem moeten onze verwerkers momenteel geen aardappelen bijkopen op die vrije markt.
Een andere vraag die leeft, is hoe we ons moeten aanpassen aan de nieuwe geopolitieke situatie en aan de economische realiteit. In dat kader had Vermeulen wel goed nieuws te melden: wereldwijd stijgt de vraag naar aardappelproducten nog. “In de Europese Unie is dat wel minder. Afrika, Azië, het Midden-Oosten, Latijns-Amerika zijn nog groeimarkten. De middenklasse neemt daar toe en zet in op aardappelproducten (onder andere via fastfood). Een slimme EU-handelspolitiek kan helpen. Voor onze export van (verwerkte) aardappelen kan het Mercosur-handelsverdrag wel eens belangrijk zijn…”
Aardappelen waren het laatste decennium een succesverhaal, waarbij we via schaalvergroting en massa-export een concurrentieel voordeel hebben opgebouwd. Ondertussen worden we echter ook geconfronteerd met een klimaatevolutie, met een wereldmarkt in verandering, met opgekomen duurzaamheidsnormen en milieuregelgeving en met stijgende kosten voor grondstoffen, energie en personeel. Volgens Vermeulen is de personeelskost op 3 jaar tijd met 20% toegenomen in de voedingsindustrie.
“Velen zullen zeggen dat we onze eigen concurrentiepositie aan het ondergraven zijn. Toch staat één seizoen niet op zichzelf in de aardappelsector. Onze fantastische positie zijn we nog niet kwijt, maar we moeten zeker anders gaan handelen in de toekomst. Hoe dat gebeurt, zal van fabriek tot fabriek verschillen. Niet iedereen gaat dezelfde methode hanteren, al zullen er ook sectorbrede wijzigingen zijn. De basiskostenstructuur zullen we moeten aanpassen. De grootste kost voor de aardappelverwerker is de aankoop van de aardappels. Daarom zijn de contractprijzen naar beneden gegaan.”
Vragen stellen
Het sleutelwoord voor de toekomst is volgens Vermeulen heroriëntatie. Gelukkig heeft volgens hem de sector al aangetoond dat ze veerkrachtig en flexibel zijn, gesterkt door kennis en innovatie. “Vragen richting de toekomst die de industrie zich moet stellen is: hoe ze onze duurzaamheid kunnen valoriseren en hoe we kosten onder controle kunnen houden. Maar ze moeten zich ook afvragen welke discipline ze aanhouden in hun verwerkingscapaciteit en of er wel steevast moet ingezet worden op volumegroei.”
“Op korte termijn kan het niet anders dan dat de contractprijzen zullen verlagen (met zo’n 17%). Niemand doet dit graag, maar er klinkt een vernietigend antwoord als we een analyse van de huidige situatie maken”, aldus Christophe Vermeulen. Hij gaf nog mee dat er verder moet ingezet worden op de relatie tussen aardappelteler en –verwerker. “Het draait allemaal om de aardappel, de grondstof die nodig is. Een duurzame productie moet het doel zijn. Die meerwaarde moet ook gevaloriseerd kunnen worden, want die is duurder.”
Vermeulen hamerde tot slot echt op het partnerschap in de aardappelketen. “We moeten het samen doen, landbouw, industrie, milieu, politiek… We moeten met open vizier naar elkaar kijken, samen dingen uitwerken zonder koudwatervrees. We hebben de mond vol van samenwerking en ketenoverleg, maar in de praktijk zie ik het niet…”





