Startpagina Actueel

Opinie: Privatiseringsgolf of geen privatiseringsgolf? Dat is niet de vraag

Privatiseringsgolf of geen privatiseringsgolf? Onderzoek van de krant De Standaard naar de geplande uitgaven en inkomsten van lokale besturen ziet bewijs voor een ‘uitverkoop’ van publiek vastgoed. Geen privatiseringsgolf, wel scherpe keuzes, repliceert de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Hans Vandermaelen, wetenschappelijk onderzoeker aan ILVO en gastprofessor verstedelijking en landbouw aan de Universiteit Gent, is kritisch over het beleid rond publieke landbouwgronden dat lokale besturen voeren.

Leestijd : 4 min

Feit is dat lokale besturen patrimonium verkopen om met de opbrengst andere beleidsdoelen te financieren. Daarbij gaat ook veel publieke landbouwgrond over de toonbank. Hoeveel? Wie gehoopt had in de meerjarenplannen concrete info te vinden over het verlies van publieke landbouwgrond in Vlaanderen komt helaas terug van een kale reis. Daar is geen vaste rubriek aan toegewijd. In sommige meerjarenplannen valt er wat info te rapen onder rubriek 0050 met als titel ‘Patrimonium zonder maatschappelijk doel’ (sic), maar doorgaans niet. Wat landbouwgrond betreft beperkt het huidig debat zich dus noodgedwongen – alweer – tot anekdotes.

OCMW-patrimonium sterk gedaald

Wat wel kan, is achteromkijken. Onderzoek van het ILVO (Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek) toonde aan dat het OCMW-patrimonium in Vlaanderen en Brussel (grotendeels landbouwgrond) de afgelopen 20 jaar met maar liefst 30% daalde. We weten dat een heel groot deel daarvan geprivatiseerd werd.

Het onderzoek legde ook een grote variatie bloot in hoe OCMW’s met hun patrimonium omgaan. Sommige OCMW’s zoals dat van Ieper en Tienen verkochten de voorbije 20 jaar bijna niets. Andere OCMW’s lieten grote hoeveelheden grondbezit los, waaronder Antwerpen (-82,8%), Leuven (-70,2%), Brugge (-62,6%), Diksmuide (-60,9%) of Mechelen (-48,9%). In Gent vlakte het verlies van OCMW-grond vanaf 2019 volledig af na een zelf ingesteld moratorium. Ook in de curve van OCMW Brussel zat de laatste jaren een duidelijke afvlakking. Het onderzoek ontkrachtte het beeld dat álle OCMW’s hun historisch landbouwpatrimonium in de etalage gooien. Er bleken meerdere en erg uiteenlopende realiteiten te bestaan. Dat is nog steeds zo.

Figuur1. Evolutie patrimonium van de 20 grootste OCMW’s
Figuur1. Evolutie patrimonium van de 20 grootste OCMW’s - Bron: ILVO (2024) op basis van kadastergegevens 2005-2024

Wrang

Ik benijd het lokale besturen niet een sluitende begroting te moeten maken. Toch smaakt het betoog van hun ledenorganisatie ook wrang.

Wrang omdat we weten dat 1 op 5 beroepslandbouwers in Vlaanderen erg afhankelijk is van publieke landbouwgrond. Om nog maar te zwijgen van jonge en nieuwe boeren die op zoek zijn naar grond in een bijna onmogelijke landbouwgrondmarkt. Als je weet dat lokale besturen alleen al via hun OCMW’s nog 16.304 ha landbouwgrond bezitten, is het dan niet normaal dat landbouwers ook die richting opkijken? Wie de vraag stelt wat de visie op de toekomst van al die gronden is, wordt in een groot deel van Vlaanderen helaas op een oorverdovende stilte getrakteerd. Dat geeft echt geen fraai beeld van de overheidsinstanties. Wat moet een jonge landbouwer die een familiaal landbouwbedrijf wil overnemen met pakweg 25% publieke grond in het areaal daar mee aanvangen?

Wrang wanneer de waarde van publieke landbouwgrond tot in den treure wordt herleid tot de pachtinkomsten. Ja, die zijn laag. Maar daarmee heb je niets gezegd over de gebruikswaarde van die grond. Over hoe uitvoerbaar je beleidsdoelen nog zijn wanneer er geen publieke grond meer rest. Over hoe zeker je bent dat grond houden en inzetten uiteindelijk niet goedkoper zou kunnen blijken.

Wrang wanneer lokale besturen hun landbouwgrond op eigen grondgebied behouden (“robuuste open ruimte’, ‘lokaal voedselbeleid’) maar hun eigendommen bij de buurgemeenten wel verkopen (‘geen kerntaak’, ‘niet verkozen om beleid te voeren in de buurgemeenten’). Waarmee ze actief fenomenen aanzwengelen die ze op het eigen grondgebied niet wensen: beroepslandbouwers die toegang tot grond verliezen, meer zonevreemde ontwikkelingen, meer hobbylandbouw en vertuining.

Wrang als op dezelfde dag waarop het verlies van publieke landbouwgrond verdedigd wordt, de Europese Wetenschappelijke Adviesraad voor Klimaatverandering een waarschuwing uitstuurt dat we niet klaar zijn om klimaatrampen op te vangen. Met risico’s voor voedselzekerheid en landbouwers in de top. Waarbij je je afvraagt hoe we in die nabije toekomst solidariteit gaan tonen met getroffen landbouwers. En bedenkt hoe strategisch en goedkoop het zou zijn om die solidariteit ook in toegang tot grond te kunnen uitdrukken. Met grond die al in publieke handen is (!) dankzij een historische toevalligheid.

Hans Vandermaelen is wetenschappelijk onderzoeker aan ILVO en gastprofessor verstedelijking en landbouw aan de Universiteit Gent.
Hans Vandermaelen is wetenschappelijk onderzoeker aan ILVO en gastprofessor verstedelijking en landbouw aan de Universiteit Gent. - Foto: ILVO

Achter de façade

Achter de façade gaat steeds vaker een andere werkelijkheid schuil. Steeds meer lokale bestuurders, beleidsmedewerkers en financieel directeurs nemen niet met de glimlach afscheid van hun historisch landbouwpatrimonium. Misschien moeten we daar geen façades voor optrekken. Misschien moeten we even wat harder benoemen dat het pijnlijk is onszelf nog steeds in deze situatie te bevinden. Waarin we ons iets door de vingers laten glippen waarvan we intussen goed beseffen het een barslecht idee is.

De publieke landbouwgronden zijn collectief eigendom. De vraag is niet alleen wat de makers van meerjarenbegrotingen daar van denken. De vraag is ook wat wij daar als samenleving van denken. Die vraag blijft vooralsnog onbeantwoord.

Hans Vandermaelen (ILVO)

Lees ook in Actueel

Subsidie voor landbouwers die kievitsnesten beschermen

Akkerbouw De kievit, een iconische akkervogel, gaat sterk achteruit. In amper 20 jaar tijd daalde de populatie met 75%. Eén van de oorzaken is het verlies van nesten in het voorjaar. De Regionale Landschappen in Midden- en Zuid-West-Vlaanderen lanceren een subsidie voor landbouwers die kievitsnesten op hun akkers beschermen.
Meer artikelen bekijken