Startpagina Akkerbouw

Europese Rekenkamer: Landbouwinnovatie mist voldoende voedingsbodem in de EU

Tussen 2014 en 2022 werd 1 miljard euro uitgetrokken aan EU- en nationale financiering om innovatieve landbouwpraktijken te bevorderen. Het innovatieprogramma maakte haar groot potentieel echter niet waar.

Leestijd : 4 min

Tot deze conclusie komt een rapport van de Europese Rekenkamer.

Over welk innovatieprogramma gaat het?

Het Europees Innovatiepartnerschap voor productiviteit en duurzaamheid in de landbouw, kortweg EIP-AGRI, werd in 2012 gelanceerd. Het wordt gefinancierd vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en het EU-beleid voor onderzoek en innovatie (het Horizon-programma).

Binnen het GLB voor 2014-2022 werden met dit instrument van bijna 1 miljard euro meer dan 4.000 innovatieprojecten ondersteund. In België gaat het om 76 projecten waarnaar 2,8 miljoen euro financiële steun ging.

Deze projecten moesten door samenwerking tussen boeren, onderzoekers, adviseurs en agrovoedingsbedrijven de productiviteit, competitiviteit en duurzaamheid van de landbouw vergroten. “Innovatie is onmisbaar als de landbouwsector haar economische, economische en sociale duurzaamheid wil versterken”, zegt João Leão, een lid van de Europese Rekenkamer.

Waarom richt de Europese Rekenkamer zich op het EIP-AGRI?

Het belang van innovatie nam met een budget van 1,6 miljard euro enkel verder toe in het huidige GLB-programma tot 2027, en de Europese Commissie blijft het EIP-AGRI in haar landbouwvisie zien als de hoeksteen van de kennis- en innovatiesystemen van de lidstaten op het gebied van de landbouw.

Reden genoeg voor de Europese Rekenkamer op het landbouwinnovatieprogramma aan een stevige controle te onderwerpen. Onder leiding van Leão onderzochten auditors een 70-tal projecten uit Spanje, Frankrijk, Nederland en Polen.

En wat blijkt: “Het EU-instrument voor innovatie bij boerenbedrijven had meer waar voor zijn geld kunnen opleveren”, concludeert Leão.

Wat ging er mis met EIP-AGRI?

“Kansen werden gemist doordat er niet werd ingespeeld op de praktische behoeften van boeren. De slaagkans was bovendien aanzienlijk groter wanneer zij rechtstreeks bij de innovatieprojecten werden betrokken.” De betrokkenheid van boeren verbeterde ook de kwaliteit van de ontwikkelde innovaties. Zo leidde een project voor droog zaaien in de rijstteelt, waarbij landbouwers samen met een onderzoeksinstituut geschikte droogzaaitechnieken ontwikkelden, ertoe dat deze techniek in een hele regio in Spanje werd ingevoerd.

De auditors merkten ook op dat bijna een derde van de projecten in de studie nauwelijks of niets te maken had met de landbouw, maar eerder met industriële voedselverwerking of retailbranding.

Een Pools project richtte zich bijvoorbeeld op de industriële productie van boter. Het project werd uitgevoerd door een groot melkverwerkingsbedrijf en er waren geen landbouwers bij betrokken. Bijgevolg leverde het project slechts een beperkte bijdrage aan de economische duurzaamheid van lokale zuivelproducenten. Een ander project in Spanje betrof uitsluitend het versterken van het merk van een supermarktketen.

Daarnaast leverde meer dan de helft van de projecten volgens de auditors geen succesvolle innovaties op. In veel gevallen hadden projecten geen praktisch resultaat, speelden zij in op nichebehoeften of kwamen zij vooral particulieren ten goede. Innovatiepotentieel was dan ook zelden doorslaggevend bij de selectie van projecten.

De auditors troffen ook gevallen aan waarin geld werd gebruikt voor investeringen die waarschijnlijk anders ook zouden zijn gedaan, zonder duidelijke voordelen voor de bredere sector. Zo gebruikte een coöperatie en een wereldleider in Nederland op het gebied van aardappelen, die tijdens de projectperiode tot 1 miljard aan jaarlijkse inkomsten en een winst van miljoenen euro’s rapporteerden, overheidsmiddelen voor investeringen die ze al uit eigen middelen konden bekostigen. Dit is tegen de EU-regels, waardoor de Europese Commissie in principe het geld zou kunnen terugvorderen.

Verder liet de verspreiding van resultaten te wensen over, wat door de auditors als een gemiste kans wordt gezien. Slechts bij ongeveer de helft van de projecten werd de opgedane kennis gedeeld, en maar 6 van de 18 projecten met bruikbare resultaten leidden tot innovaties die op grote schaal werden toegepast.

Een project in Nederland bijvoorbeeld, dat nieuwe aardappelrassen ontwikkelde met behulp van innovatieve veredelingstechnieken, maakte haar resultaten niet openbaar buiten één wetenschappelijk artikel met slechts beperkte informatie. Andere bedrijven voor aardappelveredeling konden hierdoor geen voordeel halen uit de nieuwe kennis, besluit de Europese Rekenkamer. Het is niet de bedoeling van de Europese innovatieprojecten dat organisaties resultaten achterhouden om het concurrentievoordeel voor zich te houden.

De EU-lidstaten stimuleerden bovendien zelden veelbelovende innovaties op lokaal niveau en bij landbouwers, terwijl het GLB juist financiering bood voor trainingen, opleidingen en adviesdiensten. Veelbelovende oplossingen om vorst in boomgaarden te bestrijden op een duurzamere en goedkopere manier, bleven zo in de lade liggen in Spanje.

Tot slot stelden de auditors vast dat er geen synergieën werden benut met onderzoeks- en innovatieprogramma’s van de EU, zoals Horizon 2020. Geen van de 70 onderzochte projecten maakte gebruik van deze financiering, hoewel voor de periode 2014-2020 meer dan 1,5 miljard euro was uitgetrokken voor landbouw- en bosbouwonderzoek.

Hoe kan het beter?

“Productiviteit en duurzaamheid verbeteren is essentieel voor de toekomst van de Europese landbouw en het verbeteren van het inkomen van landbouwers”, aldus Leão. Maar om haar potentieel waar te maken moet EIP-AGRI beter zijn.

De Europese Rekenkamer adviseert beleidsmakers daarom om zich te focussen op de praktische behoeften van landbouwers. Lidstaten moeten boeren aanmoedigen om deel te nemen aan projecten, zodat mensen met kennis van de noden op het terrein in de cockpit zitten.

Ook moeten de selectieprocedures voor innovatieprojecten verbeterd worden, zodat enkel projecten die leiden tot een innovatie met nuttige resultaten die op grote schaal kunnen worden toegepast door de selectie geraken.

Tot slot moeten de resultaten van projecten effectiever verspreid worden. Op die manier kan de hele sector profiteren van innovatie, besluiten de auditors.

Volgens de Europese Rekenkamer heeft de Europese Commissie al rekening gehouden met een aantal van haar aanbevelingen in de voorstellen voor het volgende meerjarenbudget van de EU. Hoeveel geld er beschikbaar is voor landbouwinnovaties blijft wel nog onzeker, zolang er geen duidelijkheid is over de partnerschapsplannen van de lidstaten.

Europese Rekenkamer/ThD

Lees ook in Akkerbouw

Ontwerp drinkwaterplan opent mogelijkheid voor langduriger versoepeling drinkwaternorm

Milieu Het langverwachte ontwerp van drinkwaterplan van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns maakt het mogelijk om de norm voor probleemstoffen voor langere tijd te versoepelen, als blijkt dat een stof via meerdere routes in het milieu terechtkomt. Momenteel geldt al een soepelere norm voor de vervuiling met triazolen in West-Vlaanderen. Brouns wil niet vooruitlopen op de inhoud van het plan, maar benadrukt dat er geen compromis zal worden gemaakt op het vlak van gezondheid.
Meer artikelen bekijken