Startpagina Politiek

Europese landbouwministers willen uitstel voor nieuw GLB

De Europese Commissie wil geen tijd verliezen en is begonnen met het opstellen van aanbevelingen aan de lidstaten over het toekomstige GLB, zodra het meerjarig financieel kader 2028-2034 is overeengekomen. Veel ministers van Landbouw van de EU zijn voorzichtiger en zijn van mening dat het volgende GLB niet op tijd in werking kan treden en dat er nu al een overgangsperiode moet worden gepland.

Leestijd : 3 min

Nu de besprekingen over het meerjarig financieel kader (MFK) van de EU voor de periode na 2027 net van start zijn gegaan, werkt de Europese Commissie al aan aanbevelingen die zij aan elke lidstaat wil doen voor het toekomstige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Er zijn bilaterale besprekingen gestart met 8 lidstaten en deze zullen worden voortgezet met alle 27 lidstaten tot het najaar.

“De eerste ontwerpaanbevelingen worden medio 2026 verwacht, waarna eind 2026 een tweede versie zal worden gepresenteerd”, aldus de Europese commissaris voor Landbouw, Christophe Hansen, tijdens de bijeenkomst van de Europese landbouwministers op 23 februari in Brussel. Hij belooft echter dat deze pas definitief zullen worden vastgesteld nadat de financiële wetsteksten zijn aangenomen.

Veel ministers van Landbouw geloven echter niet dat dit tijdschema haalbaar is. Een aantal van hen (Griekenland, Portugal, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Oostenrijk, Luxemburg) vraagt Brussel al om een overgangsperiode in te lassen om de bepalingen van het huidige GLB in 2028 te verlengen. Het tijdschema is ‘ambitieus’, geeft commissaris Hansen toe, maar om later overhaaste beslissingen te voorkomen, moet volgens hem ‘nu zo snel mogelijk vooruitgang worden geboekt’.

Aanbevelingen aan de lidstaten

Deze aanbevelingen moeten een gemeenschappelijk kader voor het GLB garanderen en een antwoord bieden op het risico van renationalisatie dat boven het voorstel van Brussel hangt, een risico van de nieuwe architectuur van het volgende MFK waar verschillende landbouworganisaties al meermaals op hebben gewezen.

Hoewel zij verheugd zijn dat de besprekingen al zijn begonnen, hebben verschillende delegaties gewaarschuwd dat deze besprekingen niet mogen vooruitlopen op de nationale beleidslijnen en keuzes die later kunnen worden gemaakt. Ze moeten niet-bindend blijven, geen kwantitatieve doelstellingen bevatten en zich beperken tot enkele grote strategische lijnen, benadrukten de ministers van de 27 lidstaten. “Niets is beslist totdat alles is beslist”, herinnerde Portugal.

Bang van de landbouwministers

De ministers van landbouw zijn van mening dat het eerste wat moet gebeuren, is de algemene structuur van het MFK 2028-2034 te verduidelijken door alle bepalingen betreffende het landbouwbeleid, en met name de definitie van actieve landbouwer, opnieuw op te nemen in de verordening betreffende het GLB.

Er werd op de ministriële vergadering een nota voorgelegd die was opgesteld door Frankrijk, Spanje en Portugal en die de steun kreeg van 14 andere delegaties (waaronder België), maar het Cypriotische voorzitterschap wil het onderwerp nog steeds behandelen in de werkgroep van de Raad over het MFK. Het doel is om in juni een onderhandelingsbasis met indicatieve cijfers voor te leggen.

De Spaanse minister vroeg zich af waarom het voorzitterschap ‘bang was voor de ministers van Landbouw’. Het door de 17 ministers van Landbouw gesteunde document stelt met name voor om de specifieke definities in artikel 4 (landbouwer, biologische landbouw, landbouwbedrijf...) en in de leden 1 tot en met 5 van artikel 35 (soorten steunmaatregelen) over te hevelen naar de GLB-verordening en de leden 6 tot en met 9 van datzelfde artikel 35 (schoolprogramma's) naar de GMO-verordening. Het gaat om een beperkt aantal artikelen zonder directe gevolgen voor de begroting, zo betoogde Frankrijk.

Amper een jaar

Ook in het Europees Parlement zijn ze aan de slag. Op 25 februari vond in Brussel de eerste officiële bijeenkomst plaats tussen de onderhandelaars om het standpunt over het GLB voor te bereiden. Volgens een voorlopige planning zou het ontwerpverslag van Norbert Lins (Duitsland, EVP) tegen 12 juni afgerond moeten zijn. De commissies Milieu en Regionale Ontwikkeling zouden hun advies tegen juli moeten goedkeuren. Het verslag zou begin december ter stemming worden voorgelegd aan de Commissie Landbouw, zodat het in januari 2027 in de plenaire vergadering kan worden aangenomen.

Als deze agenda wordt aangehouden, blijft er amper een jaar over om de interinstitutionele onderhandelingen af te ronden en de lidstaten hun strategische plannen te laten goedkeuren door de Europese Commissie. Het is dan ook begrijpelijk dat ministers al nadenken over een overgangsperiode.

Agra/ThD

Lees ook in Politiek

Meer artikelen bekijken