Gaan steeds meer tractoren de weg op voor niet-landbouwdoeleinden?
Vlaams parlementslid Jurgen Callaerts van N-VA leidt uit een aantal data af dat landbouwers steeds vaker voor niet-landbouwdoeleinden de weg op gaan met hun machines. Hij ziet daarin onder meer problemen inzake verkeersveiligheid. Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns zegt dat de door Callaerts opgemerkte verschuiving van activiteiten een voorbarige conclusie is.

In Vlaanderen zijn er steeds minder landbouwbedrijven en de tewerkstelling in de sector daalt elk jaar. Toch stijgt het aantal inschrijvingen van tractoren. Jurgen Callaerts leidt daaruit af dat steeds meer landbouwers nevenactiviteiten ontplooien, zoals grondverzet.
“Uit het Landbouwrapport 2024 blijkt dat het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen elk jaar afneemt. Zo waren er in 2012 nog 25.217 bedrijven actief, terwijl dat aantal in 2022 gedaald was tot 22.449 bedrijven. Deze daling zou kunnen worden verklaard door de schaalvergroting in de sector, waarbij de gemiddelde bewerkte oppervlakte per bedrijf toeneemt. Maar tegelijkertijd stelt het rapport ook vast dat de tewerkstelling in de sector elk jaar daalt”, duidt Callaerts in de commissie Landbouw van 25 februari.
30% meer landbouwvoertuigen gekeurd op 4 jaar
“Ondanks deze dalingen blijkt uit het antwoord van minister Annick De Ridder op een schriftelijke vraag van mij dat het aantal gekeurde landbouwvoertuigen van categorie T in Vlaanderen de voorbije 5 jaar sterk toenam. Zo werden er in 2020 7.205 landbouwvoertuigen gekeurd, terwijl er 4 jaar later al 9.379 landbouwvoertuigen werden gekeurd. Dat is dus een stijging van meer dan 30%. We zien dus, ondanks een daling van het aantal land- en tuinbouwbedrijven in Vlaanderen en een daling van de tewerkstelling in de sector, dat het aantal landbouwvoertuigen stijgt”, vertelt Callaerts.
“Daarnaast leren cijfers van federaal minister van Financiën Jan Jambon dat het gebruik van rode diesel bij niet-landbouwactiviteiten in diezelfde periode steeg met 68%, met zelfs een piek van 145% extra in 2023 ten opzichte van 2020. Die cijfers wijzen erop dat die landbouwvoertuigen vaker worden ingezet voor nevenactiviteiten, zoals grondverzet. Daarnaast suggereren deze cijfers ook dat deze nevenactiviteiten voor sommige landbouwers misschien wel de hoofdactiviteit zijn geworden.” Dat roept bij Jurgen Callaerts vragen op over een concurrentievoordeel door het gebruik van rode diesel en over het economische model van onze land- en tuinbouwers.
Verkeersveiligheid
“Er zijn bovendien lokale besturen die zwaar verkeer uit hun dorpskernen willen weren, maar die tegelijkertijd wegens een hart voor de landbouw een uitzondering willen voorzien voor landbouwvoertuigen. Daarbij zie ik dat dit vooral de deur openzet voor net die activiteiten die men wil weren, zijnde doorgaand transport voor niet-landbouwactiviteiten”, voegt het parlementslid nog toe.
“Hier zit toch een probleem. Dit begint op gespannen voet te staan met het landbouwconcept en het ondernemingsconcept dat een landbouwer voert, ook op het vlak van verkeersveiligheid. We weten dat landbouwvoertuigen een andere keuring kennen bij de keuringscentra, zeker de remtest. Inzake verkeersveiligheid ben ik bezorgd dat die landbouwvoertuigen blijkbaar meer rijden op de openbare weg dan op het veld, cru gesteld”, meent Jurgen Callaerts.
“Iedere Vlaming voelt aan dat je steeds meer landbouwvoertuigen op de weg ziet rijden die eigenlijk niet gebruikt worden om naar en van het veld te rijden. Ik denk dat het belangrijk is dat de minister in zijn economische visie daar een beeld rond schetst. Als blijkt dat die nevenactiviteiten dermate belangrijk zijn voor het overleven van de landbouwer, is dat een debat waard”, stelt Callaerts.
Hogere graad van mechanisatie
Minister Brouns ziet in de cijfers geen groot probleem. “De landbouwsector wordt steeds meer gemechaniseerd en de stijging van het aantal keuringen lijkt ook hier het gevolg van te zijn. Denk maar aan tractoren die specifiek kunnen worden ingezet bij precisielandbouw, naast de gewone landbouwtractoren. Hierdoor zijn er vandaag vaak meerdere tractoren aanwezig op 1 bedrijf, evenals verreikers of knikladers, die dezelfde keuring ondergaan”, stelt de minister.
“Daarnaast zijn landbouwtractoren die worden ingezet voor aannemingswerken door grondverzetbedrijven aan dezelfde keuring onderworpen en bijgevolg mee opgenomen in de aantallen. Bovendien kan er interferentie zijn met voertuigen van categorie T, die uit 2 subtypes bestaan: deze met maximumsnelheid onder de 40 km per uur, die slechts eenmalig technisch gekeurd moeten worden, en deze met een maximumsnelheid boven de 40 km per uur, die jaarlijks moeten worden gekeurd. Voorts zie ik de stijgende aangifte die landbouwers doen om voor de niet-landbouwactiviteiten met rode diesel accijnzen bij te betalen, alvast niet als argument voor een hervorming”, sust minister Brouns.
Geen juiste conclusie
Volgens Stijn De Roo, lid van de commissie voor cd&v, trekt Jurgen Callaerts geen juiste conclusie. “De aangehaalde cijfers gaan over het aantal voertuigen dat wordt ingeschreven, het aantal voertuigen dat wordt gekeurd en over aangiftes van rode diesel die ook voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt. Daar kun je nergens uit afleiden dat ze meer met nevenactiviteiten bezig zijn en dat het aantal nevenactiviteiten in stijgende lijn zit”, stelt De Roo, hierin bijgetreden door Brouns.
Stijn De Roo pleit voor het handhaven van het bestaande kader. “Rode diesel is een voordeeltarief en daar zijn spelregels rond. Die zijn federaal bepaald en enkele jaren geleden verduidelijkt met de invoering van de rode landbouwnummerplaat. De enige conclusie lijkt mij dat we ervoor moeten zorgen dat die regel op een juiste en correcte manier wordt gehandhaafd”, besluit De Roo.
Gevolg van economische druk
Leo Pieters van Vlaams Belang volgt eerder de lijn van Jurgen Callaerts. “De aangehaalde cijfers wijzen niet meteen op misbruik, maar wel op economische druk. Wanneer boeren niet meer kunnen overleven van hun kernactiviteit, zoeken ze een bijverdienste, bijvoorbeeld loonwerk of grondverzet. Vaak zijn het ook de kinderen van de landbouwer die een dergelijke activiteit beginnen in afwachting van een mogelijke bedrijfsovername. De echte vraag is dus niet alleen of sommige boeren nevenactiviteiten of hoofdactiviteiten doen, maar vooral waarom landbouw in Vlaanderen zo weinig rendabel is geworden dat dit nodig is. Vlaanderen moet dringend inzetten op de rentabiliteit van landbouw zelf, zodat boeren niet moeten vluchten naar andere activiteiten”, zegt Pieters.





