Startpagina Actueel

Oplossingen zoeken binnen de Europese richtlijnen

Eerdere herstelmaatregelen leverden in het Turnhouts Vennengebied slechts tijdelijke resultaten op. Dat maakte de nieuwe intendant Frank Smeets onlangs bekend in zijn eerste driemaandelijkse rapportering voor de stikstofmaatwerkgebieden. Hij bevestigt daarmee wat zijn voorganger in 2022 al vaststelde. Toch kunnen we volgens minister Brouns niet niets doen om aan de Europese richtlijnen te voldoen.

Leestijd : 5 min

Als opvolger van de eerste intendant Piet Vanthemsche concludeert Frank Smeets in zijn rapportering dat in geen enkel scenario de stikstofdepositie voor habitattype 3110 onder de kritische depositiewaarde (KDW) komt. Hij baseerde zich op een aantal scenarioanalyses door VITO (Vlaamse Instelling voor Technologische Onderzoek). Men gaat niet onder de KDW bij een sterke reductie van de landbouw, ook niet bij de stopzetting van activiteiten, bij de stopzetting van industrie in de omgeving en ook niet bij een theoretische nuluitstoot in Vlaanderen.

Achtergronddepositie te hoog

Volksvertegenwoordiger Dries Devillé (VB) kaartte die vaststelling aan in de Commissie Leefmilieu van het Vlaams parlement op 9 juni. Hij zei daarbij dat dit komt omdat de achtergronddepositie afkomstig is van bronnen buiten het gebied en te hoog blijft. Devillé ging verder door aan te stippen dat er nog steeds voortgewerkt wordt aan een allocatie van habitatdoelen tegen november 2026. Die allocatie zal ook bepalen op welke concrete percelen de natuurdoelen gerealiseerd moeten worden. Als dat gebeurt op basis van doelstellingen waarvan de haalbaarheid volgens eerdere analyses fundamenteel ter discussie staat, dreigen de gevolgen veel verder te reiken dan het Turnhouts Vennengebied zelf. De impact op vergunningverlening voor landbouw, industrie en andere economische activiteiten in de ruime regio kan daardoor ook aanzienlijk zijn.

Europa Natura 2000

Opmerkelijk is volgens hem bovendien dat er nauwelijks wordt gekeken naar de mogelijkheden die het Europese Natura 2000-kader zelf biedt. Zo heeft Nederland ondertussen een officieel beleidskader uitgewerkt voor de herziening van Natura 2000-doelstellingen wanneer wetenschappelijk blijkt dat doelstellingen niet of nauwelijks realiseerbaar zijn, wanneer klimaatverandering de uitgangssituatie fundamenteel wijzigt of wanneer realisatie elders meer slaagkansen biedt. Voor het Turnhouts Vennengebied liggen dergelijke objectieve elementen nu op tafel: een achtergronddepositie die Vlaanderen niet zelf kan beïnvloeden, structurele herbivoriedruk door trekvogels en klimaatverandering die kwetsbare vensystemen steeds verder onder druk zet.

Niet niets doen

Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) citeerde in zijn reactie de analyse van oktober 2022 door VITO: ‘In geen enkel scenario, behalve het scenario 1.5, komt de bijdrage van het buitenland in combinatie met de kalibratie en de DON (dissolved organic nitrogen) onder de KDW van het habitattype 3110.’ Zelfs in dat laatste scenario is de resterende fractie die gebruikt kan worden voor deposities met bronnen uit Vlaanderen, heel beperkt en zou dit overeenkomen met een reductie van 92% van de deposities komende uit Vlaanderen boven op het 2030 PAS-scenario.

Dit betekent volgens de minister echter niet dat we niets moeten doen. Hij citeerde verder: ‘Zelfs indien de KDW niet gehaald wordt, is een bijkomende daling een positief punt voor de natuur. Daarnaast zijn de onzekerheden op de scenario’s heel groot. Het is moeilijk in te schatten hoe de economie eruit zal zien binnen 25 jaar, rekening houdend met onder andere de klimaatproblematiek. Daarnaast houdt het MTFR-scenario (maximum technically feasible emission reductions) geen rekening met toekomstige technologische oplossingen en mogelijkheden, waardoor dit mogelijk leidt tot een overschatting van emissies.’

Allocatie resterende saldo

De kwantitatieve en kwalitatieve instandhoudingsdoelen voor de speciale beschermingszones (SBZ’s) onder de Habitatrichtlijn liggen al geruime tijd vast, op Vlaams niveau en ook per beschermingszone. Pas door die doelen toe te kennen aan bepaalde locaties, rekening houdend met de socio-economische context binnen een SBZ, wordt voor de betrokken partijen duidelijkheid geschapen over de allocatie van het resterende saldo van de doelen. Ook de mogelijke impact op de omgevende activiteiten wordt hierdoor duidelijk, wat onder meer belangrijk is in het kader van het schrappen van zoekzones. Brouns: “Het is ook daarom dat de intendant in uitvoering van de afspraken uit het Stikstofdecreet inzet op de voorbereiding van de allocatie van de instandhoudingsdoelen.” De minister begrijpt dat de intendant daarvoor de ruimtelijke aanspraken in het maatwerkgebied, in het bijzonder binnen de Habitatrichtlijngebieden, gedetailleerd in kaart laat brengen. “De intendant plant eind dit jaar een aantal scenario’s voor te leggen en te bespreken met de belanghebbenden in de regio: de lokale besturen, de landbouwsector en de natuursector.”

Impact op landbouw minimaliseren

“De voornaamste reden waarom we in deze maatwerkgebieden met een intendant werken”, aldus Brouns, “is net om via een gerichte, verstandige allocatie de impact op de landbouw te minimaliseren of zelfs te reduceren.” Minister Brouns haalde aan dat hij vaak heeft gesproken met de Stuurgroep Turnhouts Vennengebied. Ze vragen of hij de doelen wil herbekijken en hierover met Europa in discussie wil gaan. “Ik gaf al dikwijls aan dat men vandaag toch wel botst op wat ik de ‘Europese eenheidsworst’ noem. Je kunt Vlaanderen en Nederland niet vergelijken met andere delen van Europa met veel meer open ruimte, wat Vlaanderen niet ontslaat van verantwoordelijkheden. We moeten de doelen niet in vraag stellen, maar we zitten hier in een moeilijkere context”, zegt Brouns. Hij denkt dat een toekomstig beleid er een is waarbij naast stikstofreductie natuurherstel en natuurbeheer ook delen van de oplossing moeten zijn om doelen te kunnen bereiken. De KDW is voor Brouns een belangrijke barometer, maar zolang men dat een-op-een koppelt aan vergunningverlening, rijden we ons volgens de minister vast. “Als dat een-op-een juridisch de enige beoordeling kan zijn, dan verzanden we voortdurend in een juridisch moeras, zeker in die gebieden waar de KDW laag liggen.”

Europese richtlijnen

Het lijkt Brouns niet evident om binnen de Vlaamse context zomaar de Europese doelen elders te leggen. “Oplossingen zoeken binnen de mogelijkheden van de Europese richtlijnen is belangrijk. Deze hebben nooit de bedoeling gehad om bedrijven te sluiten. Het zal zaak zijn om met gezond verstand investeringen te doen die ook binnen de sociaal-economische context – dus de haalbaarheid van bedrijven – kunnen worden gevat. De impact van stikstof als parameter is daarin een heel belangrijke factor, maar niet de enige.”

Volgens Brouns is er in die zin in het verleden te weinig aandacht gegaan naar de openstaande doelen bij de keuzes van de streefbeelden die vastgelegd werden in een goedgekeurd beheersplan. Er is volgens hem ook te weinig aandacht gegaan naar de nodige verantwoordelijkheid van de betrokken beheerders. Bij het in kaart brengen van de ruimtelijke aanspraken door de intendant zal dat meegenomen worden. Op die manier kan de allocatie ook maximaal plaatsvinden binnen de gebieden die vandaag de dag reeds in beheer zijn.

Fons Jacobs

Lees ook in Actueel

Meer artikelen bekijken