Staartbijten, vrijloopkraamhokken en CO2 lokken varkenshouders naar Ravels
Voor het seminarie voor de varkenshouders op de zaterdag van de Agridagen in Ravels zat de voorziene ruimte helemaal vol. Drie actuele onderwerpen behandelen in ruim een uur was ambitieus, maar de ploeg achter dit seminarie kan toch terugkijken op enthousiaste uiteenzettingen, geanimeerde discussies en veel stof om over na te praten.

Staartbijten en staarten couperen bij varkens was het eerste onderwerp van het seminarie over de varkenshouderij op de Agridagen in Ravels. De praktijk van het staartcouperen gebeurt in de strijd tegen staartbijten. Varkenshouder Piet Paesmans uit Nieuwerkerken mocht eerst kort duiden dat het knippen of met de helft inkorten van biggenstaarten onder de juiste omstandigheden geen pijnlijke ingreep is. “Dat is mogelijk zonder bloed of van de pijn krijsende biggen. Als je de biggen conditioneert met muziek, merken ze tijdens de ingreep zelf niet eens dat het gebeurt”, zei hij. Over de invloed van ingekorte staarten op het staartbijten lopen de meningen uiteen. Voor het voorkomen van staartbijten bestaat voorlopig geen eenduidige strategie, maar rekent men het best op een combinatie van allerlei factoren.
Muziek brengt rust in de stal
Piet Paesmans experimenteert al zowat 10 jaar met muziek in zijn varkensstallen. “Muziek kan ervoor zorgen dat er een soort van dopamine of gelukshormoon vrijkomt bij de varkens. Muziek zorgt voor afleiding – noem het entertainment – en tegelijk rust in de stal, wat mee helpt om staartbijten te voorkomen”, benadrukte de varkenshouder.
Daarnaast spelen de varkenshouder en zijn personeel een belangrijke rol. “Vergelijk het met een chique hotel waar enkel onvriendelijk personeel werkt, dan heb je alsnog geen blije hotelgasten. Hetzelfde gaat op voor een varkensstal. Je kan de beste en mooiste stal zetten, met speeltjes voor verrijking, airconditioning, topstrooisel, topvoeder en topgenetica. Maar als je niet ‘vriendelijk’ bent voor de varkens, draagt dat allemaal niet bij tot het welzijn of de mentale gezondheid van de dieren”, stelde Paesmans.
Op het seminarie werd ook gekeken naar Denemarken. Daar werkt men in de strijd tegen staartbijten met een vrijwillig systeem en een fonds. Deense varkenshouders mogen zelf inschatten hoeveel het hun per varken aan maatregelen kost om staartbijten te voorkomen. Per jaar wordt een quotum vooropgesteld van het aantal varkensplaatsen die deelnemen aan het systeem. Wie in het systeem stapt en door zijn prijszetting bij het quotum zit, moet niet langer bijdragen aan het fonds dat dit systeem financiert. De financiële prikkel om mee te doen, zou in Denemarken voor goede resultaten zorgen.

Vanuit de zaal kwamen er wel wat opmerkingen over het onderwerp, met name op het afkeuren van varkens in het slachthuis omwille van bijtsporen aan de staarten, wat financiële verliezen veroorzaakt. Enkele varkenshouders vinden dat een genezen of herstelde staart – met wel nog zichtbare sporen van het staartbijten – geen aanleiding meer zou mogen zijn voor het afkeuren van een varken in het slachthuis. In theorie kan zo’n varken nog goedgekeurd worden, in de praktijk blijkt dat onmogelijk.
Vrijloopkraamhokken
Over vrijloopkraamhokken voor zeugen - een onderwerp dat werd ingeleid door Albert Groot Wassink van Denkavit - waren de meningen verdeeld. Varkenshouders die vandaag een nieuwe stal bouwen of er een renoveren of uitbreiden, willen vaak wel inzetten op vrijloopkraamhokken, maar krijgen nergens een degelijke houvast inzake regels en maatvoering. De Europese regels laten op zich wachten, terwijl sommige landen zelf met eigen regels, een eigen tijdspad en een eigen maatvoering komen. Dat laatste is niet bevorderlijk voor het gelijke speelveld dat de Europese markt zou moeten zijn. Als er door het invoeren van vrijloopkraamhokken per hok meer ruimte per zeug nodig is, lopen veel varkenshouders vast op het feit dat ze geen vergunning (of heel moeilijk) kunnen krijgen voor een uitbreiding, om nog evenveel dieren te kunnen houden. Daardoor zou de invoering van de vrijloopkraamhokken voor hen een vermindering van de capaciteit en een lager inkomen betekenen.
Met minder dieren per vierkante meter en extra investeringen en met de vrees voor mogelijk meer dode biggen wordt de financiële last voor vrijloopkraamhokken uitsluitend bij de varkenshouder gelegd. De resultaten van de testen met vrijloopkraamhokken zijn bemoedigend. Het werpen van de biggen duurt minder lang, de uier van de zeug is beter beschikbaar en door dat laatste zijn de biggen sneller op gewicht.
Over hoe een vrijloopkraamhok er moet en mag uitzien, daar bestaat nog veel onduidelijkheid over. In een vrijloopkraamhok zal een zeug meer natuurlijk nestgedrag vertonen, wat mogelijk een iets groter risico inhoudt voor de varkenshouder en zijn personeel als de zeug haar biggen ‘verdedigt’. Daarom stellen sommige fabrikanten voor om toch nog een hek te behouden in de vrijloopkraamstal, om indien nodig een zeug te kunnen fixeren. Volgens anderen zet dat de deur open voor het blijven fixeren van de zeugen. Voor het overleven van zoveel biggen als mogelijk is het volgens sommige ervaringen beter om de zeug de eerste dagen na de worp toch nog te fixeren en ze pas daarna vrij te laten lopen. Ook dit volgt niet de ‘geest’ van het principe van vrijloopkraamhokken.
Grootte en timing
Over de grootte van een vrijloopkraamhok zijn er verschillende opvattingen. De European Food Safety Authority (EFSA) adviseert met een oppervlakte van 8 m² volgens sommigen een wel heel ruim hok. Waar er al vrijloopkraamhokken gebouwd zijn, zit men naar verluidt al eens in de buurt van 6,5 of 7 m². Verschillende Europese landen komen in regels en adviezen elk op een verschillende oppervlakte uit.
De berekening van de oppervlakte is eveneens nog niet uitgeklaard. Telt de voerbak mee voor de oppervlakte of moet die daarvan afgetrokken worden? Omdat het Europese niveau inzake vrijloopkraamhokken vooral bij intenties blijft, is het inzake termijn eveneens koffiedik kijken voor de Vlaamse varkenshouders en hun collega’s in Europa. Komt er überhaupt wel een Europese verordening over vrijloopkraamhokken? En wanneer en hoe lang zal de overgangsperiode zijn? Net als bij de discussie over de oppervlakte wordt de leegte die Europa laat ingevuld door sommige lidstaten die elk een eigen timing naar voren schuiven.
CO2 en varkensvoer
Het CO2-verhaal was een stuk abstracter. Jan Coenegrachts van de Belgian Pork Group verwees naar het Science Based Targets initiative (SBTi), een privé-initiatief dat druk zet op grote producenten en retailers om de CO2-uitstoot van hun ondernemingen en activiteiten terug te dringen. “Er wordt druk gezet op de hele keten, dus ook op ons. Het doel inzake CO2-reductie voor varkensvlees is gezet op -23% tegen 2030 en op -72% tegen 2050. Die doelen hebben te maken met het inperken van de klimaatopwarming wereldwijd”, vertelde Coenegrachts.
In de varkenssector komt het voer als eerste in beeld om de CO2-uitstoot terug te dringen. Met name aan sojaschroot uit Brazilië en de omliggende regio wordt een groot aandeel van CO2 toegeschreven, omdat de sojateelt daar tot ontbossing leidt. Overschakelen op sojaschroot uit die regio waarvoor niet ontbost werd, is dan een optie. Andere opties zijn andere eiwitten. Voor de inzet van kippeneiwitten als varkensvoer – wat sinds kort opnieuw toegelaten is – bestaat er weinig animo. Nog een andere optie zijn eiwitten van lokale of andere peulvruchten.
Om een beter zicht te krijgen op de emissies van de Vlaamse varkenshouderijen, wordt voor die sector gewerkt aan een Klimrek-berekening, naar analogie met de sector van het melkvee. Door het bijhouden en ingeven van een aantal parameters kunnen varkenshouders straks zien waar ze zelf staan inzake emissies ten opzichte van het gemiddelde van alle collega’s samen. CO2 en voer zal daarvan een belangrijk element vormen, naast energie en mestmanagement. Uit internationale vergelijkingen blijkt dat de Belgische varkenshouders het niet zo slecht doen inzake CO2-uitstoot.
Betaalbaarheid
Het was goed om op dit seminarie ook de stem van de hele keten te kunnen horen. Katrien D’hooghe van de Belgian Feed Association (voedersector) en Anneleen Vandewynckel van Fenavian (vleesverwerkende sector) kregen het woord. Of het nu gaat over staartbijten, vrijloopkraamhokken of het terugdringen van CO2 in de varkensstallen, er is volgens beiden altijd een extra kostprijs die moet betaald worden. Soms kunnen die extra kosten (gedeeltelijk) terugverdiend worden door onder een label (een lastenboek) te werken, maar van dergelijke labels zijn er al te veel, werd in Ravels geopperd. Zeker voor de export buiten Europa zijn die lokale labels of CO2-inspanningen vaak zonder enige waarde. “Niemand is tegen meer dierenwelzijn in de varkenssector, maar we mogen niet vergeten dat onze Vlaamse bedrijven moeten opboksen tegen andere Europese producenten van varkensvlees. Elk bijkomend label maakt alles duurder”, stelde Anneleen Vandewynckel.
Katrien D’hooghe vroeg enige nuance ten opzichte van sojaschroot. “Voeringrediënten zijn meer dan enkel hun voetafdruk inzake klimaat. Elk element in het voer heeft in de eerste plaats een doelstelling in de voerconversie. Het zorgt voor groei en gezondheid en bepaalt de kwaliteit van het eindproduct. Wij beseffen tegelijk heel goed dat het voer heel belangrijk is voor de carbon footprint en wij werken als sector mee aan het terugdringen van emissies. Impact kost geld. Iemand zal op het einde van de rit moeten betalen”, zei ze. De sector roept op om inzake dierenwelzijn en klimaat in Vlaanderen niet aan gold plating te doen (verder te gaan dan wat afgesproken is).





