“Aantal gespeende biggen kan hoger als ik de uitval door koude kan beperken”
In het hoge noorden van Nederland woont de biologische varkenshouder Gideon Boerrigter. Om gure oostelijke en noordelijke winden tegen te houden, heeft hij een hoge wal om zijn kraamstal laten leggen. Gideon: “Ik zit nu op 25 gespeende biggen per zeug per jaar, maar dat zou hoger kunnen raken als ik de uitval door koude weet op te lossen.”

Maatschap Boerrigter Bio is gevestigd in het Drentse Kerkenveld. Gideon Boerrigter is 24 jaar, maar moest het ouderlijke bedrijf al op 18-jarige leeftijd overnemen omdat zijn vader André overleed aan een ernstige ziekte. De familie Boerrigter komt van oorsprong uit Mander in Twente. Gideon: “Mijn opa had daar een gemengd bedrijf met melkvee en varkens. Mijn vader keek in de jaren 90 of ze niet konden specialiseren, dus het melkvee er uit en meer varkens houden.”
Uitbreiden op de locatie in Mander bleek lastig, dus ging Gideons vader op zoek naar een andere locatie. Die werd gevonden in het Drentse Kerkenveld. Gideon: “In 1995, mijn vader had ondertussen mijn moeder Frieda leren kennen, kochten zij deze varkenshouderij. In eerste instantie werden 1.200 stuks gangbare vleesvarkens gehouden.”
Keuze voor biologisch
Rond 2000 werden er plannen gesmeed om het gangbare bedrijf fors uit te breiden. Zover is het echter nooit gekomen. In 2015 was de vergunning voor 2.500 vleesvarkens namelijk wel rond, inclusief een luchtwasser achter de stal, maar de oudere broer van Gideon, Bouke, vroeg zich af of een overstap naar biologisch niet beter bij hen zou passen. Bouke voerde rond 2015 vanaf het ouderlijke bedrijf nog loonwerk uit. Gideon: “Na een rondgang langs diverse biologische collega’s werd mijn vader steeds enthousiaster. En we besloten gezamenlijk om biologisch te worden. De gemeente stond hier gelukkig ook achter.”
In december 2016 werd begonnen met het graven van de bouwput voor de nieuwe stallen. Dat werk verrichtte Bouke als loonwerker met zijn machines.
Kraamopfokhokken voor zeug en biggen
In totaal had de familie Boerrigter op dat moment één stal met 800 vleesvarkens en één stal met 80 kraamzeugen met bijbehorende speenbiggen. In december 2017 besloot Bouke iets verderop in Pesse een eigen boerderij te pachten. Hij ging daar biologische waterbuffels melken en dat doet hij nog steeds. In 2017 werd de voormalige machineloods waar Bouke zijn loonwerkmachines had staan omgebouwd tot groepshuisvesting voor de drachtige zeugen.
Gideon: “In september 2019 werd mijn vader ernstig ziek, hij overleed in maart 2020. Gelukkig heeft hij nog een paar jaar meegemaakt dat wij als biologisch bedrijf goed draaiden. Het is alleen jammer dat hij er niet meer is. Omdat ik al sinds 2016 mijn vader meehielp op het bedrijf, had ik gelukkig al wel flink wat ervaring.”
Inmiddels heeft Gideon het werk heel goed onder de knie en draait het bedrijf technisch goed. Hij heeft 42 kraamopfokhokken.

De biggen blijven daarin tot een leeftijd van 10 tot 12 weken. De zeug gaat na 6 weken uit het kraamopfokhok. “Het ligt vooral aan de ruimte in de speenbiggenafdelingen. Vandaar dat ze soms wat lichter en soms wat zwaarder naar de vleesvarkensstal gaan.” De Nederlandse varkenshouder werkt met een tweewekensysteem. “Ik heb natuurlijk niet zo heel veel varkens, dus als ik met een tweewekensysteem werk, dan heb ik er iedere keer 8 zeugen die tegelijk moeten afbiggen. Dat is precies een mooi aantal.”
Uitval door de koude
Op dit biologische bedrijf liggen alle dieren op stro. Dat is natuurlijk veel werk – zowel voor het instrooien als voor het uitmesten – en kost ook veel tijd.. Gelukkig kan Gideon op deze wijze wel een deel van zijn mest goedkoop kwijt. Het stro dat hij aankoopt bij biologische akkerbouwers in de regio kan hij, na het uitmesten, ook weer kwijt aan dezelfde akkerbouwers.

Als biologisch bedrijf hebben natuurlijk alle diergroepen een uitloop, zelfs de biggen van een paar dagen oud. En dat die biggen soms ook buiten lopen heeft wel zijn invloed, want de uitval na geboorte is relatief hoog, ‘s winters zelfs zo’n 10 à 15%. ‘s Zomers ligt het uitvalspercentage vele malen lager. “Zoals je kunt voelen, is het ook nu weer bitter koud en vooral die koude wind die maakt het beroerd. Afgelopen maand was het nog extremer, met zo’n 35 cm sneeuw en dagenlang een ijskoude wind.” Om de koude oostenwind te temperen, heeft Bouke met een kraan onmiddellijk na de bouw van de kraamstal (in 2017) een hoge wal om het kraamhok heen aangelegd, maar ook dat heeft onvoldoende effect. ‘s Winters blijft het lastig om de jonge biggen warm te houden. “Ik zoek nog steeds naar een oplossing hiervoor”, aldus Gideon.

PIC 408 bevalt goed
Tot oktober 2023 had Gideon als eindbeer de Tempo. Hij besloot echter over te stappen naar de PIC 410 eindbeer bij het Nederlandse Preferent KI. “In eerste instantie ging dit goed, maar op een gegeven moment niet meer. We kregen last van bijterijen en hokbevuiling. Dus zijn we, in overleg met de leverancier, overgestapt naar de PIC 408 en die bevalt wel goed.”
Met de huidige 25 gespeende biggen per zeug per jaar is Gideon tevreden, maar er zit nog een hoger aantal biggen per zeug in als hij de hogere uitval ‘s winters kan vermijden. De zeug is een driewegsrotatie van Topigs, met daarin York, Noors ras en een Topigs Terra.

Over de prijzen voor het varkensvlees is Gideon gematigd te spreken. “De prijzen zijn goed, maar zijn veel beter geweest. Ze liggen nog iets boven mijn kostprijs, maar het moet niet verder zakken.” De vleesvarkens gaan op ruim 95 kg slachtgewicht naar slachterij Compaxo in Zevenaar. Hij levert aan het Best Star Meat-concept van de Van Loon Group. Het voer neemt hij af van Reudink, het biologische dochterbedrijf van het Nederlandse mengvoerbedrijf ForFarmers.
Winnaar Agroscoopbokaal 2022
Zoals ieder jaar heeft dit biologische mengvoerbedrijf de verkiezing van beste biologische varkensboer, de Agroscoopbokaal Biologisch. In 2022 werd deze prijs gewonnen door Gideon. “Ik won deze prijs met de technische resultaten bij mijn vleesvarkens. Ik had toen een voerconversie van 2,45 en een groei per dag van 923 g. Deze resultaten heb ik overigens nog steeds.” De jonge varkenshouder hoeft bij zijn vleesvarkens niet te sturen op spier- en spekdikte, omdat hij met de PIC 408 werkt.

Gideon heeft inmiddels een vriendin en die staat positief tegenover de sector. “Dat is zeker fijn en geeft veel steun.” Hij maakt dan ook zeker toekomstplannen. Daarbij is een stal erbij bouwen voorlopig even niet aan de orde, aangezien de vergunningverlening in de Nederlandse provincie Drenthe ook al aardig op slot zit. Gideon: “Als er weer meer mogelijk is, dan zou ik hier graag een drachtigezeugenstal bijbouwen. Daar komen dan ook onze fokgelten in, want wij fokken onze eigen gelten aan. Dat moet ook wel, want biologische fokgelten zijn zo goed als niet te krijgen.” Een reden om zelf de gelten aan te fokken is ook omdat het dieren moeten zijn die gewend zijn om los te lopen. En de Nederlandse varkenshouder wil goede zeugenmoeders. “Als je de fokkerij zelf in de hand houdt, kun je ook meer de kwaliteit bewaken. Verder heb je minder kans op ziektes, omdat er geen dieren van buitenaf komen.”
Wat de regelgeving betreft, maakt de jonge varkenshouders zich niet heel veel zorgen, maar hij vindt het wel overdreven dat hij in 2030 wat de buitenverblijven betreft naar een 50% dichte vloer moet. “Het is niet heel moeilijk om te realiseren, maar wel weer een kostenpost. En ik wil juist toewerken naar een lage kostprijs.”





