Natuurherstel vergt vernieuwende, participatieve aanpak
Volgens het recente INBO-rapport loopt onze Vlaamse natuur achter op de rest van Europa. Vooral het agrarisch gebied vormt problemen. Deze Europese rapportage stelt dat Vlaanderen opnieuw tot de regio’s behoort waar de staat van instandhouding van habitats het slechts is. Minister Brouns verwacht beterschap dankzij het vooropgestelde herstelplan.

Die reageerde omstandig. Hij gaf daarbij bijzondere aandacht aan de probleemsituatie in de landbouwsector. De zesjaarlijkse rapportage van het Instituut voor Natuur- en Bos (INBO) brengt de staat van onze Vlaamse natuur in kaart. Dat vloeit voort uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Er wordt gekeken naar de toestand van de vogels die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn en naar de habitats en soorten die beschermd worden onder de Habitatrichtlijn. In Vlaanderen gaat het om 46 op Europees niveau te beschermen habitattypen. Er wordt over 70 soorten gerapporteerd.
Agrarisch gebied
Niet onverwacht
Volgens minister Jo Brouns (cd&v) ligt de habitat-rapportering in de lijn van de verwachtingen en de resultaten van de vorige rapporteringen. Ze is de bevestiging van zichtbare resultaten van enkele ingrijpende natuurherstelprojecten, zoals Sigma, specifieke inrichtingsprojecten voor soorten als de boomkikker, de terugkeer van fint en otter als gevolg van de verbeterde waterkwaliteit en structuur van onze waterlopen en de steeds betere resultaten van ons reeds decennialang aangehouden ecologische bosbeheer. Dat er zich nog steeds 40 Europese habitats in een ongunstige staat bevinden, tempert volgens de minister die tevredenheid. “Maar ik pas op voor doemdenken. Ook hier is vooruitgang gemaakt”, zegt hij.
De vaststellingen en aanbevelingen van het recen
Tegen uiterlijk 2030
In 2026 en 2027 wordt volop ingezet op het sanerings- of herstelbeleid dat deel uitmaakt van de Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS) en het Stikstofdecreet, gericht op het milderen van de negatieve effecten en het wegwerken van de gecumuleerde overmaat aan stikstof. In dit verband werken diverse entiteiten van de Vlaamse overheid samen aan een meerjarenprogramma van projecten en maatregelen op perceels- en landschapsschaal, dat vooral gericht is op de aanpak van knelpunten. Voor deze stikstofsanering is in de periode 2025-2030 een provisioneel budget van 747 miljoen euro vastgelegd, waarvan 118 miljoen euro in 2026 en 153 miljoen euro in 2027.
Natuurkwaliteit is belangrijk
Het landbouwgebied vormt voor een aantal habitattypen de kern van het leefgebied in Vlaanderen. Naast het feit dat het bepalen van de basisnatuurkwaliteit niet evident is, is het realiseren en behoud ervan in het landelijk gebied niet mogelijk met alleen maar allerlei verbods- en gebodsbepalingen en de traditionele biodiversiteitsinstrumenten van aankoop, inrichting en beheer. Een vernieuwende, participatieve aanpak zal volgens Brouns noodzakelijk zijn om tot enig succes te komen. Hij verwijst naar het herstelplan dat in voorbereiding is. Bij de uitwerking ervan worden, naast de specifieke herstelmaatregelen ter realisatie van de vooropgestelde doelen, ook mogelijke synergieën met andere beleidsdoelen onderzocht en maximaal benut in functie van de beoogde geïntegreerde aanpak.
Natuurgebaseerde maatregelen
Wat de Blue Deal aangaat, onderstreepte het INBO-rapport dat waar in het verleden op grote schaal aan natuurherstel werd gedaan de positieve impact op de biodiversiteit merkbaar is. Omdat natuurgebaseerde maatregelen in de Blue Deal de voorkeur genieten, zullen vele Blue Deal-projecten ook in de toekomst een positieve impact hebben op de biodiversiteit. Het investeringstempo van de Blue Deal wordt bepaald door de beschikbaarheid van investeringsbudgetten. Die beschikbaarheid wordt beslist door de Vlaamse regering, en daar is eind vorig jaar nog eens 100 miljoen euro bijgekomen. Voor de andere gebieden zijn deze cijfers nog niet gekend, maar overal wordt door de waterbeheerders geïnvesteerd in hermeandering, natuurlijke inrichting van extra overstromingsgebieden, visdoorgangen en dergelijke meer.
Brouns’ administratie gaat na of ook de vergunningsplicht voor vegetatiewijzigingen, die in sommige gevallen nog steeds van toepassing is, op vrijstelling kan worden afgestemd. Het verder faciliteren van hydrologisch herstel blijft een prioriteit. Daartoe is ook de CIW-projectwerkgroep opgericht, met het ANB als trekker. Die projectgroep werkt nog dit jaar een helder overzicht en verdere verduidelijking uit van alle relevante bepalingen in de code van goede natuurpraktijk en andere regelgeving. In een volgende fase wordt ook de code van goede natuurpraktijk zelf vereenvoudigd. Minister Brouns wacht de resultaten van deze oefening af om te kunnen beoordelen welke bijkomende regelgevende initiatieven eventueel noodzakelijk zijn om het tempo van de Blue Deal verder te ondersteunen en om te vermijden dat vergunningverlening daar een rem op zou vormen.





