Startpagina Veeteelt

Renure maakt gehakt van Vlaams mestoverschot volgens onderzoek

Renure (Recovered Nitrogen from Manure) zal ons landbouwsysteem enkel maar efficiënter, milieu- en klimaatvriendelijker en gezonder maken, blijkt uit onderzoek van Ruben Vingerhoets.

Leestijd : 9 min

Ruben Vingerhoets doet onderzoek naar circulair nutriëntenbeheer in vee-intensieve regio’s zoals de onze. Dat is broodnodig, Vlaanderen kampt immers met een enorm mestoverschot. “In veeteeltgebieden als West-Vlaanderen of het noorden van Antwerpen produceren boeren 3 keer meer stikstof in de vorm van dierlijke mest dan ze mogen uitrijden. De extra mest moeten ze transporteren naar gebieden met minder mest of verwerken, wat hun veel geld kost. Het mestoverschot is ook inefficiënt: jaarlijks importeren we dubbel zoveel stikstof in de vorm van kunstmest als de hoeveelheid stikstof die uit dierlijke mest verwijderd moet worden.”

De grote hoeveelheid mest zorgt ook voor maatschappelijke problemen. “We denken direct aan de milieuproblemen die ermee gepaard gaan, maar niet aan de longproblemen en -kankers. Ammoniakemissies na bemesting en stikstofoxiden van verbrandingsprocessen vormen samen fijnstof, dat zorgt voor gezondheidsproblemen.” Om hier een antwoord op te bieden, zouden we nog veel meer mest dan vandaag moeten verwerken.

Vingerhoets zocht naar een oplossing voor de mestproblematiek en vond het in Renure-technieken zoals stripping-scrubbing. “In elke Europese regio met veel veeteelt heeft het zin om Renure in te voeren, zowel om de kosten van mestverwerking te drukken, maar ook bijvoorbeeld vanuit een klimaatperspectief.”

Uit uw onderzoek blijkt dat Renure een goede zaak is?

Een zeer goede zaak zelfs. Bij een optimale implementatie van Renure besparen we in Vlaanderen 5% op de kosten van mestbeheer en de aankoop van kunstmest. Om mest te verwerken gaat het nu naar een waterzuiveringstank, waar biologische organismen de ammoniak in de mest omzetten naar inert stikstofgas.

Momenteel lopen de mestverwerkers, typisch enkele grote veehouders die de mest verwerken van landbouwers in de buurt, tegen capaciteitsproblemen aan. Stikstof is de limiterende factor van mestverwerking: te veel stikstof in de tank is toxisch voor de bio-organismen. Ze kunnen echter niet meer uitbreiden door vergunningsproblemen en lopen daarom veel inkomsten mis.

Door een stripper-scrubber voor de klassieke mestverwerker te plaatsen, kan er meer mest verwerkt worden. Die stripper-scrubber stript een deel van de ammoniak uit de mest via vergassing, waardoor er meer mest naar de mestverwerker kan. In combinatie met een ‘digester’ kan een mestverwerker zelfs tot 42% kosten reduceren, aangezien de grootste kost van een stripper-scrubber energie in de vorm van warmte is. Een digester levert die tegen een goedkope prijs.

Renure kan ook leiden tot 5 à 10% minder broeikasgasuitstoot, in de eerste plaats omdat mestverwerking minder energie nodig heeft om dezelfde hoeveelheid nu stikstofarme mest te verwerken. Het oplossen van de stikstof vraagt juist veel energie. Er lekt echter ook lachgas tijdens dit proces, wat een zeer sterk broeikasgas is. Dat is ammoniak dat niet perfect omgezet wordt naar stikstofgas. Als er minder stikstof in de mest zit, komt er ook minder lachgas vrij bij de verwerking ervan.

Tot slot is er ook minder kunstmest nodig, omdat bijvoorbeeld een stripper-scrubber ammoniumzouten produceert, een zeer zuivere en chemische meststof die dankzij de Renure-wetgeving een deel van de kunstmestgift mag vervangen. Renure voorkomt dus de productie van kunstmest via het energie-intensieve Haber-Boschproces.

De kosten van mestverwerking dalen dan wel, maar Renure vraagt vooraf wel een zekere investeringskost.

Normaal worden de kosten van zo’n installatie over 10 tot 15 jaar uitgespreid, maar ik snap dat dat momenteel een barrière is in de landbouw. Door de vergunningsproblematiek heerst er veel onzekerheid over hoelang een installatie mag draaien. Er zijn nog maar weinig investeringen gemaakt in Renure-installaties tot nu, omdat die rechtszekerheid ontbrak.

De nieuwe Renure-wetgeving kan die rechstzekerheid voor een stuk bieden en zal ook niet binnen de kortste keren terug veranderen. Overheidsinstanties in Vlaanderen en andere Europese regio’s werken momenteel hard aan de implementatie van de wetgeving, om alle achter- deurtjes te dichten.

De huidige Renure-wetgeving staat wel nog los van de mogelijkheid van een combinatie vergister/Renure om de ammoniakuitstoot van een bedrijf te verlagen.

Dat zijn inderdaad 2 verschillende maar samenlopende problemen die op te lossen zijn met dezelfde technologie. Enerzijds kan zo’n installatie dienen om de ammoniakemissie van een bedrijf te verlagen. Dat is in principe geen economisch probleem, maar wel een vereiste om uit te breiden.

Anderzijds is er het probleem met onze mestwetgeving. De Nitraatrichtlijn met maximum 170 kg N/ha dierlijke mest leidt tot een mestoverschot in een regio met veel te veel mest zoals Vlaanderen, waardoor landbouwers kosten moeten maken om van de mest af te raken.

De Renure-wetgeving reduceert die kosten door een stuk van de stikstof in dierlijke mest boven de nitraatgrens te brengen in de vorm van Renure-meststoffen, waardoor je de Nitraatrichtlijn omzeilt.

Is derogatie geen simpelere oplossing voor het mestoverschot?

Mest uitrijden is natuurlijk de makkelijkste en goedkoopste oplossing, daarom dat boeren het graag doen. Het is echter ook de minder milieuvriendelijke oplossing. Het plafond van 170 kg N/ha is ingevoerd met een reden, enerzijds om de waterkwaliteit te waarborgen, maar ook om de ammoniakemissies die vrijkomen tijdens het uitrijden te beperken.

Derogatie creëert milieuproblemen, maar door dierlijke mest te upcyclen naar Renure is het evenwaardig aan minerale meststoffen. Landbouwers kunnen dankzij Renure meer dierlijke mest gebruiken zonder milieuproblemen te vergroten.

De toepassing van Renure blijft beperkt tot 80 kg N/ha. Is daarmee het mestoverschot in Vlaanderen opgelost?

Zeker in combinatie met klassieke mestverwerking (nitrificatie en denitrificatie) kan Renure het mestoverschot helemaal wegwerken. De overtollige dierlijke mest, de organische stikstof die we niet willen, wordt dan naar de klassieke mestverwerking gestuurd. Dan is 80 kg voldoende, en met lagere kosten voor de landbouwer, minder broeikasgassen en minder ammoniakemissies.

Het onderzoek van Ruben Vingerhoets werd beloond met een beurs van 10.000 euro, waarmee hij zijn onderzoek onder meer uitbreidt naar het Europees niveau.
Het onderzoek van Ruben Vingerhoets werd beloond met een beurs van 10.000 euro, waarmee hij zijn onderzoek onder meer uitbreidt naar het Europees niveau. - Foto: ThD

Grote schaal

Milieu-organisaties vrezen dat Renure ervoor zal zorgen dat er juist meer stikstof uitgereden wordt op de velden.

Dat is een kortzichtige en gevoelsmatige kijk. Renure opent inderdaad de deur om meer mest terug uit te rijden, maar als je naar het totaalplaatje kijkt, is het meer ecologisch. Renure vervangt kunstmest met verbeterde dierlijke mest, waardoor er minder inputs nodig zijn in het landbouwsysteem. Externe inputs zijn de drijver van alle ecologische problemen. Renure zorgt voor een meer circulair landbouwsysteem.

Ik snap de kritiek wel ergens, omdat Renure de landbouw verder richting industrialisatie en schaalvergroting stuurt. Zo’n installatie kost handenvol geld, waardoor enkel grote landbouwers dat kunnen betalen. Dat is natuurlijk in strijd met een model van kleinschalige landbouw, maar de industrialisering van de landbouw is een politiek vraagstuk dat los moet staan van Renure.

Enkel grotere veehouders zullen de nodige installaties voor Renure kunnen betalen?

Dat is nu al het geval. Er zijn een 50-tal mestverwerkers, ooit grote veehouders die een eigen installatie konden bouwen die over de jaren is gegroeid. Dat systeem zal door Renure verder uitdiepen. De grote verwerkers zullen als eerste Renure-installaties bouwen. Boeren met een kleine pocketvergister volgen pas later, voor hen zijn de installatiekosten een grote barrière.

Stripping-scrubbing is gelukkig een zeer modulaire technologie, die op kleine schaal implementeerbaar is zonder schaalvoordeel te verliezen. Dat staat in contrast met de klassieke mestverwerking, waarbij schaalgrootte veel belangrijker is. Het is echter logisch dat daar als eerste stripper-scrubbers worden gezet, omdat zij gewoon al mest verwerken.

Is er een scenario mogelijk waarbij veehouders een digester en stripper-scrubber hebben, maar de overgebleven dunne fractie naar een verwerker sturen?

Dat zal de toekomst moeten uitwijzen. Verwerkers hanteren momenteel één prijs voor een kuub mest, los van de stikstofinhoud. Nu is dat tussen 2 varkensboeren vrij gelijkaardig, maar in die situatie moet er een nieuwe kostprijs komen voor al deels verwerkte mest. Dan is het misschien inderdaad voordelig om kleine installaties op landbouwbedrijven te plaatsen.

Het is ook mogelijk dat de boeren de stikstofarmere mest zelf uitrijden in plaats van het te sturen naar de mestverwerker. Zo kunnen landbouwers een groter volume mest uitrijden, omdat er minder stikstof in zit. Daarbovenop kan je nog de zelf geproduceerde Renure uitrijden.

Als de combinatie vergister en Renure-techniek ook nog eens erkend wordt als maatregel om ammoniakemissies te reduceren, zal het enkel maar interessanter worden voor kleinere veehouders. Ze kunnen meer dierplaatsen ermee creëren of hun vergunning in orde brengen.

Of het voordelig is voor kleine boeren zal ook afhangen van eventuele financiële steun?

Subsidies kunnen een belangrijke rol spelen en moeten dat ook. Er is de onzekerheid: boeren weten nooit waar ze binnen 10 jaar staan. Maar landbouwers die aan de kar willen trekken en voorvechters zijn van een milieubewuste landbouw horen gesteund te worden.

Korrels

Stripping-scrubbing produceert die ammoniumzouten in de vorm van een vloeistof, terwijl kunstmest meestal een vaste korrel is. Renure is dus niet helemaal compatibel met de manier waarop boeren momenteel minerale meststoffen of dierlijke mest uitrijden, zegt Vingerhoets.

“Veehouders of loonwerkers zouden nieuwe machines moeten aanschaffen om Renure uit te rijden. Dat zullen ze natuurlijk niet direct willen doen. Bovendien zijn vloeistoffen duurder om te vervoeren.” Vingerhoets onderzocht daarom of het zin heeft om de ammoniumzouten op te waarderen naar korrels.

“Die korrels zouden een groene vorm zijn van wat al op de markt is, wat de implementatie van Renure nog eens vergemakkelijkt: landbouwers moeten zich niet aanpassen, geen extra machines kopen en geen nieuwe handelingen op het veld doen.”

Er zijn nog geen bedrijven in Vlaanderen die van Renure korrels maken, maar Vingerhoets rekende uit hoe het een rendabel bedrijfsmodel kan worden die concurrentieel is qua prijs. “Het kan zelfs goedkoper dan kunstmest door een logistiek netwerk op te zetten tussen grote varkenshouders met luchtwassers (die al ammoniumzouten maken), nieuwe stripper-scrubbers en enkele hubs met een digester waarvan de restwarmte de ammoniumzouten kan uitdrogen.”

Zijn er al bedrijven met interesse om zo’n hub op te zetten?

Dat is nog te vroeg om te zeggen. De huidige markt met vooral luchtwassers produceert te weinig ammoniumzouten om economisch interessant te zijn voor zo’n droogfaciliteiten. Pas vanaf dat een aantal grote verwerkers met stripper-scrubbers aan de slag gaan, wordt het rendabel.

Van sommige producenten van stripper-scrubbertechnologie heb ik al gehoord dat zij geïnteresseerd zijn om ook deze technologie te ontwikkelen voor de Vlaamse markt. Het zullen wel terug de grote verwerkers zijn, met een digester met restwarmte, die zo’n uitdrogingsinstallatie kunnen zetten.

Terug krijg je de combinatie van digester, Renure-tech, klassieke mestverwerking en nu een uitdroger op dezelfde locatie.

Het creëert gewoonweg zo’n grote synergie. Een vergister haalt energie uit de mest door biogas te maken, maar creëert ook warmte. Dat is interessant voor de rest van het nutriëntentraject, om ammoniak uit de dunne fractie te halen, de mest verder te verwerken en het ammoniumzout te drogen. Een ideale verwerker zal altijd een digester hebben, omdat die heel de nutriëntencascade erna faciliteert.

Bestand tegen onrust

Door de oorlog in Iran is de internationale kunstmesthandel helemaal verstoord. Is Renure daar de oplossing voor?

Circulariteit maakt ons landbouwsysteem minder afhankelijk van kunstmest en dus minder onderhevig aan prijsfluctuaties. De prijs van kunstmest wordt gedreven door de prijs van gas, want Haber-Bosch is een zeer energie-intensief proces. Na de inval in Oekraïne kwam er bijvoorbeeld geen gas meer van Rusland en zagen we hetzelfde als nu. Het systeem meer circulair maken, bijvoorbeeld door Renure, maakt het systeem meer bestand tegen conflicten in Rusland of de Golf-regio. Die gas- en oliestaten hebben vaak ook nog eens de mestindustrie in handen, juist omdat het zoveel energie vraagt.

Door de problemen die de oorlog tussen Rusland en Oekraïne veroorzaakten, stonden mensen destijds meer open om de kringloop te sluiten. Veehouders met een luchtwasser moesten ervoor zelf betalen om van de ammoniumzouten af te geraken. Dat sloeg tijdens het conflict om. Omdat de kunstmestprijzen zo hoog waren, wilden akkerbouwers plots ervoor betalen. Nu zullen we hetzelfde zien: als de kunstmestprijzen stijgen, zijn landbouwers bereid om een hogere prijs te betalen voor Renure-meststoffen, waardoor veehouders meer zullen investeren in deze technologie. Hogere prijzen voor kunstmest faciliteren de ontwikkeling van de markt voor Renure en zullen ons systeem dus robuuster maken tegen internationale handelsschokken.

Is de Europese koolstofgrenstaks ook een drijver voor Renure?

Een taks die de energie-intensieve productie van kunstmest buiten de EU belast, zal de ontwikkeling van Renure, een techniek met een lagere voetprint, enkel maar helpen.

Landbouwers roepen op om de koolstofgrenstaks uit te stellen, omdat kunstmest duurder wordt.

Ik snap dat dit de eerste reactie van landbouwers is. Zij willen natuurlijk niet meer betalen voor kunstmest. Maar duurdere kunstmest moedigt aan om zelf uit te zoeken hoe we het goedkoper kunnen doen.

Dat vraagt natuurlijk tijd, maar op lange termijn helpt zo’n taks de ontwikkeling van een robuuster en onafhankelijker landbouwsysteem dat minder gevoelig is aan de marktschokken van internationale conflicten. Renure zal alleen maar relevanter worden in een onzeker klimaat zoals nu, met om de zoveel tijd een probleem als Rusland of Iran.

Thor Deyaert

Lees ook in Veeteelt

Meer artikelen bekijken