Op bezoek bij een jonge, gedreven fokker met neutrale, open geest
Op een mistige, koude namiddag mochten we langsgaan in Kaprijke bij Jens Teerlinck. Hij is een eerder jonge, gedreven fokker van Belgische trekpaarden.

Op het ouderlijke landbouwbedrijf werd vleesvee gekweekt, de overige gronden dienden vooral voor het telen van witloof en aardbeien. Ondanks zijn landelijke bloed, koos hij voor het beroep van zelfstandig loodgieter. In 2013 huwde hij met Josephine en kocht een verlaten kippenboerderij die hij beetje bij beetje opknapte tot een zeer ordentelijke woonst met ruime loodsen en paardenstallen. Ondertussen werden er 2 kinderen geboren, Kamiel en Louise. Vooral Louise is sterk begaan met de paarden.
De komst van een trekpaard
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want Jens had reeds vroeg een band met het trekpaard. Vooral door zijn jeugdvriend Renier Kriel, die van thuis uit sterk vergroeid was met het Belgisch trekpaard. In hun jonge jaren deden ze wandelingen te paard in het landelijke rustige Meetjesland. Na verloop van tijd spanden ze trekpaarden in voor allerlei werk op en naast het veld.
Het toeval wilde dat Jens op het spoor kwam van een bruine zeventienjarige merrie die goed opgeleerd was. Die kon hij kopen van een boer op rust, met als voorwaarde dat ze niet mocht geslacht worden. De merrie was ingeschreven als Sarah van de Kooidrieshoeve – v. Romeo d’Elewijt.
Fokkerij van de Vlotte
Sarah had nog nooit gefokt, maar hengstenhouder Willy Decock uit het naburige Ertvelde had een hengst waarmee hij aan huis kwam; Sarah werd gedekt en werd drachtig van Thomas van Bunkerhof. Ze bracht in 2003 Aron van de Vlotte. Aron werd opgeleid in het gareel en onder het zadel en werd daarna als volleerd paard geruild voor een merrie. In 2005 veulende de 20-jarige Sarah opnieuw, deze keer een zwart merrieveulen Britt van de Vlotte (v. Ultimo van de Akker). In 2007 volgde Juul (v. Coen van de Rijkswegen) en in 2008 gaf ze haar laatste veulen Cesar (Herman van ter Bolle).
Met de merrie die eerder geruild werd en Sarah waren Jens en vriend Bart Van Laer menig keer te zien tijdens de weekends op allerhande jaarmarkten, huifkartochten, trek- en ploegwedstrijden. Door zijn voorkeur voor kleurpaarden kwam hij in contact met Geert De Clerck ,die de bruine hengsten Pascal van de Lokkant en Eduard van de Klaverhoeve ter dekking stelde.
Stal van de Rinkerakker met een eerste goedgekeurde hengst
Het begon te knagen bij Jens om zelf een hengst aan te kopen. Zijn oog viel op de blauwe Vino van de Paardenhoeve, die hij op oudere leeftijd aankocht. In 2020 behaalde Vino de titel van reservekampioen op de Nationale prijskamp, waarna hij voor 3 jaar voor de dekdienst verhuisde naar Nederland. Door allerlei omstandigheden kon Jens de hengst Hector van ’t Grootveld van Vlaams Brabant (v. Milo van Luchteren) binnenhalen, die hem vooral bekoorde door zijn goede moederlijn en bijzondere drafacties. Ondanks zijn mindere schofthoogte behaalde hij in 2024 prima klaargezet en gepresenteerd de Nationale kampioentitel. Hector is nog altijd op stal de Rinkerakker, samen met de fokmoeders Conchita van Strijtem (Mathador van de Bouwhoeve) en Isa van ‘t Hoogeind (Matteo van ’t Rietenhof).
Ondertussen is er ook een jonge, goedgekeurde hengst, Codex van de Berghoeve (v. Amador van de Boterhoeve), die samen met zijn moeder als veulen werd aangekocht. Codex werd op de laatste 2 hengstenkeuringen telkens goedgekeurd. Het vermelden waard is dat de nu vierjarige Codex bereden wordt door dochter Louise, die mee is in het paardenverhaal. Jules van de Rinkerakker (Hector x Conchita), de halfbroer van Codex, loopt samen met Olivia van de Rinkerakker, een jaarlingdochter van Isa (v. Leon du Fremis) op de weide in opfok.
Vooruitblikken
Zoals altijd vragen we de mening van de gastheer over het Belgisch trekpaard. Ondanks zijn meerdere successen met bruinschimmels, verkiest Jens kleurpaarden. Die kunnen veel makkelijker verhandeld worden, zowel in binnen- als in buitenland. Belangrijk voor hem is ook het (zuivere) beenwerk, dat ook onder andere door zijn druk beroep niet te veel onderhoud mag vragen. Bijna alle paarden lopen tijdens de zomer op de droge weiden op het erf ‘de Vlotte” van zijn vader tussen de bomen. Die zorgen tijdens de zomermaanden voor verfrissing, maar zijn ook een aantrekking voor het schuren.
Jens merkt op dat een paard inspannen voor de recreatie veel meer tijd vraagt dan een voorbereiding voor deelname aan een paardenkeuring. Gelukkig kan hij voor het klaarmaken van zijn paarden voor de keuringen ook rekenen op een paar vrienden die het ‘metier’ kennen.
De toekomst van de trekpaardenfokkerij
We sluiten af met een voor mij al langdurend aandachtspunt, namelijk de recreatie binnen het stamboek. Voor mij blijft het een keuze maken tussen het rastypische levend erfgoed en het modernere kleurrijker recreatietype. Beide moeten hun roots in het stamboek van het Belgisch trekpaard blijven behouden, maar we kunnen geen appelen met peren vergelijken.
Jens is duidelijk van mening dat we er moeten voor zorgen dat we iedereen blijven betrekken in 1 stamboek, zowel de recreanten als de prijskampers, gezien de groep prijskampers steeds maar kleiner wordt en de groep recreanten groter. Het stamboek moet de lijnen uitzetten, de jury moet daarnaar keuren, maar het is uiteindelijk de fokker die bepaalt en die kan kiezen wat voor hem belangrijk is: Wil hij een trekpaard fokken om mee te ploegen of voor de koets of voor het berijden of wil hij een trekpaard fokken waarmee hij de kopplaatsen kan behalen op de prijskampen. Wil hij een kleurpaard of maakt het voor hem niet uit?
Ploegdagen en activiteiten met animatie met trekpaarden trekken veel volk aan; de aandacht van het publiek voor enkel de keuringen daarentegen, daalt.
Niet clangebonden fokker
We hebben een gesprek gehad met een jeugdig ‘niet clangebonden fokker’ die door zijn neutrale, open geest weet waarover hij praat en die met iedereen door eenzelfde deur kan. Zo moesten er meer zijn die het trekpaard fokken omwille van zijn aparte uitstraling en boeiende geschiedenis, waar we fier op mogen en moeten zijn.





