Startpagina Actueel

Meer steun voor eiwitgewas, minder voor faunamengsels?

Het inzaaien van faunamengsels blijft populair. Dat komt onder meer door de subsidie, die tot 1.500 euro/ha kan oplopen. Nochtans zijn er veel voorwaarden en bestaat de kans dat de ingezaaide (on)kruiden doorschieten bij het volggewas. Voor eiwitgewassen ligt de steun per hectare voorlopig lager. Door de verhouding in steun aan te passen, zou er een boost kunnen komen voor de eiwitgewassen.

Leestijd : 4 min

In de commissie Landbouw van het Vlaams parlement werd al vaker gediscussieerd over faunamengsels. Leo Pieters van Vlaams Belang kaartte het onderwerp op 18 maart nogmaals aan.

Onkruiddruk in volgteelten

“Voor landbouwers die percelen inzaaien met faunamengsels kan een subsidie worden verkregen die oploopt tot ongeveer 1.500 euro/ha. Gedurende enkele weken kunnen voorbijgangers genieten van kleurrijke bloemenmengsels, die bovendien voedsel en schuilplaatsen bieden voor verschillende insecten- en diersoorten. Deze maatregel brengt echter agronomische uitdagingen met zich mee. De betrokken percelen moeten onaangeroerd blijven tot 15 maart van het volgende jaar. Daardoor krijgen tal van onkruiden de kans om zich sterk te ontwikkelen en om zaad te zetten. Wanneer het perceel nadien opnieuw in landbouwproductie wordt genomen, kan dat leiden tot een aanzienlijke onkruiddruk in de volgende teelten”, verduidelijkte Leo Pieters.

Hij haalde aan dat in niet-Europese landen gewerkt wordt met herbicidetolerante teelten, zoals glyfosaatresistente maïsvariëteiten, waardoor een uiterst efficiënte onkruidbestrijding in volgteelten mogelijk is. Dat is voor minister Brouns een brug te ver. “Glyfosaatresistente gewassen worden in het veredelingsproces verkregen door het toepassen van genetische modificatietechnieken. Het Europese regelgevende kader daarrond is heel strikt. Er zal binnenkort wel Europese regelgeving in werking treden, waardoor planten gemaakt met bepaalde genetische modificatietechnieken, de categorie 1-planten uit nieuwe genomische technieken (NGT), ruimer beschikbaar zullen worden voor de Europese landbouwer. Planten met glyfosaatresistentie zullen daar echter niet onder vallen, en dat willen we in Vlaanderen ook heel duidelijk niet, net omdat ik de ontwikkeling van herbicideresistente gewassen niet wil stimuleren. Het is geen goede beleidskeuze om in te zetten op oplossingen die sterk afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van een specifiek herbicide”, antwoordde de minister van Landbouw en Omgeving.

Meer communicatie over goede praktijken

Het is voor minister Brouns belangrijk om goede landbouwpraktijken toe te passen bij de inzaai van een faunamengsel. “Wanneer er bijvoorbeeld ingezaaid wordt in te droge omstandigheden, met een te lage zaaidichtheid en met een onaangepaste zaaibedvoorbereiding, kan dat op bepaalde percelen leiden tot onkruidproblematiek. Ik ben me daarvan bewust. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij plant binnenkort een communicatie aan landbouwers met een aantal specifieke aanbevelingen bij het inzaaien van faunamengsels. Het gaat dan onder meer om zaaien op het geschikte moment, zorgen voor een goed aangelegd zaaibed, een passend mengsel en een voldoende hoge zaaidichtheid. Ook in het jaar na de teelt van een faunamengsel is het opnieuw belangrijk om goede landbouwpraktijken te respecteren”, stelde de minister.

Het is volgens hem essentieel om de teelt van het faunamengsel te beschouwen als een volwaardige schakel in de ruimere teeltrotatie. De keuze van de volggewassen moet hier rekening mee houden, bijvoorbeeld op het vlak van onkruid onderdrukkende effecten. Daarnaast kunnen ook een vals zaaibed en/of mechanische onkruidbestrijding toegepast worden, en ten slotte kan er gekeken worden naar onkruidbestrijdingsmiddelen die toegelaten zijn in de volgteelt. De sleutel tot de oplossing ligt volgens de minister bij een geïntegreerde gewasbescherming of integrated pest management (IPM), met een maximale nadruk op preventie- en hygiënemaatregelen om de initiële onkruiddruk te reduceren.

Doornappel

Leo Pieters haalde in de discussie nog aan dat – bij gunstige klimatologische omstandigheden – sommige volggewassen al eerder dan 15 maart zouden kunnen ingezaaid worden. Commissievoorzitter Bart Dochy van cd&v trad Pieters bij dat er beter afgestapt wordt van dergelijke kalenderlandbouw. “De timing wordt als problematisch ervaren. Bovendien houden faunamengsels voor een stuk de verspreiding van de doornappel in stand. Het is immers niet evident om de doornappel te bestrijden op een ingezaaid perceel met die faunamengsels”, stelde Dochy.

Hij wees in de discussie vooral op het grote verschil in steun voor verschillende teelten. “De subsidiebedragen voor faunamengsels – 1.500 euro/ha – zijn behoorlijk. Er is ook weinig werk aan om een vrij eenvoudig mengsel in te zaaien”, weet Dochy. Hij pleitte, net als Marc Ballekens op de State of the Union in Oudenaarde, voor een heroriëntatie van die subsidies, en om daarbij minder in te zetten op de faunamengsels en meer op eiwithoudende gewassen. “Mocht u dat wat versterken, dan zouden boeren die zoeken naar een interessante teelt, zich misschien heroriënteren van een faunamengsel naar een eiwithoudende teelt. Als die subsidies een beetje meer in evenwicht zouden zijn, zou dat kunnen bijdragen tot de verbetering van de eiwitbevoorrading van eigen bodem. Dit zou een significant verschil kunnen maken in de productie van eiwit hier in Vlaanderen”, meende Bart Dochy.

Heroriëntatie op komst

Jo Brouns had wel oren naar de opmerkingen van zijn partijgenoot. Hij neemt de heroriëntatie naar eiwithoudende gewassen mee in de voorbereiding van het volgende GLB-programma. Of de datum van 15 maart kan aangepast worden, is nog niet zo duidelijk. “Zowel in Europese verordeningen als in Vlaamse decreten wordt heel vaak – wat mij betreft te vaak – aan kalenderlandbouw gedaan. De vaste datum was een referentie en dat moeten we stuk voor stuk aanpakken. De wisselende weersomstandigheden zijn iets dat we willen vastnemen”, besloot minister Brouns.

Filip Van der Linden

Lees ook in Actueel

10 miljoen per jaar voor energiezuinige glastuinbouw

Energie De komende jaren voorziet de Vlaamse regering zo’n 10 miljoen euro per jaar om de glastuinbouwsector te helpen om de omslag naar een energie-efficiëntere en minder fossielafhankelijke productie te versnellen. Dat maakt Vlaams minister van Landbouw op 8 mei bekend, als onderdeel van het pakket aan energiesteun dat maandag (4 mei) werd afgesproken.
Meer artikelen bekijken