EU-reductiedoelstelling voor antibiotica nog niet behaald in 2024
De verkoop en het gebruik van antimicrobiële middelen bij dieren in 2024 in de Europese Unie werd in kaart gebracht door het Europees Geneesmiddelenbureau. Het merendeel van deze middelen wordt ingezet bij voedselproducerende dieren. In 2024 ging de verkoop in de EU opnieuw in stijgende lijn.

Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) publiceerde eind 2025 voor de tweede maal hun jaarlijks rapport European Sales and Use of Antimicrobials for Veterinary Medicine (ESUAvet). Dit rapport bundelt de nieuwste gegevens over de antimicrobiële consumptie bij dieren in 2024 voor de verschillende lidstaten van de Europese Unie (EU), inclusief IJsland en Noorwegen.
Verkoop in EU in 2024 nam toe
Maar liefst 98,5% van de totale verkoop van antimicrobiële middelen in de EU in 2024 wordt toegekend aan voedselproducerende dieren, inclusief paarden. Deze toewijzing gebeurt op basis van de aanwezigheid van wachttijdinformatie in de bijsluiters van de producten. Dat leidt tot een onderschatting van de verkoop voor de gezelschapsdieren en een overschatting van de verkoop voor voedselproducerende dieren. Hoe groot deze over- en onderschatting is, zal duidelijker worden naarmate ook gebruikscijfers bij honden, katten en pelsdieren – de overige diersoorten waarvoor het verplicht zal zijn om gebruikscijfers te registreren – worden verzameld.
In vergelijking met 2023 werden er voor voedselproducerende dieren op Europees niveau 5,1% meer antibacteriële middelen verkocht, terwijl de geschatte biomassa ongeveer gelijk bleef (figuur 1). Dit is voor het tweede jaar op rij een toename in de verkoop, wat aangeeft dat de dalende trend die zich voordeed tussen 2010 en 2022, lijkt af te zwakken of zelfs lijkt om te keren. Toekomstige data zullen moeten uitwijzen of het hierbij om een tijdelijke of langdurige trend gaat.

In het kader van de doelstelling van de Farm to Fork Strategy van de Europese Commissie werd in 2024 ten opzichte van het referentiejaar 2018 een totale reductie van 24,3% gerealiseerd. Dit betekent dat minder dan de helft van de beoogde reductiedoelstelling van 50% in de verkoop van antimicrobiële middelen tegen 2030 momenteel, halfweg de periode, gerealiseerd is (zie stippellijn in figuur 1). Verdere monitoring en tijdige rapportering zullen essentieel zijn om waar nodig bij te sturen om de EU-reductiedoelstelling te behalen.
Vooral groepsbehandelingen
Net als in 2023 heeft het overgrote deel (86,0%) van de verkochte producten voor voedselproducerende dieren in de EU een productvorm die overwegend gebruikt wordt voor groepsbehandeling (figuur 2), zijnde orale oplossingen (65%), premixen (13%) en orale poeders (7%).

Penicillines, tetracyclines en macroliden blijven de belangrijkste antibioticaklassen, samen goed voor 65,5%. Zo’n 6% van de verkochte producten behoort tot de quinolonen, derde en vierde generatie cefalosporines of polymyxines, die van kritisch belang zijn voor de humane geneeskunde en waarvan het gebruik bij dieren beperkt dient te worden (= AMEG B-classificatie). De AMEG-classificatie (Antimicrobial Advice Ad Hoc Expert Group van de EMA) deelt veterinaire antibiotica in 4 categorieën in, gaande van A (vermijden) tot D (beperkt risico) in op basis van hun risico op resistentieoverdracht naar mensen en op basis van hun noodzaak in de diergeneeskunde.
Procentuele daling bij gezelschapsdieren
De verkoop van antibacteriële middelen voor gezelschapsdieren in de EU lag 8,2% lager in 2024 dan in 2023 uitgedrukt in mg/kg, mede door een stijging in de geschatte biomassa voor honden, katten en pelsdieren. Bij gezelschapsdieren gaat het hoofdzakelijk om tabletten, die verantwoordelijk zijn voor maar liefst 91,5% van de totale verkoop bij deze dieren. Bijna de helft van de producten behoort tot de penicillines, voornamelijk combinatieproducten van amoxicilline met clavulaanzuur. Ongeveer 2,5% van de verkoop voor gezelschapsdieren valt onder de AMEG B-categorie.
Waar situeert België zich?
Wanneer we de verkoopcijfers voor België vergelijken met die op Europees niveau, zijn er enkele opvallende verschillen tussen de resultaten voor voedselproducerende dieren en gezelschapsdieren.
Bij voedselproducerende dieren in België bestaat de verkoop ook hoofdzakelijk uit penicillines, tetracyclines, macroliden en sulfonamiden, terwijl de verkoop van premixen (5%) en antimicrobiële middelen die onder de AMEG B-classificatie vallen (2%), beperkter bleef. De lage verkoop van premixen in België kadert binnen de strategie gepubliceerd door de Belgian Feed Association (BFA) en Amcra om de productie van premixen volledig uit te faseren tegen eind 2026. Ook wordt in België het gebruik van quinolonen en derde en vierde generatie cefalosporines wettelijk bepaald en slechts onder voorwaarden toegelaten.
De verkoop in België bij gezelschapsdieren is een stuk hoger dan het Europees resultaat. In 2024 gaat het om een verschil van 47,9 mg/kg voor België versus 34,3 mg/kg voor de EU. Bovendien is de beperkte daling in de Belgische verkoop sinds 2023 (-3,8%) volledig toe te schrijven aan een hogere schatting van de totale biomassa van honden en katten in 2024. Net als in de EU worden in België bij gezelschapsdieren voornamelijk producten verkocht die behoren tot de penicillines, cefalosporines van de eerste en tweede generatie en imidazoolafgeleiden, terwijl de verkoop van AMEG B-klassen beperkt blijft tot 1,3%.
Verkoop in België hoger dan mediaan
PCU is de populatiecorrectie-unit, een maatstaf in de diergeneeskunde die het antibioticagebruik uitdrukt in mg per kg dier, om trends in antibioticagebruik en -resistentie te monitoren. Deze indicator wordt sinds 2018 gebruikt, onder meer ook om de Farm to Fork-strategie doelstelling op te volgen.
Wanneer de verkoop van antimicrobiële middelen wordt uitgedrukt in mg/PCU, zien we dat de Belgische verkoop (70,7 mg/PCU in 2024) nog steeds hoger ligt dan de Europese mediaan van ongeveer 50 mg/PCU (figuur 3). Het is daarom belangrijk om te benadrukken dat de eerste doelstelling in de Visie 2030 van Amcra ernaar streeft om de totale verkoop bij dieren in België tot de Europese mediaan te brengen.

Accurate gebruiksgegevens nodig
Hoewel verkoopcijfers de voorbije jaren al erg waardevol bleken om de antimicrobiële consumptie van voedselproducerende dieren in te schatten, wordt de eigenlijke consumptie het best opgevolgd via de verzameling van gebruiksgegevens. 2024 is slechts het tweede jaar waarin gebruiksgegevens in de EU verzameld werden voor rundvee, varkens, kippen en kalkoenen. Verdere inspanningen zijn nodig om de volledigheid en betrouwbaarheid van de gebruiksgegevens in verschillende lidstaten te verbeteren, inclusief België, om zo het consumptiepatroon van antimicrobiële middelen in de EU nog beter in kaart te kunnen brengen.
Nieuw interactief platform
Naast het rapport werd door EMA ook een interactief platform gelanceerd dat de verkoopcijfers van antimicrobiële middelen bij dieren in de EU – zowel algemene trends als gegevens per lidstaat – publiek toegankelijk maakt. Dit interactieve platform biedt extra inzichten, die kunnen bijdragen aan het beleid rond antimicrobiële resistentie in de verschillende lidstaten.





