Vlaamse snoepgroenten zijn veilig
Recent was er heel wat deining rond de aanwezigheid van residuen van pesticiden in snoepgroenten. Dat bleek in Nederland bij onderzoek op kerstomaten en minikomkommers. En bij ons?

Volgens volksvertegenwoordigster Els Robeyns (Vooruit) overschreden deze residuen tot 120 keer de zogenaamde babynorm van 0,01 mg/kg. Snoepgroenten worden vaak geconsumeerd door jonge kinderen.
In Vlaamse winkelrekken
“Het gaat om een Nederlands onderzoek maar die groenten liggen ook in Vlaanderen in de winkelrekken”, poneerde Robeyns in de commissie Leefmilieu van 31 maart. Ze voegde daar aan toe dat opvallend en positief uit datzelfde onderzoek bleek dat lokaal geteelde snoepgroenten – in dit geval uit Nederland – beduidend beter scoren dan ingevoerde snoepgroenen uit onder andere Marokko, Portugal of Spanje.
Minister Jo Brouns (cd&v) wees de commissieleden er op dat de toelating van gewasbeschermingsmiddelen in Europa en België vandaag zeer sterk gereglementeerd is. Er worden zeer hoge eisen met betrekking tot de veiligheid voor gebruikers, omgeving en consumenten gesteld.
Geïntegreerde gewasbescherming
Om tegemoet te komen aan de eisen van afnemers van groenten en fruit en uiteindelijk de consumenten, dienen landbouwers een minimale productie veilig te stellen, zowel wat betreft kwantiteit als kwaliteit. Dit impliceert ook dat landbouwers hun gewassen moeten kunnen beschermen tegen ziekten en plagen.
Zij moeten dit doen binnen het kader van geïntegreerde gewasbescherming. Daarbij ligt de nadruk achtereenvolgens op preventieve maatregelen en hygiënemaatregelen, monitoring en het hanteren van schadedrempels en het inzetten van alternatieve beheersings- en bestrijdingstechnieken.
Veilig gebruik
Maar als de ziekten en de plagen toch nog het productieniveau bedreigen inzake kwantiteit en/of kwaliteit, dan moet er volgens de minister een minimaal pakket aan gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar zijn om te kunnen ingrijpen.
Het veilig gebruik van deze gewasbeschermingsmiddelen naar de consumenten toe wordt in belangrijke mate bewaakt door het vastleggen van stofspecifieke maximale residulimieten (MRL) via verschillende residucontroleprogramma’s, onder andere die onder de bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV).
De resultaten van de residucontroleprogramma’s uitgevoerd door het FAVV tonen aan dat er zeer weinig overschrijdingen van de MRL’s worden vastgesteld op landbouwproducten geproduceerd in België.





