Nieuw onderzoek verbindt aquacultuur en insecten- en plantenteelt
Wat als de reststromen van insecten voer worden voor vissen, visafvalwater de plantenteelt verrijkt, en plantaardige reststromen op hun beurt de insecten voederen? Dat is de kern van AEP-Pulse, een nieuw Interreg-project waarbij 11 Vlaamse en Nederlandse partners een circulair productiesysteem ontwikkelen dat inzet op maximale valorisatie van water-, energie- en nutriëntenstromen. De start van het project vond recent plaats bij Inagro in Rumbeke.

Stijgende grondstofprijzen, strengere milieuregels en een groeiende afhankelijkheid van import zetten landbouw- en aquacultuurbedrijven onder druk. AEP Pulse wil die uitdagingen aanpakken door aquacultuur (A), insectenproductie (E, van het Engelse entomology) en plantenteelt (P) te verbinden in één geïntegreerd systeem. Wat in de ene schakel reststroom is, wordt grondstof in de volgende.
"Het AEP-systeem zien we als kapstok om te onderzoeken hoe afvalstromen kunnen worden omgezet in meerwaarde, zowel binnen als tussen sectoren. Afvalstromen zijn vandaag een kost in onze productie. Door ze om te zetten naar een grondstof krijgen ze een waarde, wat het potentieel voor lokale, minder importafhankelijke productie reëel maakt", zegt Stefan Teerlinck, onderzoeksleider aquacultuur bij Inagro en projectcoördinator van AEP-Pulse.
Antwoord op grondstoffendruk
Op de site van Inagro in Rumbeke is al een concrete demonstratieopstelling operationeel. Steur en forel worden er gecombineerd met de kweek van meelwormen en de zwarte soldatenvlieg (BSF), hydroteelten zoals prei en aardbeien sluiten de kring. Plantaardige reststromen en afvalwater uit de visteelt worden opnieuw ingezet, waardoor nutriënten en water maximaal circuleren.
Daarnaast voorziet het project nog 4 bijkomende demonstratiesites in Vlaanderen en Nederland. Die moeten aantonen hoe het systeem functioneert in verschillende bedrijfstypes en schaalniveaus, en welke technische en economische randvoorwaarden daarbij horen.
Biostimulanten als opportuniteit
De reststromen leveren mogelijk nog een extra troef op: biostimulerende stoffen die planten, bodem of aquacultuurdieren een extra impuls geven. Rood zeewier en vis- of insectenreststromen worden getest op hun effect op plantgroei, beworteling en eindkwaliteit, maar ook op de gezondheid en voederconversie van vis. Eerder onderzoek toonde al aan dat het gebruik van visafvalwater in tomatenteelt leidt tot meetbaar betere resultaten.
Tijdens de kick-off kwamen ook de uitdagingen rond regelgeving uitgebreid aan bod tijdens een panelgesprek. Het inzetten van zijstromen als grondstof botst vaak op complexe juridische kaders rond meststoffen, dierlijke bijproducten en biostimulanten.
Tessa Avermaete oprichter van Run & Harvest, merkte op dat circulaire oplossingen veelbelovend zijn, maar ook dat de implementatie in de praktijk vaak complexer is dan de initiële plannen suggereren. Gil Gram, projectmedewerker bij OVAM, benadrukte het belang van duidelijke regelgeving voor frass. “Frass valt buiten het mestdecreet en ressorteert onder OVAM, terwijl visreststromen wél als mest kunnen worden geclassificeerd, afhankelijk van het productieproces en het hergebruik van water”, zegt Gil Gram.
Ook Heleen De Norre, attaché bij FOD Volksgezondheid wees op de strikte EU-regels voor biostimulanten. “Wie een reststroom als biostimulant op de markt wil brengen, doorloopt een conformiteitsbeoordeling die tot een jaar kan duren. Bovendien bepalen de claims van de producent welk kader van toepassing is. Een detail dat in de praktijk vaak over het hoofd wordt gezien”, stelt Heleen De Norre.
Willy Verdonck, directeur Aqua Bio, illustreerde de complexiteit met een praktijkvoorbeeld uit de visteelt. “Omdat steuren geen schubben hebben, blijven er na filtratie geen harde dierlijke resten achter in de meststroom. Moesten steuren schubben hebben, zouden ze blijven plakken”, vertelt Verdonck. Dit voorbeeld toont hoe technische kenmerken van dieren de juridische classificatie van reststromen beïnvloeden.
De conclusie uit de sector is eensgezind: maximale circulariteit vereist actieve betrokkenheid van overheden, zowel om regels correct te interpreteren als om ze waar nodig circulairder te maken.

Kennisdeling en opleiding
Behalve in onderzoek en demonstratie investeert AEP-Pulse sterk in kennisopbouw en -verspreiding. Onderwijsinstellingen in het consortium werken aan aangepaste opleidingsmodules en microcredentials rond circulaire productiesystemen. Zo wil het project niet alleen innovatie versnellen, maar ook toekomstige professionals voorbereiden op een sector in transitie.
AEP-Pulse is een Interreg project met 11 partners uit Vlaanderen en Nederland. Het project ontwikkelt en demonstreert een circulair productiesysteem dat aquacultuur, insectenteelt en hydrocultuur met elkaar verbindt. Inagro is projectleider. De focus ligt op circulariteit, biostimulanten, regelgeving en kennisdeling voor de professionele sector.
De partners in AEP-Pulse zijn Inagro, Bert Groenendaal Consultancy, ILVO, HZ University of Applied Sciences, Odisee, Scalda, Phood Farm, Syntra PA & VB, Universiteit Gent, Viaverda en Vitro Plus.





