Nauwkeurig beeld van erfelijke aanleg van fokhengsten
Einde maart publiceerde Paardenpunt Vlaanderen de prestatie-index voor springen. Dit is een wetenschappelijke schatting van de genetische aanleg voor springprestaties, die paarden doorgeven aan hun nakomelingen.

Deze index wordt berekend door het Center for Animal Breeding and Genetics van de KU Leuven en is gebaseerd op zowel de eigen sportprestaties van een paard als op die van zijn ouders en nakomelingen. Een massa gegevens kwamen in aanmerking voor de berekeningen: meer dan een miljoen wedstrijdresultaten van de Koninklijke Belgische Ruitersportfederatie en bijna 400.000 resultaten van de Landelijke Rijverenigingen, aangevuld met uitgebreide gegevens uit de stambomen van ruim 120.000 paarden. Door het combineren van deze gegevens ontstaat een nauwkeurig beeld van de erfelijke aanleg van elk paard. Dit onderzoek werd uitgevoerd voor Paardenpunt Vlaanderen, met de steun van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij.
De springaanleg bepalen
De aanleg voor springen bepalen gebeurt door de eindklasseringen van paarden in wedstrijden te combineren met de hoogte van de gesprongen proef. De rangschikking binnen een proef en het niveau van de hindernissen zijn dus uitermate belangrijk. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 15% van de verschillen in prestaties genetisch bepaald is. Factoren als training, opfok, leeftijd, geslacht én de ruiter spelen een invloedrijke rol.
Natuurlijk verschillen ruiters onderling sterk. Daarom werd bij de berekening expliciet rekening gehouden met de ruiter die het paard rijdt. Zo kan men de genetische aanleg van het paard zo eerlijk mogelijk inschatten. Elke fokker zal beamen dat de afstammingsinformatie met betrekking tot merrie en hengst natuurlijk een cruciale rol speelt. De index weerspiegelt aldus de werkelijke genetische waarde en niet louter de prestaties van de nakomelingen.
Index en betrouwbaarheid
De berekeningen zijn momenteel uitsluitend gebaseerd op Belgische wedstrijdresultaten. De indexen gebaseerd op deze nationale gegevens komen immers sterk overeen met de indexen waarin ook internationale resultaten zijn opgenomen. De Belgische gegevens geven dus een betrouwbare schatting weer.
Zodra een hengst 20 of meer nakomelingen heeft die actief zijn in de sport, wordt zijn index grotendeels bepaald door hun prestaties. Uit leeftijdsvergelijkingen blijkt dat jongere hengsten gemiddeld hogere indexen hebben dan oudere hengsten, wat wijst op een succesvolle selectie. Naarmate een hengst ouder wordt en naarmate er meer nakomelingen presteren, stijgt de betrouwbaarheid en wordt de index stabieler.
Je kan de nieuwe springindex hengsten inkijken op de website van Paardenpunt Vlaanderen, onder het thema Fokkerij bij het dossier Fokwaardeschatting. De lijst omvat 30 pagina’s, voorafgegaan door een duidelijke legende bij de lijst.





