Startpagina Granen

Groeiregulatie en ziektebestrijding in granen

Het blijft vandaag de dag moeilijk om eenduidig te adviseren, vanwege de grote diversiteit in de gewasstand over de graanpercelen. Enerzijds zien we de gebruikelijke verschillen tussen rassen en de zaaidatum, anderzijds valt het effect van de voorteelten sterk op.

Leestijd : 6 min

Kijk bijvoorbeeld naar percelen waarop vorig jaar maïs of aardappelen stonden. Aardappelen laten veel stikstof achter in de bodem, maar maïs onttrekt deze grotendeels. Daardoor hinkt het graan hierna meer achterop in zijn ontwikkeling.

Gerst in vlagblad

De vroege gerst bereikte reeds in de tweede week van april het vlagbladstadium. Dit is zeer vroeg, maar toch het ideale moment om een tweede groeiregulatie te combineren met de T2-ziektebehandeling. Zeker waar het gewas fors staat op het veld is een tweede verkorting noodzakelijk. We zien echter ook percelen waar de actieve stof trinexapac-ethyl zeer sterk heeft gewerkt in de eerste verkorting, met als gevolg een lage stand van de gerst.

Gerst volgt een biologische klok en zal vanaf een aantal gevormde bladeren niet meer groeien in de hoogte, maar starten met afrijpen. Toch moeten we ons niet meteen zorgen maken, een kort gewas is immers zeker geen synoniem voor een lagere opbrengst.

Combineer T2 met verkorting

Groeiregulatoren zoals Medax Top (300 g/l mepiquatchloride + 50 g/l prohexadion-calcium) en Moddus Evo (250 g/l trinexapac-ethyl) hebben in gerst een toelating tot het stadium waar de tweede knoop minstens 2 cm boven de eerste knoop uitsteekt.

In het vlagbladstadium (laatste blad) combineren we de T2-ziektebestrijding met een tweede verkorting. Hiervoor maken we gebruik van producten zoals Ethephon Classic, Arvest (480 g/l ethefon); Percival, Medax Max (50 g/kg prohexadion-calcium + 75 g/kg trinexapac-ethyl); Terpal (155 g/l ethefon + 305 g/l mepiquatchloride).

Let op bij een (te) late verkorting

Sommige producten zijn veiliger bij een (te) late toepassing dan anderen. Bij een te late verkorting kan een misvorming van de aar optreden, met als gevolg een opbrengstderving. Zo kan de actieve stof ethefon, wanneer die in contact komt met de aar, leiden tot misvormingen. Percival en Medax Top zijn dan weer veiliger voor het gewas bij een latere toepassing.

Ethefon helpt dan weer de gerst te beschermen tegen aarknikken. Bij Percival en Medax Max is dat echter minder het geval.

We zien duidelijk de 3 knopen (1, 2, 3) die gevormd zijn in de stengel. Met net boven de derde knoop de gerstaar (4) die geleidelijk verder naar boven schuift, nog net voor het moment dat de eerste baarden vanuit het vlagblad tevoorschijn komen. Vanaf dit vlagbladstadium kan je de T2-ziektebestrijding combineren met een tweede groeiregulatie.
We zien duidelijk de 3 knopen (1, 2, 3) die gevormd zijn in de stengel. Met net boven de derde knoop de gerstaar (4) die geleidelijk verder naar boven schuift, nog net voor het moment dat de eerste baarden vanuit het vlagblad tevoorschijn komen. Vanaf dit vlagbladstadium kan je de T2-ziektebestrijding combineren met een tweede groeiregulatie. - Foto: FG

Momenteel beperkte ziektedruk in gerst

Bij een zeer vroeg seizoen is het steeds een uitdaging om de nawerking van de fungiciden te rekken tot aan de oogst en om zo voldoende bescherming te garanderen. Gelukkig is gerst ten opzichte van tarwe beduidend minder gevoelig voor fusarium, waardoor dit minder een rol speelt.

Momenteel is de ziektedruk beperkt, maar het blijft van groot belang om steeds met een preventief schema te werken. Eens ziekte in het gewas gevestigd is, kunnen we deze nog zeer moeilijk efficiënt stoppen. Hier volgt alvast een overzicht van enkele mogelijkheden. In wintergerst kiezen we in de T2 om een SDHI (Solatenol of benzovindiflupyr, Xemium of fluxapyroxad, fluopyram, bixafen) te combineren met een triazool (Revysol of mefentrifluconazool, prothioconazool) en/of een strobilurine (pyraclostrobine) en/of een actieve stof met multisite-werking, zoals folpet. Op deze manier verhoog je de effectiviteit en nawerking van de behandeling sterk.

Voor de middelen kiezen we bijvoorbeeld uit Velogy Era (75 g/l benzovindiflupyr + 150 g/l prothioconazool), Imtrex (62,5 g/l fluxapyroxad), Ascra Xpro (65 g/l bixafen + 65 g/l fluopyram + 130 g/l prothioconazool), Revystar Gold (50 g/l fluxapyroxad + 100 g/l mefentrifluconazool), Lenvyor (100 g/l mefentrifluconazool), Priaxor (75 g/l fluxapyroxad + 150 g/l pyraclostrobine), Mirror (500 g/l folpet).

Laatste N-fractie via blad

In het laatste bladstadium van graangewassen werken we beter niet met vloeibare stikstof, om bladverbranding te voorkomen. Indien er toch een extra N-fractie nodig is, kan dit via bladvoeding, bijvoorbeeld met N-Leaf, Infolen of andere middelen. Naast stikstof voorzien deze producten ook andere belangrijke elementen, zoals magnesium en zwavel, die mee voor bladvergroening zorgen.

Dankzij een rechtstreekse opname via het blad zijn de nutriënten snel beschikbaar voor de plant. De opname loopt niet via de wortels, waardoor we ook in droge omstandigheden een mooie gewasvergroening van de bladeren kunnen bekomen.

Groeiregulatie en ziektebestrijding in wintertarwe

Ook in wintertarwe zien we grote verschillen per perceel. Enerzijds zien we dat de aar zich slechts enkele centimeters boven het uitstoelingsvlak bevindt. We zien echter ook percelen waar de aar net voorbij de eerste knoop komt, maar ook waar de aar de tweede knoop reeds passeert of zelfs de derde knoop nadert.

Het eersteknoopstadium is het ideale moment voor een tweede groeiregulatie, eventueel in combinatie met een T0-ziektebestrijding. Op tarwepercelen waar we bijvoorbeeld de eerste vloeibare stikstoffractie combineerden met een groeiregulator zoals Cycocel, Cycofix of CCC 750, kan je vanaf de eerste knoop werken met een middel zoals Percival, Medax Max, Prodax, Moddus Evo, Optimus…

Met de huidige hoge stikstofprijzen kan je eventueel overwegen om met een product op basis van stikstoffixerende bacteriën te werken, zoals BlueN of Utrisha N. Deze middelen kunnen tot 30 eenheden stikstof aan het gewas leveren. Het is echter belangrijk dat je deze in ideale omstandigheden toepast, zodat de bacterie zich kan vestigen in het gewas en voldoende tijd krijgt om stikstof vanuit de lucht te vangen voor het gewas.

Een moeilijkheid van dit type middelen is vaak de mengbaarheid met andere producten (fungiciden, herbiciden en andere). Daarom is vaak een aparte toepassing nodig. In granen kunnen we BlueN of Utrisha N wel mengen met een Percival of Medax Max, ideaal dus in combinatie met een tweede verkorting.

De afgelopen dagen kon gele en bruine roest zich verder verspreiden, waardoor een T0-behandeling soms nodig was. Dat was ook het advies van het LCG. Septoria bleef zich naar goede gewoonte verder uitbreiden in de onderste gewaslagen. Witziekte was tot nu toe slechts zeer beperkt aanwezig. Let wel op: bij een dichte gewasstand, warme temperaturen en wisselende regenbuien kan de aantasting zich snel uitbreiden. Controleer je percelen daarom regelmatig en voer waar nodig tijdig een behandeling uit.

Erwtenperceel waarbij de plantjes een hoogte van +/- 5 cm halen in de regio Kampenhout op 17 april. De randen van de blaadjes zijn aangevreten door de bladrandkever.
Erwtenperceel waarbij de plantjes een hoogte van +/- 5 cm halen in de regio Kampenhout op 17 april. De randen van de blaadjes zijn aangevreten door de bladrandkever. - Foto: FG

Onkruidbestrijding in erwten

De vooropkomstonkruidbestrijding in erwten met actieve stoffen clomazone, aclonifen en pendimethalin heeft op de meeste plaatsen goed gewerkt. Waar een onkruidcorrectie nodig is, kan dit vanaf een gewashoogte van 10 cm met bentazon (Corum + Dash of Basagran), al dan niet in combinatie met MCPB (Butizyl).

Hieraan zijn enkele belangrijke voorwaarden verbonden. Eerst en vooral zijn zonnige, warme omstandigheden nodig voor een goede werking van deze producten. Anderzijds kunnen bentazon houdende producten enkel worden gebruikt op percelen die dit toelaten, na een correcte registratie via een kaartje beschikbaar op de website van BASF.

Tot slot kan je ook grassenmiddelen gebruiken indien nodig. Pas deze apart toe en combineer niet met bentazon houdende producten, om verbranding van de erwtjes te vermijden.

Insecten in erwten

Controleer je erwtenpercelen op de aanwezigheid van de bladrandkever. De schade van de volwassen kever blijft beperkt tot het bovengronds aanvreten van de bladrand van de erwtjes, zoals de naam van het beestje doet vermoeden. De schade veroorzaakt door de keverlarven is echter erger. Zij vreten namelijk aan de wortelknobbeltjes van het vlinderbloemige gewas, waardoor de fixatie van stikstof vanuit de lucht stilvalt. Bijgevolg verliest de vlinderbloemige plant zijn voordeel om zijn eigen voedingstoffen te produceren… Controleer je percelen en voer tijdig een behandeling uit met een pyrethroïde (contactmiddel) zoals Patriot Protech, Karate Zeon, Decis, Kendo, Cythrin Max…

Tot slot moeten we alert zijn voor de aanwezigheid van bladluizen in erwten. Pyrethroïden hebben een werking en erkenning tegen bladluizen. Met deze middelen doden we echter ook alle nuttige insecten, waaronder onzelieveheersbeestjes, af.

Daarnaast kan je werken met meer selectieve middelen, zoals pirimicarb (Pirimor), flonicamid (Teppeki; Afinto), flupyradifuron (Sivanto Prime, Flupystar). Pirimicarb heeft zowel een contact- als dampwerking, maar heeft daarvoor ook voldoende temperatuur nodig. Flonocamid en flupyradifuron zijn opwaards systemisch en komen zo in de sapstroom van de plant terecht, waardoor ook de nawerking een stuk langer is dan die van pirimicarb. Combineer deze middelen met een uitvloeier zoals Trend of Vivolt (900 g/l isodecyl-alcohol ethoxylaat), om de werkingsefficiëntie te verhogen.

Frederik Goossens

Lees ook in Granen

Ziektebeheersing in granen vergt geïntegreerde aanpak

Granen Tijdens de voorbije graanavonden afgelopen winter blikten medewerkers van het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen (LCG) Bram Vervisch, Jonas Claeys en Mathijs Hast terug op ervaringen van vorig jaar. Hieruit trekken ze lessen voor het komende teeltseizoen.
Meer artikelen bekijken