Stikstofbeleid kampt volgens het Voortgangsrapport PAS nog met pijnpunten
Het tweede Voortgangsrapport PAS legt een aantal pijnpunten van het huidige stikstofbeleid bloot. Vandaag kan nog steeds niet beoordeeld worden wat het effect is van de al genomen maatregelen. Bovendien is duidelijk dat Vlaanderen de stikstofdepositie slechts gedeeltelijk zelf in de hand heeft.

Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) beaamde in de vergadering van de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement op 21 april dat de effecten van beleidsmaatregelen niet onmiddellijk zichtbaar zijn. Hij is het echter niet eens met commissielid Dries Devillé (VB) die vreest dat een groot deel van de Vlaamse landbouwbedrijven de doelstellingen richting 2030 niet zouden halen.
Eerste evaluatie
Devillé leerde uit het tweede Voortgangsrapport PAS ondere andere dat een eerste evaluatie van de genomen maatregelen op de stikstoftoestand pas volgend jaar zal volgen. Hij zei daarenboven dat in 2023 ongeveer 42% van de ammoniakdepositie op Vlaamse natuur afkomstig is van niet-Vlaamse bronnen. Meer dan de helft van de totale stikstofdepositie komt van buiten Vlaanderen. De vraagsteller is ook benieuwd naar de garantie voor landbouwers, in het bijzonder in de rundveesector, waar reductiepercentages binnenkort opnieuw worden aangepast.
Minister Brouns van zijn kant heeft er vertrouwen in dat men op schema zit en dat in de loop van dit jaar een eerste tussentijdse evaluatie van het doelbereik kan gemaakt worden. Elke vergunning die vandaag wordt verleend waarmee de exploitant zijn PAS-referentie 2030 realiseert, is volgens de minister definitief verkregen. Er is dus rechtszekerheid. Er moet, zo betoogde Brouns, verder worden gewerkt aan voldoende perspectief waarbij de omslag van depositie naar emissie moet worden gemaakt als basis voor toekomstig beleid. Hij benadrukte andermaal de verantwoordelijkheid die de landbouwsector heeft als het gaat over ammoniak in relatie tot kwetsbare natuur op een meer emissiegebaseerde manier.
Dat blijkt nu ook in Nederlandse studies die werden geadviseerd aan de nieuwe Nederlandse regering het geval te zijn. Dat creëert meer duidelijkheid, rechtszekerheid en eerlijkheid voor de vergunningsaanvrager omdat deze zich hiermee kan focussen op hetgeen waarover hij controle heeft, zijnde de geëmitteerde emissies. Minister Brouns herinnerde aan zijn initiatief waarbij de Vlaamse Regering een groep van 20 experten aanstelde om te onderzoeken hoe de meer emissiegestuurde beleidskaders kunnen worden opgemaakt.
Verschillende reductiedoelen
De verschillende deelsectoren hebben verschillende reductiedoelen: bij varkenshouderij voor niet-AEA-stallen (ammoniakemissiearme) 60% en rundveehouderij 25 tot 28%. Er worden verschillende doelen opgelegd, afhankelijk van de sector. Het beleid houdt rekening met verschillende uitgangsposities tussen de veehouderijen. Brouns zei dat hij vanuit Vlaanderen geen zeggenschap heeft over de emissies uit onze buurlanden. Uit contacten met zijn Nederlandse collega’s onthoudt de minister wel dat zij beseffen dat de stikstofproblematiek bij hen nog groter is dan bij ons. De stikstofwolk stopt inderdaad niet aan de grens. “We moeten elk onze verantwoordelijkheid nemen, omdat het een impact heeft op de vergunningverlening in Nederland en in Vlaanderen”, zegt Jo Brouns.
Ammoniakdruk sturen
Mieke Schauvliege (Groen) pleitte er voor om een tandje bij te steken en de lokale ammoniakdruk in onze natuurgebieden zelf te sturen. Dat betekent volgens haar dat een stikstofaanpak noodzakelijk is en dat we sneller en gerichter aan natuurherstel moeten doen. Er dienen extra emissiereducties te worden toegepast en voldoende ondersteuning is nodig voor de landbouwers om de omslag te maken.
Het Voortgangsrapport PAS 2025 maakt Schauvliege duidelijk dat Vlaanderen op het terrein achterblijft op het schema. “De saneringsprojecten zijn wel opgestart in veel PAS-deelzones, maar het rapport vermeldt dat de oppervlakte onder passend beheer onvoldoende snel groeit om de instandhoudingsdoelen tegen 2030 te halen. Als belangrijke oorzaak daarvan wordt ammoniak aangeduid. 96% van de ammoniak komt uit de landbouw. De varkenssector vertoont een daling maar er is een groei in de pluimveesector. Wat rundvee aangaat, evolueren de emissies verder weg van de reductiedoelen.”





