Startpagina Economie

Voedingssector kan oplopende kosten niet doorrekenen

Als er niets verandert aan de oplopende kosten voor voedingsproducerende bedrijven in ons land, wordt de kans groter dat die bedrijven hun productie naar het buitenland verhuizen. Dat zal gevolgen hebben voor de land- en tuinbouwers in België, waarschuwt sectorfederatie Fevia.

Leestijd : 5 min

Hoge lonen, dure energie en gigantische administratieve lasten. Het zijn nog maar de 3 aspecten die de Belgische voedingsbedrijven als concurrentienadeel ervaren als ze kijken naar het buitenland. Daar bovenop komen nog meer elementen. Zoals dat de binnenlandse afzet niet groeit, dat de grensaankopen een flink deel van omzet en winst wegmaaien en dat het aandeel van Belgische voeding in de Belgische retail gestaag achteruit gaat. En dan is er nog de oorlog in het Midden Oosten. Die zorgt voor opnieuw duurdere energie- en transportkosten en hogere prijzen voor grondstoffen en verpakkingen. En als hierdoor de index stijgt, stijgen de lonen ook nog eens. Fevia vraagt oplossingen van de politiek. “Als we nu niet ingrijpen, dreigt de voedselproductie uit België te verdwijnen”, stelt CEO Ann Wurman van Fevia.

Binnenlandse omzet stagneert

De Belgische voedingsindustrie is en blijft de grootste industriële sector van het land. Voeding is goed een jaarlijkse omzet van 85,1 miljard euro, voor 42,4 miljard euro export en voor meer dan 100.000 directe jobs. In 2024 steeg de omzet ook al. Toen gebeurde dat in de eerste plaats door een prijseffect (duurdere grondstoffen, transport, verpakkingen en lonen). De omzetgroei van 2025 was vooral een groei in volume. Maar de binnenlandse omzet stagneert, grensaankopen blijven structureel hoog en buitenlandse producten winnen terrein in de Belgische winkelrekken. Vooral Nederlandse en Franse, maar ook steeds vaker Oost-Europese producten snoepen marktaandeel af van de Belgische producenten, omdat de aankoopcentrales van de supermarkten in België steeds vaker in het buitenland gevestigd zijn. “Als de competitiviteit van de Belgische voedingsbedrijven verder afneemt, dreigt de productie zich te verplaatsen naar landen waar produceren goedkoper is. Dat zal gevolgen hebben voor jobs, voor investeringen en voor de volledige agrovoedingsketen, inclusief de landbouw”, waarschuwen Ann Wurman en Carole Dembour van Fevia.

In de export van voeding zit wel nog wat groei (+ 4,7%). De groei in de export zorgt zelfs bijna voor de groei van de omzet van de volledige voedingsindustrie. Maar ook in de export zijn er signalen die waarschuwen voor naderend onheil. De export naar landen buiten Europa stagneert. En voor de export van voedingsproducten naar de Verenigde Staten – onze belangrijkste buitenlandse afzetmarkt – zwakt de dynamiek af, onder meer door de handelstarieven van de Amerikaanse president Trump.

Impact van oorlog tegen Iran

Dat we van het ene geopolitieke conflict naar het volgende gaan, helpt daar niet bij. Fevia vroeg bij zijn leden wat de impact is van de oorlog tegen Iran. Slechts 20% van de respondenten zegt geen of nauwelijks impact te voelen. De helft voelt een matige impact en voor 1 bedrijf op de 4 is er een grote impact. De eerstelijnsproblemen zijn hogere transportkosten, duurder gas en elektriciteit en hogere verpakkingskosten. De tweedelijnskosten zijn duurdere grondstoffen, de beschikbaarheid van bepaalde grondstoffen en verpakkingen, logistieke problemen en het wegvallen van een deel van de export naar het Midden Oosten. Carole Dembour waarschuwt dat er straks nog ‘golven’ van problemen zullen opduiken waar de sector nu nog geen zicht op heeft. Belangrijk daarbij is dat de Belgische voedingsbedrijven er niet in slagen om de gestegen kosten door te rekenen, terwijl ze vaak toch al met kleine marges moeten werken. 70% van de respondenten kan de hogere kosten niet doorrekenen in de verkoopprijzen. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de winstgevendheid van de bedrijven en op de investeringen en de tewerkstelling.

In de export groeit het aandeel van chocolade en zuivel en daalt het aandeel van groenten en aardappelen. De Verenigde Staten blijft inzake export buiten Europa de belangrijkste afzetmarkt voor de Belgische voedingssector. Andere belangrijke exportlanden zijn China, Saudi-Arabië, Turkije en Canada. In de eerste kwartalen van 2025 was er telkens een mooie groei in de export van Belgische voeding (van +6,6 tot +7,5%), maar in het laatste kwartaal van 2025 was er plots een krimp van bijna 2%.

Daling van de tewerkstelling verwacht

In de Belgische voedingssector daalt het ondernemingsvertrouwen en stagneert de tewerkstelling. Voor het eerst verwacht Fevia mogelijk een daling van de tewerkstelling. Investeringen van de sector zijn vooral gericht op het vervangen van mensen door machines.

Fevia vraagt dat de overheid zou ingrijpen of bijsturen om een einde te maken aan de grensaankopen. Belgische consumenten die over de grens kopen, doen dat vooral in Frankrijk (voor 461 miljoen euro) onder meer door een lagere verpakkingstaks op frisdranken en in Luxemburg (voor 113 miljoen euro) onder meer door de lagere taksen op alcohol en sigaretten. Nederland was lang interessant voor Belgen voor supermarktaankopen, maar inmiddels evolueren de prijzen daar naar een niveau dat hoger ligt dan dat in België. Toch is Nederland nog steeds goed voor zowat 130 miljoen euro aankopen door Belgen. Alles samen loopt de Belgische voedingssector zo meer dan 700 miljoen euro mis.

Steeds minder Belgische producten in de winkelkar

Bovendien daalt het aandeel van Belgische producten in de Belgische supermarkten. In 2010 was nog 67% van de producten Belgisch, in 2023 was dat nog slechts 62% en die trend lijkt niet te zullen stoppen. Het aandeel van Nederlandse producten in Belgische supermarkten stijgt dan weer opvallend, van 7,7% in 2010 naar 16,1% in 2023.

“Wij willen de voedselproductie in België houden, maar dan moet de overheid ingrijpen. Wij vragen dat er geen verhoging komt van de BTW op voeding en dranken. Dat de verpakkingsheffing en de accijnzen verlagen, zoals aangekondigd, en dat de zwerfvuiltaks verlaagt. De zwerfvuiltaks ligt in ons land 3 tot 4 keer hoger dan in de buurlanden. Voorts vragen wij dat de loonindexatie bijgestuurd wordt en pleiten wij voor een gedeeltelijke vrijstelling van de loonbelasting voor nacht- en ploegenarbeid”, zegt Ann Wurman. Voorts op het verlanglijstje van Fevia staan onder meer lagere taksen en bijdragen op elektriciteit. Niet onbelangrijk, want de voedingssector is na de chemie de grootste gebruiker van elektriciteit. Nog een belangrijke is het ingrijpen in de administratieve rompslomp. “We hebben het hier echt over een tsunami van regels, documenten, controles en verplichtingen. De administratie die wordt verwacht door de overheid is niet altijd haalbaar voor een gemiddelde kmo. Er zijn al bedrijven gestopt door de administratieve druk”, stellen Wurman en Dembour.

“We staan voor een kantelpunt. Nu is het nog de stilte voor de storm, maar wij krijgen steeds meer signalen dat bedrijven hun delocalisatie voorbereiden”, besluit de CEO van Fevia.

Filip Van der Linden

Lees ook in Economie

Meer artikelen bekijken

Vind uw droomjob in de land- en tuinbouw

Danis

Koolskamp, West-Vlaanderen

Solliciteer nu

Vind de medewerker die echt bij u past.

Plaats een vacature
Bekijk alle vacatures