Vlaams natuurherstelplan krijgt vorm
Dit voorjaar startte de uitwerking van het plan-MER. Vlaanderen wil nog dit jaar een natuurherstelplan indienen om te voldoen aan de Europese Natuurherstelvordering. Er bestaat echter discussie over de ambitie en de haalbaarheid van de tussentijdse doelen.

Een plan-milieueffectrapportage (plan-MER) is een verplicht onderzoeksrapport dat de milieueffecten van plannen of programma's (zoals ruimtelijke uitvoeringsplannen of beleidsvisies) in kaart brengt vóór definitieve vaststelling. Het beoordeelt vroegtijdig negatieve gevolgen voor natuur, mens en milieu. Daarbij worden alternatieven afgewogen om een duurzame besluitvorming mogelijk te maken.
Voka heeft twijfels
In de Vlaamse parlementaire commissie Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening van 5 mei kaartte volksvertegenwoordiger Mieke Schauvliege (Groen) aan dat het Vlaams netwerk van ondernemingen Voka vreest dat het Vlaamse natuurplan dreigt vast te lopen. Dat is volgens de organisatie te wijten aan een gebrek aan duidelijke keuzes, onvoldoende participatie van het middenveld en lacunes in de plan-MER-procedure.
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns (cd&v) maakte de commissieleden duidelijk dat al van bij de opstart van de opmaak voor het Vlaamse deel van het natuurherstelplan bewust is gekozen voor een participatieve aanpak. Dat ging onder meer via een gecoördineerde vraag om advies over inhoud en proces voor het plan aan de 4 strategische adviesraden, de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad), de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV), de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO). Zij leverden eind 2024 dat gezamenlijk advies op. Voka is daarin ook vertegenwoordigd, naast andere vertegenwoordigers van natuur-, milieu-, landbouw- en werkgeversorganisaties en lokale besturen en kennisinstellingen.
Vijf ambtelijke werkgroepen
In het voorjaar van 2025 volgde een reeks workshops voor elk ecosysteem volgens de natuurherstelverordening. De uitnodigingen verliepen opnieuw via de 4 strategische adviesraden naar hun leden. Vervolgens, vanaf september 2025, verwerkten 5 ambtelijke werkgroepen per ecosysteem de verworven input bij de opmaak van de ontwerpmaatregelen voor het plan. Deze worden nu geïntegreerd en geconsolideerd tot het ontwerp natuurherstelplan. Dit was volgens Brouns minder zichtbaar voor het middenveld maar een cruciale en noodzakelijke stap. In februari laatstleden werden de betrokken organisaties grondig geïnformeerd over de stand van zaken.
Dit voorjaar startte al de uitwerking van het plan-MER. Daarbij werd ook de eerste formele stap in de procedure gezet, namelijk de consultatie over de nota aanmelding en ‘scoping’ (het afbakenen, verkennen en vastleggen van de reikwijdte van een project). Hierover werd opnieuw advies gevraagd aan de 4 strategische adviesraden. De Minaraad organiseerde als start voor het adviestraject een hoorzitting voor de leden van de 4 strategische adviesraden. Die leden krijgen nu de kans om hun inspraak daarop in te leveren.
Nieuwe hoorzitting
De volgende stap wordt de vraag om advies aan de raden over het Vlaamse deel van het ontwerp natuurherstelplan. Een nieuwe hoorzitting daarover vindt plaats op 18 mei. Brouns zegt rekening te zullen houden met het advies dat hieruit voortvloeit bij de vaststelling van het Vlaamse deel van het ontwerpplan.
Ook daarna zal verdere inspraak een essentieel onderdeel vormen van het traject richting een definitief nationaal natuurherstelplan. Die is alvast voorzien via de formele adviesprocedure en het openbaar onderzoek over het ontwerpplan en het ontwerpplan-MER. De minister benadrukte dat hij het belangrijk vindt dat de vele vertegenwoordigers vanuit het middenveld, waaronder Voka, op alle cruciale momenten in het proces betrokken worden.
Binnen de timing
Vlaanderen blijft binnen de timing die vastgelegd is in de verordening. Het ontwerpplan zal in september van dit jaar worden ingediend. Het nationale plan moet samengesteld worden met de deelplannen van de andere gewesten en de federale overheid. Vanuit Vlaanderen wil Brouns klaar zijn om tegen de datum in de verordening een ontwerp over te maken. De plan-MER-procedure is formeel gestart op 11 maart 2026 met de indiening van een aanmelding en voorstel van ‘scoping’voor het plan-MER bij het Vlaams Expertisecentrum MER.
Tevens werd een ‘scoping’-advies gevraagd aan diverse instanties en een geïntegreerd ‘scoping’-advies. Dit advies hangt in de lucht. Rekening houdend met deze adviezen kan het ontwerpplan-MER worden opgesteld. Voor dit type plannen is het niet ongebruikelijk om te werken volgens een iteratieve benadering. Daarbij wordt het plan stapsgewijs ontwikkeld en verfijnd, op basis van voortschrijdend inzicht en de evaluatie van de verwachte effecten. Deze aanpak laat toe om het ontwerp natuurherstelplan, indien nodig, bij de besluitvorming over het definitief natuurherstelplan bij te sturen. Het kan eventueel aangevuld worden met bijkomende elementen op basis van de resultaten van de effectbeoordeling. Op die manier wordt verzekerd dat het uiteindelijke plan zowel inhoudelijk onderbouwd als uitvoerbaar is.
Op dit moment wordt verder gewerkt aan het ontwerpplan, ook aan de kostenraming en financiering.





