Nog heel wat drempels voor toepassen van drones in de landbouw
Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns (cd&v) wil druk zetten bij de federale ministers om dronetechnologie en de toepassing daarvan in de landbouw versneld mogelijk te maken.

Drones worden doorgaans beschouwd als een belangrijke component van precisielandbouw, waarbij geavanceerde technologieën worden ingezet om de productie te optimaliseren en inputs zoals gewasbeschermingsmiddelen, kunstmest en brandstof efficiënter te gebruiken.
Drempels en uitdagingen
Ondanks het enthousiasme bij onderzoekers zijn er nog enkele drempels en uitdagingen rond het gebruik van drones in land- en tuinbouw. “De evolutie in dronetechnologie gaat snel en we mogen niet achterblijven. Het zou jammer zijn dat er op een bepaald moment een marktconforme betaalbare technologie is waarmee wij in onze dichtbevolkte regio een aantal voordelen kunnen behalen, maar dat we die nog niet kunnen uitvoeren vanwege wettelijke belemmeringen. Het gaat daarbij onder meer over de strikte regelgeving inzake registratie, vlieghoogte en het gebruik van camera’s en locaties. Daarnaast is het niet toegestaan om met drones bepaalde gewasbeschermingsmiddelen toe te passen”, stelde Vlaams parlementslid Stijn De Roo (cd&v) in de commissie Landbouw van 6 mei.
Drones winnen aan belang
Minister Brouns is zich terdege bewust van de drempels en uitdagingen voor drones in de landbouw. Maar hij ziet vooral ook het potentieel van de dronetechnologie. “Drones winnen stelselmatig terrein en ook aan belang, vooral in de precisielandbouw. Men is in staat om op eenzelfde perceel voor en na tot 90% minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken door de inzet van precisielandbouw. Vandaag worden drones in de praktijk vooral ingezet voor detectie en monitoring van percelen. Ze kunnen landbouwers helpen om sneller en veel gerichter problemen op te sporen, bijvoorbeeld rond gewasontwikkeling, droogtestress, schade, ziektedruk of onkruiddruk. Zo kunnen ze bijdragen aan een efficiënter gebruik van inputs en aan een meer datagedreven bedrijfsvoering”, stelt minister Brouns.
Daarnaast wordt ook onderzocht of drones in bepaalde omstandigheden kunnen worden ingezet voor meer actieve toepassingen, zoals het zaaien en bemesten. Het European Innovation Partnership-project Strooivlucht onderzoekt het zaaien en bemesten met drones en de haalbaarheid van het gebruik van drones om moeilijk berijdbare akkers gemakkelijker te betelen, op een manier die ook de bodemstructuur ten goede komt.
Kosten en baten
“Tegelijk moeten we realistisch blijven. Ook voor de meer klassieke toepassingen zoals monitoring en detectie is in heel veel gevallen nog verder onderzoek nodig om goed te kunnen beoordelen of de potentiële baten wel opwegen tegen de kosten. Het potentieel is er dus zeker, maar de brede praktijkuitrol vraagt toch nog enigszins verdere kennisopbouw, demonstratie en validatie op het terrein”, stelt de minister.
“Er zijn nog een aantal wettelijke, praktische, technische en economische drempels die een brede toepassing van drones in de land- en tuinbouw moeilijk maken. Een eerste drempel heeft te maken met het luchtruim. België heeft een klein en druk bevlogen luchtruim met verschillende luchthavens, controlezones en andere gebruikers. Daardoor zijn dronevluchten niet altijd en overal mogelijk. Bovendien worden drones ook in andere sectoren steeds vaker gebruikt, waardoor er meer vraag komt naar toegang tot datzelfde luchtruim. Daarbij komt ook dat in het kader van vluchtaanvragen vandaag niet altijd een heel duidelijk onderscheid kan worden gemaakt tussen particuliere dronevluchten en de professionele toepassingen, zoals landbouwkundige toepassingen dat zijn. Daardoor kunnen dus ook professionele dronevluchten in de land- en tuinbouw op praktische beperkingen botsen. Specifiek voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen met drones ligt de lat vrij hoog. Daarvoor zijn er Europese en federale regels van toepassing”, duidt minister Brouns.
Zorgvuldige beoordeling
“Bovendien moet per product en per toepassing afzonderlijk worden nagegaan of het veilig kan voor mens, milieu en omgeving. Dat vraagt dus een zorgvuldige beoordeling vooraleer dergelijke toepassingen in de praktijk kunnen worden toegelaten. Daarnaast zijn er ook technische en economische drempels. Professionele drones blijven duur in aankoop en vragen specifieke opleiding en expertise. Externe expertise die landbouwers kunnen inhuren, is niet altijd beschikbaar en is bovendien relatief duur. Voor landbouwers moeten de kosten van dergelijke toepassingen uiteindelijk ook opwegen tegen de baten”, beseft de minister.
“Binnen mijn Vlaamse bevoegdheden zet ik daarom vooral in op kennis, innovatie en praktijkgerichte demonstratie. Vlaamse onderzoeksinstellingen, waaronder ILVO en Inagro, voeren al heel wat onderzoek uit, begeleiden praktijkproeven en helpen mee om de landbouwkundige meerwaarde, de technische haalbaarheid en de economische rentabiliteit van die toepassingen beter in kaart te brengen. De Vlaamse bevoegdheden inzake landbouwdrones zijn evenwel beperkt. Luchtvaartveiligheid en dronewetgeving zijn in belangrijke mate op het federale en het Europese niveau geregeld. Het Agentschap Landbouw en Zeevisserij staat hierover in overleg met de FOD Mobiliteit, bevoegd voor de federale dronewetgeving, en met de FOD Volksgezondheid, bevoegd voor de regelgeving over gewasbeschermingsmiddelen”, zegt Jo Brouns.
Afstemming op politiek vlak
Als uit dat overleg blijkt dat bepaalde knelpunten een verdere afstemming vereisen, zal de minister dat samen met de betrokken collega’s opnemen. “Voor alle duidelijkheid: ik wil die toepassingen niet afremmen, integendeel. Maar ze moeten wel ontwikkeld worden binnen een kader dat veilig, juridisch correct en praktisch werkbaar is voor onze landbouwers”, zegt de minister.
Minister Brouns wijst in dit verband op enkele interessante initiatieven van het ILVO. De testopstelling van ILVO past in het AgrifoodTEF-project rond test- en experimenteerfaciliteiten voor kunstmatige intelligentie (AI), robotica of slimme landbouwtechnologie. Deze ‘sandbox’ biedt bedrijven de kans om in realistische omstandigheden en onder professionele begeleiding innovaties te testen en te valideren. Specifiek voor drones kunnen technologieontwikkelaars en onderzoekers gebruikmaken van de testfaciliteiten en expertise om autonome systemen en toepassingen zoals zaaien, bemesten en gewasbescherming te valideren in realistische veldomstandigheden.
Testfaciliteit
“Sinds maart vorig jaar heeft ILVO een goedgekeurde exploitatievergunning voor vluchten met een strooi- en spuitdrone voor de categorie ‘specific’. Die vergunning laat ILVO toe om testen uit te voeren met zowel zaad, meststoffen als gewasbeschermingsmiddelen. Zo werden met dat toestel al verschillende testen uitgevoerd in het kader van de lopende projecten. Vanzelfsprekend moet hierbij ook rekening gehouden worden met de fytowetgeving. Tot slot is ILVO recent gesprekken gestart met de FOD Mobiliteit voor het opzetten van een eigen burgerlijke geozone ‘Testfaciliteit’. Dat zou toelaten om ook met toestellen waarvoor door het Directoraat-Generaal Luchtvaart (DGLV) nog geen licentie werd afgegeven, testvluchten voor de landbouw uit te voeren.”
“Ik denk dat de mogelijkheden voor drones in de landbouw ongezien zijn. Ik ben een volledige medestander om de druk richting onze federale collega's op te voeren, om de dronetechnologie en de toepassing daarvan in de landbouw versneld mogelijk te maken. Ik ben een believer die graag mee de schouders onder dit dossier zet. Maar dit is echt een thema dat vanuit het parlement mee hoog op de agenda kan worden gehouden. Er is dus een uitgestoken hand in de beide richtingen”, besluit minister Jo Brouns.





